Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2263

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-10-2016
Datum publicatie
07-10-2016
Zaaknummer
16/01410
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

7 oktober 2016

Nr. 16/01410

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 februari 2016, nr. BRE 13/6892, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 22 mei 2014, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2011 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft ter zake van betaling van het verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 22 april 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na dagtekening van die brief informatie met betrekking tot haar inkomen en vermogen te verstrekken waaruit zou kunnen blijken dat het verschuldigde griffierecht niet kan worden betaald. In die brief is meegedeeld dat de verlangde gegevens binnen deze termijn, die eindigde op 6 mei 2016, door de Hoge Raad moeten zijn ontvangen.

Belanghebbende heeft de hiervoor bedoelde gegevens niet tijdig verstrekt, aangezien de desbetreffende brief, gedagtekend 5 mei 2016, eerst op 10 mei 2016, derhalve na afloop van de hiervoor genoemde termijn, bij de Hoge Raad is ingekomen. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 10 mei 2016 hiervan op de hoogte gebracht.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 11 juni 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Tevens is in die brief meegedeeld dat bij niet-tijdige betaling van het griffierecht het beroep in cassatie niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Het griffierecht is niet voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 15 juli 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Belanghebbende heeft niet gereageerd.

Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2016.