Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:223

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-02-2016
Datum publicatie
11-02-2016
Zaaknummer
14/05083
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2657, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Uitlokking. Art. 47.1 onder 2 Sr. 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2001:AB0260, inhoudende dat onder inlichtingen a.b.i. art. 47.1 onder 2, Sr zijn begrepen mededelingen van feitelijke aard die van belang zijn met het oog op het te plegen delict, in die zin dat deze geschikt zijn om in de omstandigheden van het geval te bewerkstelligen dat het delict wordt gepleegd. ’s Hofs oordeel dat de door verdachte verstrekte gegevens over de personen over wie hij nadere informatie wenste te verkrijgen als inlichtingen kunnen worden aangemerkt, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. 2. Een zekere bereidheid in algemene zin tot het plegen van - mogelijk soortgelijke - strafbare feiten bij degene die zou zijn uitgelokt, staat aan uitlokking niet in de weg, omdat het er bij uitlokking om gaat dat de uitgelokte door de uitlokker met gebruikmaking van één of meer uitlokkingsmiddelen wordt aangezet tot het plegen van een specifiek strafbaar feit (vgl. ECLI:NL:HR:1975:AB4660, NJ 1975/386). ’s Hofs oordeel dat de omstandigheid dat de uitgelokte in een eerder stadium in algemene zin te kennen had gegeven open te staan voor informatieverzoeken, aan de tlgl. uitlokkingen niet af doet, geeft derhalve niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2016/407
NJ 2016/119
RvdW 2016/287
SR-Updates.nl 2016-0106
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 februari 2016

Strafkamer

nr. S 14/05083

MD/AGE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 30 september 2014, nummer 21/004513-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Bewezenverklaring en bewijsvoering

2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:

" [betrokkene 1] op tijdstippen in de periode van 1 november 2008 tot en met 1 maart 2009 te Winterswijk (telkens) een geheim waarvan hij wist dat hij uit hoofde van ambt en wettelijk voorschrift, te weten als ambtenaar bij de Belastingdienst te Winterswijk, verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, immers heeft hij, [betrokkene 1] , telkens gericht in de computersystemen van de Belastingdienst gezocht naar financiële en/of persoonlijke gegevens (betreffende informatie over onder andere werkgevers en/of jaarinkomens en/of banksaldi en/of gegevens over eigen bedrijven en/of adresgegevens en/of gegevens over de gezinssamenstelling en/of inkomen- en winstgegevens) van de volgende personen:

- [betrokkene 2] en [betrokkene 3] (zaak 8), en

- [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] (zaak 9), en

- [betrokkene 6] (zaak 13), en

- [betrokkene 7] en [betrokkene 8] (zaak 14), en

- [betrokkene 9] en [betrokkene 10] (zaak 15), en

- [betrokkene 11] en [betrokkene 12] (zaak 19), en

- [betrokkene 13] en [betrokkene 14] (zaak 23), en

vervolgens telkens die gegevens verstrekt aan [verdachte] welk feit verdachte op tijdstippen in de periode van 1 november 2008 tot en met 1 maart 2009 in Nederland (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door het verschaffen van inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, (telkens) aan die [betrokkene 1] , beperkte gegevens/informatie (zoals personalia) verstrekt van de volgende personen met als doel aanvullende gegevens/ informatie te verkrijgen:

- [betrokkene 2] en [betrokkene 3] (zaak 8), en

- [betrokkene 4] en [betrokkene 5] (zaak 9), en

- [betrokkene 6] (zaak 13), en

- [betrokkene 7] en [betrokkene 8] (zaak 14), en

- [betrokkene 9] en [betrokkene 10] (zaak 15), en

- [betrokkene 11] en [betrokkene 12] (zaak 19), en

- [betrokkene 13] en [betrokkene 14] (zaak 23)."

2.2.

