Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2237

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-10-2016
Datum publicatie
04-10-2016
Zaaknummer
14/05516
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:942, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. de toepassing van art. 9a Sr. Het Hof heeft het bewezenverklaarde ten onrechte gekwalificeerd als misdrijf. Het bestreden arrest bevat derhalve een kennelijke misslag en dient te worden aangemerkt als een uitspraak betreffende een overtreding i.d.z.v. art. 427.2 Sv. Ingevolge art. 427.2 Sv staat nu het Hof toepassing heeft gegeven aan art. 9a Sr, tegen het bestreden arrest beroep in cassatie niet open. HR verklaart verdachte n-o in het beroep. Cag: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2016-0388
RvdW 2016/1047

Uitspraak

4 oktober 2016

Strafkamer

nr. S 14/05516

ABG/NA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 24 oktober 2014, nummer 22/001390-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , gevestigd te [vestigingsplaats] .

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.1.

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

"zij op of omstreeks 30 december 2012 te 's-Gravenhage heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan A. Jaouid (geboren op 31-10-1996), een hoeveelheid van ongeveer 2 gram, in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet."

2.1.2.

Daarvan is door het Hof bewezenverklaard dat:

"zij op 30 december 2012 te 's-Gravenhage heeft verkocht aan [betrokkene 1] (geboren op [geboortedatum] -1996), een hoeveelheid van ongeveer 2 gram, hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II."

2.1.3.

Het Hof heeft het aldus bewezenverklaarde gekwalificeerd als:

"opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, begaan door een rechtspersoon."

2.1.4.

Het Hof heeft ter zake van dat feit toepassing gegeven aan art. 9a Sr en bepaald dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

2.2.

Het overeenkomstig de tenlastelegging bewezenverklaarde feit levert op de overtreding voorzien en strafbaar gesteld in art. 3, onder B, in verbinding met art. 11, eerste lid, Opiumwet. Het Hof heeft het bewezenverklaarde dus ten onrechte gekwalificeerd als het in art. 3, onder B, in verbinding met art. 11, tweede lid, Opiumwet strafbaar gestelde misdrijf. Het bestreden arrest bevat derhalve een kennelijke misslag en dient te worden aangemerkt als een uitspraak betreffende een overtreding in de zin van art. 427, tweede lid, Sv.

2.3.

Ingevolge art. 427, tweede lid, Sv staat, nu het Hof toepassing heeft gegeven aan art. 9a Sr, tegen het bestreden arrest beroep in cassatie niet open, zodat de verdachte in het ingestelde beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2016.