Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:2225

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-09-2016
Datum publicatie
30-09-2016
Zaaknummer
15/05550
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:911, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2015:3462, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Strafrecht. Kort geding tot staking tenuitvoerlegging gedeelte van vrijheidsstraf. Misslag in strafvonnis door overschrijding wettelijk strafmaximum bij cumulatie (art. 63 Sr)? Gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken. Art. 5 EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2016/351
RvdW 2016/1013
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

30 september 2016

Eerste Kamer

15/05550

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting te Vught,

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. N.C. van Steijn,

t e g e n

de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie),
zetelende te ’s-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. G.C. Nieuwland.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Staat.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak C/09/449835/KG ZA 13-1006 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 18 oktober 2013;

b. het arrest in de zaak 200.138.048/01 van het gerechtshof Den Haag van 29 september 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren V. van den Brink en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 30 september 2016.