Deze bewezenverklaring steunt, voor zover in cassatie van belang, op de volgende bewijsmiddelen:

"4. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden werkzaam als inspecteur van politie bij de Rijksrecherche, opgemaakt proces-verbaal, genummerd 20080048, gesloten en getekend op 22 april 2009 te Zwolle, als bijlage (p. 271 t/m p. 273) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, - zakelijk weergegeven -:

Het klopt dat ik [betrokkene 1] heb leren kennen via onze zonen en de voetbalvereniging. Op een gegeven moment vertelde hij mij dat hij bij de belastingdienst werkte. Ik zei toen tegen hem: "Dat is nou net informatie waar ik bij bepaalde onderzoeken wat mee kan". Ik heb hem wel eens om informatie gevraagd.

V: Hoe vaak heb je bij benadering informatie gevraagd aan [betrokkene 1] ?

A: Ik heb geen idee. Als ik het wist dan zou ik het zeggen. Ik denk dat het wel meer dan 10 keer moet zijn geweest.

5. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank Arnhem, zitting houdende te Utrecht, op 3 oktober 2012, voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

Ik heb [betrokkene 1] om gegevens met betrekking tot diverse personen gevraagd, omdat ik de financiële situatie van deze personen wilde weten. [betrokkene 1] , voornoemd, heeft deze gegevens bij mij in de brievenbus gestopt.

6. Een schriftelijk bescheid, als bijlage (p. 1542) gevoegd aan het stamproces-verbaal, zijnde een relaas van een tapgesprek, - zakelijk weergegeven -:

Rapport: Mbt telefoongesprek

sessienr: 269

Datum: 05-01-2009

Tijd: 12:30

[verdachte] bum [betrokkene 1] (sh). Na de inleiding zegt [verdachte] zegt dat [betrokkene 15] nog in Oostenrijk zit en dat hij niet precies weet wanneer de aangifte van 2006 ingeleverd moet zijn. [verdachte] denkt dat hij met moeite misschien nog een keer uitstel kan krijgen. [betrokkene 1] zegt dat hij dat niet weet. Verder wordt gesproken over de aangifte IB.

Dan woordelijk:

[verdachte] : Ik heb even een verzoekje. Kun je vrijuit praten of niet?

[betrokkene 1] : Ja hoor.

[verdachte] : Ik heb hier ..eh, [betrokkene 3] (opmerking verb.: wordt gespeld) van [geboortedatum] -1972

[betrokkene 1] : Ja

[verdachte] : Eh, 0, ik heb het sofinummer [001]

[betrokkene 1] : Ja

[verdachte] : [001]

[betrokkene 1] : [001] ?

[verdachte] : Ja, Hij zou wonen in de [a-straat 1] , staat die ingeschreven eh bij ene [betrokkene 2] , [betrokkene 2]

[betrokkene 1] : Waar is dat?

[verdachte] : In eh Enschede, Enschede

[betrokkene 1] : Ja

[verdachte] : Enschede, dat is [a-straat 1] , in Enschede

[betrokkene 1] : Ja ok

[verdachte] : Zij is van [geboortedatum] -1970

[betrokkene 1] : Wie? Oh zij?

[verdachte] : [geboortedatum] -1970. Ja, hij is van [geboortedatum] -1972

[betrokkene 1] . Ja.

[verdachte] : En ik zou heel graag willen weten wat daar binnen kwam, wat daar stond op rekening enzovoort.

[betrokkene 1] : Ja

[verdachte] : En eh ik zou dat ook willen weten van [betrokkene 4] , van afgelopen jaar. Het jaar daarvoor heb ik nog. Maar ook wat zij die de laatste jaren op de rekeningnummers had staan.

[betrokkene 1] : Eh. Van [betrokkene 4] . Ik wou zeggen, dat komt me bekend voor.

[verdachte] : Ja [betrokkene 4] van [geboortedatum] -1957.

[betrokkene 1] : Wat die het laatste jaar op de rekening heeft staan

[verdachte] : Ja de laatste jaren en wat ze in 2008 heeft binnengehaald.

[betrokkene 1] : ja maar daar moeten we nog even mee wachten hè?

