Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2275

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-10-2016
Datum publicatie
07-10-2016
Zaaknummer
16/01322
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2016:444
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

7 oktober 2016

Nr. 16/01322

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de erfgenamen van [A] te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 17 februari 2016, nrs. BK 13/00040 tot en met BK-13/00055, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank te ’s-Gravenhage (nrs. AWB 12/2225, AWB 12/2229 tot en met AWB 12/2240 en AWB 12/2249 tot en met AWB 12/2251) betreffende de aan belanghebbenden over de jaren 1995 tot en met 2005 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV), over de jaren 1996 tot en met 2000 opgelegde navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1 Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2016.