Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2281

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-10-2016
Datum publicatie
07-10-2016
Zaaknummer
15/02208
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:839, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:1121, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. (Vervolg op tussenarrest over griffierecht: HR 8 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:607.) Kort geding in verband met voorgenomen strafrechtelijke ontruiming van kraakpand (art. 551 Sv) waarin uitgeprocedeerde asielzoekers verblijven. Is bed-bad-broodregeling voldoende als alternatief? Proportionaliteitstoets art. 8 EVRM naast toetsing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9880, NJ 2013/153.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2016/358
RvdW 2016/1037

Uitspraak

7 oktober 2016

Eerste Kamer

15/02208

EE/JS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],

2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,

t e g e n

de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie),
zetelende te ’s-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. M.M. van Asperen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Staat.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak C/13/579586/KG ZA 15-49 van de voorzieningenrechter te Amsterdam van 20 februari 2015;

b. het arrest in de zaak 200.166.076/01 van het gerechtshof Amsterdam van 31 maart 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor de Staat toegelicht door zijn advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3 Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 7 oktober 2016.