[verdachte] : Ja denk ik maar goed... maar op het moment dat je het mee kunt dan eh

[betrokkene 1] : Ja, nee ik bedoel die gegevens zeg maar die worden niet eerder, die zijn normaal gesproken niet eerder bekend dan op zijn vroegst eind maart, begin april.

[verdachte] : Ja ok, maar dat is eh

[betrokkene 1] : Maar ik kan ik kan.., ja

[verdachte] : ok

[betrokkene 1] : Maar ik kan wel vast de andere gegevens proberen te achterhalen.

[verdachte] : ok, nee ik dacht dat ze van loondienst meteen bekend waren?

[betrokkene 1] : Nee, nee nee, ja die zullen ze misschien wel direct aanleveren maar dan nog hebben we te maken met een bepaalde verwerkingstijd.

[verdachte] : Ja, ok dat is eh.... Dat is jammer dat het zo lang gaat duren, maar goed dat geeft niet

[betrokkene 1] : nee, dan ik er ook weinig mee natuurlijk, En van die […] dat is het zelfde verhaal?

[verdachte] : ja, maar dat gaat ook om het jaar daarvoor 2007

[betrokkene 1] : 2006 ook nog

[verdachte] : Ja

[betrokkene 1] : ok

[verdachte] : Daar heb je al wat in gedaan maar eh wat ik daarvan wil weten is eb eh wat ze op eb ... wat ze hebben staan.

[betrokkene 1] : Ja, ja op de rekening en zo

[verdachte] : Ja

(...)

10. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , respectievelijk werkzaam als inspecteur van politie bij de Rijksrecherche en werkzaam als opsporingsambtenaar bij de Belastingdienst/FIOD, opgemaakt proces-verbaal, genummerd 20080048, gesloten en getekend op 28 april 2009 te Zwolle, als bijlage (p. 582 t/m p. 586) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende de verklaring van [betrokkene 1] , - zakelijk weergegeven -:

V: We willen u graag een afgeluisterd telefoongesprek laten horen. Het betreft een telefoongesprek van 05 januari 2009 omstreeks 12.30 uur. Wie horen we in het telefoongesprek met elkaar praten?

A: Ik heb dit telefoongesprek al gehoord. Ik hoor mezelf en [verdachte] .

V: In het telefoongesprek geeft [verdachte] u de personalia door van [betrokkene 4] . Hij zou graag willen weten wat er daar binnen kwam en op rekening stond. Wat kunt u hierover verklaren?

A: [verdachte] vraagt me hier om de banksaldi en loonopgaven van de genoemde [betrokkene 4] . Ik moest deze informatie aan hem verstrekken.

(...)

14. Een schriftelijk bescheid, als bijlage (p. 1694) gevoegd aan het stamproces-verbaal, zijnde een relaas van een tapgesprek, - zakelijk weergegeven -:

Rapport: Mbt telefoongesprek

sessienr: 102

Datum: 01-12-2008

Tijd: 10:55

[verdachte] bum [betrokkene 1] . [verdachte] vraagt of [betrokkene 1] vrijuit kan praten. Dat kan [betrokkene 1] niet. [verdachte] vraagt of hij wat door kan geven wat hij alleen noteert. Dat kan.

Het gaat over [betrokkene 7] , geb. [geboortedatum] -1965, echtgenote van [betrokkene 8] , geboren [geboortedatum] -60. Beiden hebben een bedrijf. Zij heeft [A] . Hij heeft [B] . Ook een bedrijf in horeca inkopen. Beiden hebben geen inkomen. Ze wonen in [adres] . [verdachte] wil de inkomens gegevens en de banktegoeden weten.

[verdachte] vraagt of [betrokkene 1] de andere SMS gehad heeft. Dat bevestigt [betrokkene 1] . Hij daar gelijk een vraagje over. Over die [betrokkene 6] , wat is daar de bedoeling van. [verdachte] wil het adres. [betrokkene 1] zegt dat die dat heeft. [verdachte] zegt daarop: 'Wie er allemaal wonen?'

De financiële gegevens van die man, moet er maar gelijk bij.

15. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , respectievelijk werkzaam als inspecteur van politie bij de Rijksrecherche en werkzaam als opsporingsambtenaar bij de Belastingdienst/FIOD, opgemaakt proces-verbaal, genummerd 20080048, gesloten en getekend op 28 april 2009 te Zwolle, als bijlage (p. 578 t/m p. 581) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende de verklaring van [betrokkene 1] , - zakelijk weergegeven -:

SMS bericht (sessienummer 63)

O: de hierboven genoemde [betrokkene 6] is woonachtig op het adres [adres] . [betrokkene 16] is de ex-echtgenote van [betrokkene 6] . Op 29 november 2008 omstreeks 08.37 uur, ontvangt uw telefoonaansluiting (06- [002] ) een sms bericht van de telefoonaansluiting van [verdachte] (06- [003] ). De tekst van het sms bericht luidt:

" [adres] ."

V: Wat is de bedoeling van deze sms?

A: Ik denk het de bedoeling van [verdachte] was om erachter te komen wie er woonachtig waren op dat adres. Als hij meer wilde weten had hij waarschijnlijk iets genoemd van loongegevens of iets dergelijks.

Telefoongesprek (sessienummer 102)

V: We willen u graag een afgeluisterd telefoongesprek laten horen. Het betreft een telefoongesprek van 01 december 2008 omstreeks 10.55 uur. Wie horen we in het telefoongesprek met elkaar praten?

A: Dit gesprek heb ik al eerder gehoord. Ik hoor hier [verdachte] en mijzelf.

V: In het telefoongesprek vraagt [verdachte] of u de andere sms heeft ontvangen. U bevestigt dit. U vraagt wat de bedoeling is met die [betrokkene 6]. [verdachte] geeft vervolgens aan dat hij wil weten wie er allemaal wonen. Verder wil hij de financiële gegevens van die man. Wat kunt u over dit telefoongesprek verklaren?

A: Dit is weer een informatieverzoek van [verdachte] aan mij.

V: Wat was de reden dat [verdachte] juist u belde met deze vraag om informatie?

A: Omdat ik bij de Belastingdienst werkzaam was en beschikte over de benodigde informatiebronnen.

V: Wat heeft u uiteindelijk gedaan met het verzoek van [verdachte] ?

A: Voor zover ik de gevraagde gegevens heb kunnen achterhalen heb ik deze verstrekt aan [verdachte] . Dit kunt u dan terugvinden in het eerder genoemde computerbestand op de inbeslaggenomen laptop van de Belastingdienst.

V: Welke informatie hebt u uiteindelijk verstrekt aan [verdachte] en/of [C] CV?

A: Als we af moeten gaan op het telefoongesprek denk ik aan financiële gegevens van de genoemde [betrokkene 6] . Verder vroeg hij mij om gegevens wie er nog meer op het eerder genoemde adres ingeschreven stonden.

V: Op welke wijze moest de gevraagde informatie aangeleverd worden?

A: Vermoedelijk op de bekende wijze. Ik bedoel hiermee het verwerkt in een word document. Dit document in een enveloppe gedaan en deze afgeleverd bij [verdachte] .

V: Van welke computersystemen heeft u hiervoor gebruik gemaakt?

A: Bij deze informatie denk ik aan BVR en RENS.

17. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , respectievelijk werkzaam als inspecteur van politie bij de Rijksrecherche en werkzaam als opsporingsambtenaar bij de Belastingdienst/FIOD, opgemaakt proces-verbaal, genummerd 20080048, gesloten en getekend op 27 april 2009 te Zwolle, als bijlage (p. 567 t/m p. 569) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende de verklaring van [betrokkene 1] , - zakelijk weergegeven -:

(...)

V: In het telefoongesprek geeft [verdachte] u de namen door van [betrokkene 7] en [betrokkene 8] . Wat is hier de bedoeling van?

A: [verdachte] wil financiële informatie over deze personen. Dit is een voorbeeld van een informatieverzoek van [verdachte] .

