Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2238

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-10-2016
Datum publicatie
04-10-2016
Zaaknummer
15/01017
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:943, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

O.a.h.v. inbeslaggenomen auto, art. 36c Sr. Verdachte is vrijgesproken van de hem tlgd. feiten. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is niet begrijpelijk het oordeel van het Hof dat de personenauto, waarvan het Hof de o.a.h.v. heeft bevolen, van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2016-0387
RvdW 2016/1048
NJB 2016/1895
JOW 2016/23

Uitspraak

4 oktober 2016

Strafkamer

nr. S 15/01017

IF/AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 12 februari 2015, nummer 22/002831-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het betreft de beslissing met betrekking tot de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven Volkswagen Polo en te dien aanzien tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2. Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel komt op tegen 's Hofs beslissing tot onttrekking aan het verkeer van een inbeslaggenomen Volkswagen Polo.

2.2.1.

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

"1. hij op of omstreeks 20 september 2013 te Nieuwegein, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 22 kilogram, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2. hij op of omstreeks 20 september 2013 te Nieuwegein, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 19,85 kilogram, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet."

2.2.2.

Het Hof heeft de verdachte van de hem tenlastegelegde feiten vrijgesproken en voorts de onttrekking aan het verkeer bevolen van de inbeslaggenomen Volkswagen Polo.

2.2.3.

De bestreden uitspraak houdt het volgende in:

"Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is naar voren gekomen dat er jegens verdachte ernstige verdenkingen bestaan ten aanzien van de hem tenlastegelegde strafbare feiten. Echter om tot bewezenverklaring te komen van deze hem verweten feiten dient het openbaar ministerie voldoende wettig en overtuigend bewijs aan te dragen. Naar 's hofs oordeel is, gelet op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, onvoldoende wettig en overtuigend naar voren gekomen dat bij de verdachte de wetenschap heeft bestaan dat zich verborgen in de gangkast van de woning aan [adres] in Nieuwegein, waar hij tijdelijk verbleef, cocaïne bevond. Evenmin is voldoende wettig en overtuigend naar voren gekomen dat bij de verdachte de wetenschap heeft bestaan dat zich verborgen in de Volkswagen Polo, cocaïne bevond.

(...)

Het hof zal, niettegenstaande de bij dit arrest te geven vrijspraak van het aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde, de VW Polo onttrekken aan het verkeer.

Het hof stelt op grond van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep vast dat een strafbaar feit, te weten het vervoeren, althans het aanwezig hebben van de cocaïne, met behulp van deze auto is gepleegd en dat in zoverre het algemeen belang is geschonden.

De VW polo is dan ook op grond van artikel 36c van het Wetboek van Strafrecht voor onttrekking aan het verkeer vatbaar."

2.3.

Art. 36c Sr luidt als volgt:

"Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn alle voorwerpen:

1° die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het feit zijn verkregen;

2° met betrekking tot welke het feit is begaan;

3° met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid;

4° met behulp van welke de opsporing van het feit is belemmerd;

5° die tot het begaan van het feit zijn vervaardigd of bestemd;

een en ander voor zover zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang."

2.4.

Zonder nadere motivering, die in de bestreden uitspraak ontbreekt, is niet begrijpelijk het oordeel van het Hof dat de personenauto, waarvan het Hof de onttrekking aan het verkeer heeft bevolen, van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. Het middel klaagt daarover terecht.

3 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarbij de onttrekking aan het verkeer is bevolen van de inbeslaggenomen Volkswagen Polo;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2016.