Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2261

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-10-2016
Datum publicatie
04-10-2016
Zaaknummer
16/02003
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:953, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Uitlevering aan de V.S. ter fine van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf opgelegd i.h.k.v. plea bargaining t.z.v. samenspanning om cocaïne te distribueren. HR: art. 80a RO, met schriftelijk standpunt AG.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/1053
NJB 2016/1900

Uitspraak

4 oktober 2016

Strafkamer

nr. S 16/02003 U

IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 31 maart 2016, nummer RK 16/719, op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van:

[veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze hebben B. Stapert en D.M. Kamp, beiden advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De raadsman B. Stapert heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2016.