V: Wat was de reden dat [verdachte] juist u belde met deze vraag om informatie?

A: Omdat ik bij de Belastingdienst werkte en daardoor over de gevraagde informatie kon beschikken.

V: Wat heeft u uiteindelijk gedaan met het verzoek van [verdachte] ?

A: Gehonoreerd, ik heb de informatie verschaft aan [verdachte] .

V: Welke informatie hebt u uiteindelijk verstrekt aan [verdachte] en/of Cipol Recherche CV?

A: Ik neem aan de informatie waar hij om vroeg.

(...)

18. Een schriftelijk bescheid, als bijlage (p. 1686) gevoegd aan het stamproces-verbaal, zijnde een relaas van een tapgesprek, - zakelijk weergegeven -:

Rapport: Mbt telefoongesprek

sessienr: 470

Datum: 09-12-2008

[verdachte] bum [betrokkene 1] (Ing). [verdachte] vraagt of hij stoort. Het kan wel even. [verdachte] vraagt of [betrokkene 1] niet vrijuit kan praten. Dat kan hij inderdaad niet. Daarna woordelijk:

[verdachte] : Ik heb toen die gegevens gekregen van die [betrokkene 7] en die [betrokkene 8] , dat is eh

[betrokkene 1] : Ja

[verdachte] : [betrokkene 7] heeft sofinummer [004]

[betrokkene 1] : Ja

[verdachte] : en [betrokkene 8] heeft [005] . eh

[betrokkene 1] : Was dat van afgelopen maandag?

[verdachte] : ja Ja klopt

[betrokkene 1] : Ja ja ok ja

[verdachte] : en mijn vraag is wat hadden zij in 2007 op de bankrekeningnummers staan

[betrokkene 1] : ok

[verdachte] : Dat zou ik wel heel erg interessant vinden.

[betrokkene 1] : Dat had je er niet bij vermeld

[verdachte] . Nee nee bij die andere ook niet, maar dat is ook niet zo heel interessant. Voor die ander is dat niet zo interessant.

[betrokkene 1] : Eindtotaal 2007.

[verdachte] : Ja

[betrokkene 1] : Ja dat speel ik je nog door.

(...)

22. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , respectievelijk werkzaam als inspecteur van politie bij de Rijksrecherche en werkzaam als opsporingsambtenaar bij de Belastingdienst/FIOD, opgemaakt proces-verbaal, genummerd 20080048, gesloten en getekend op 29 april 2009 te Zwolle, als bijlage (p. 587 t/m p. 591) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende de verklaring van [betrokkene 1] , - zakelijk weergegeven -:

SMS bericht (sessienummer 473)

O: Op 09 december 2008 omstreeks 10.05 uur, ontvangt uw telefoonaansluiting (06- [002] ) een sms bericht van de telefoonaansluiting van [verdachte] (06- [003] ). De tekst van het sms bericht luidt:

" [betrokkene 10] , [geboortedatum] -1969"

V: Wat is de bedoeling van deze sms?

A: Ik denk dat [verdachte] met dit sms bericht wil weten waar deze persoon woont. Wie er nog meer wonen op dat adres en de inkomensgegevens van deze persoon.

(...)

24. Een schriftelijk bescheid, als bijlage (p. 1749) gevoegd aan het stamproces-verbaal, zijnde een relaas van een tapgesprek, - zakelijk weergegeven -:

(...)

[verdachte] : Kun jij schrijven

[betrokkene 1] : Ja dan moet ik de auto even aan de kant zetten, maar eh hoezo dan

[verdachte] : dan sms ik jou wel, maar eh ik heb een precair geval die jij waarschijnlijk kent

[betrokkene 1] : o

[verdachte] : ik heb de gegevens nodig van eh... onze aller grote vriend [betrokkene 11]

[betrokkene 1] : oh ja na goed dan eh wordt dat toch niet eerder dan eh...volgende week maandag, want ik ben nou op pad dus eh

[verdachte] : dat weet ik maar dat geeft ook niet, maar ik geef jou even de gegevens van hem en eh...

[betrokkene 1] : doe maar sms maar

[verdachte] : Ik moet even weten of hij in gemeenschap van goederen getrouwd is op niet want die heeft er zo'n zooitje van gemaakt maar goed dat vertel ik je wel nog

[betrokkene 1] : ja ja

[verdachte] : maar goed ik zal jou de gegevens even door sms'en dan eh... als jij dan ... onverstaanbaar... echtgenote dat is de verleden tijd van echt genieten dat weet je he... van [betrokkene 12] en [betrokkene 11] dan eh ... zijn we weer gelukkig...."

2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"De verdediging heeft betoogd - kort gezegd en zakelijk weergegeven - dat niet voldaan is aan het vereiste opzet van verdachte op uitlokking en het aanzetten van een ander, te weten [betrokkene 1] tot het plegen van enig strafbaar feit. Het enkele verzoeken om informatie te verstrekken is onvoldoende om uitlokking aan te nemen. Er was voorts geen sprake van een psychische omslag bij [betrokkene 1] , in die zin dat bij die [betrokkene 1] als gevolg van het handelen van verdachte het opzet tot het plegen van een strafbaar feit ontstond, waar dat daarvoor niet het geval was.

Het hof overweegt dat, blijkens de jurisprudentie, onder het verschaffen van inlichtingen gezien kan worden het doen van mededelingen van feitelijke aard die van belang zijn met het oog op het te plegen delict, in die zin dat zij geschikt zijn om in de omstandigheden van het geval te bewerkstelligen dat het delict wordt gepleegd. Het hof is van oordeel dat van een dergelijke situatie sprake was op het moment dat verdachte een concreet verzoek om informatie indiende bij [betrokkene 1] en verdachte met die bedoeling de namen van de personen, waar de gewenste informatie betrekking op moest hebben, aan [betrokkene 1] gaf. De omstandigheid dat [betrokkene 1] in een eerder stadium in algemene zin te kennen had gegeven open te staan voor dit soort verzoeken, doet daar niet aan af."

3 Beoordeling van het eerste middel

3.1.

Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat de door de verdachte verstrekte gegevens kunnen worden aangemerkt als "inlichtingen" als bedoeld in art. 47, eerste lid onder 2, Sr.

3.2.

Onder inlichtingen als bedoeld in art. 47, eerste lid onder 2, Sr zijn begrepen mededelingen van feitelijke aard die van belang zijn met het oog op het te plegen delict, in die zin dat deze geschikt zijn om in de omstandigheden van het geval te bewerkstelligen dat het delict wordt gepleegd (vgl. HR 27 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0260, NJ 2001/308).

3.3.

Het Hof heeft met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 3.2 is vooropgesteld, geoordeeld dat de door de verdachte verstrekte gegevens over de personen over wie hij nadere informatie wenste te verkrijgen, als inlichtingen in de zin van art. 47, eerste lid onder 2, Sr kunnen worden aangemerkt. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk.

3.4.

Het middel faalt.

4 Beoordeling van het tweede middel

4.1.

Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft geoordeeld dat sprake is van uitlokking, omdat [betrokkene 1] uit zichzelf had aangeboden informatie te verstrekken.

4.2.

Een zekere bereidheid in algemene zin tot het plegen van – mogelijk soortgelijke - strafbare feiten bij degene die zou zijn uitgelokt, staat aan uitlokking niet in de weg, omdat het er bij uitlokking om gaat dat de uitgelokte door de uitlokker met gebruikmaking van één of meer uitlokkingsmiddelen wordt aangezet tot het plegen van een specifiek strafbaar feit (vgl. HR 13 mei 1975, ECLI:NL:HR: 1975:AB4660, NJ 1975/386).

4.3.

Het oordeel van het Hof dat de omstandigheid dat [betrokkene 1] in een eerder stadium in algemene zin te kennen had gegeven open te staan voor informatieverzoeken, aan de tenlastegelegde uitlokkingen niet af doet, geeft derhalve niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.

4.4.

Het middel faalt.

5 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

6 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2016.