Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:205

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-02-2016
Datum publicatie
09-02-2016
Zaaknummer
15/01587
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2643, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:406, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid in h.b. Ontbreken appelmemorie. Het Hof heeft mede op de grond dat door verdachte geen appelschriftuur is ingediend, verdachte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in het ingestelde h.b. De inhoud van de aan de cassatieschriftuur gehechte “transactierapporten” biedt echter voldoende grond voor het ernstige vermoeden dat namens verdachte per fax een schriftuur houdende grieven is ingediend. Op grond hiervan moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat een dergelijke schriftuur wel is ingediend. De HR wijst de zaak terug.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2016/413
RvdW 2016/301
SR-Updates.nl 2016-0099
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 februari 2016

Strafkamer

nr. S 15/01587

DAZ/KD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 januari 2015, nummer 20/001280-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S. Ben Tarraf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel keert zich tegen 's Hofs niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep.

2.2.1.

Het Hof heeft de verdachte mede op de grond dat door hem geen schriftuur houdende grieven is ingediend, niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep.

2.2.2.

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt in dat verband in:

"De advocaat-generaal deelt mede.

Verdachte heeft geen grieven tegen het vonnis ingediend. Ik vorder dat het hof verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep.

De raadsman deelt mede.

Hoewel ik niet gemachtigd ben, wens ik op te merken dat zich een grievenformulier in het dossier bevindt. De advocaat die het appel heeft ingesteld, heeft het grievenformulier ingevuld.

De advocaat-generaal deelt mede geen ingevuld grievenformulier in het dossier te hebben aangetroffen.

De voorzitter en de leden van het hof stellen vast dat zich in het dossier geen grievenformulier bevindt."

2.3.

In het middel wordt gesteld dat door de raadsman van de verdachte een schriftuur in de zin van art. 410 Sv is ingediend bij de Rechtbank Oost-Brabant betreffende het in de onderhavige zaak bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Oost-Brabant van 14 april 2014.

Ter staving van deze stelling zijn aan de cassatieschriftuur twee kopieën gehecht van een transactierapport.

In elk van deze transactierapporten is onder meer het volgende afgedrukt:

"Rechtbank Oost-Brabant

Grievenformulier Hoger beroep

(...)

Parketnummer 01-022158-14

(...)

ik wil een nieuwe behandeling om de volgende reden(en): Dagvaarding nietig omdat niet is voldaan aan het vereiste van artikel 260 lid 5. Verdachte spreekt, leest en verstaat geen Nederlands."

Uit de transactierapporten is af te leiden dat voormeld grievenformulier op 8 mei 2014 om 18:35 uur per fax is verzonden naar het nummer 073-6204489 en om 18:36 uur naar het nummer 073-6202583. Op ieder van voornoemde transactierapporten staat een vakje "Type/Opmerking" met daarbij vermeld "OK". Door de Advocaat-Generaal ingewonnen inlichtingen, zoals weergegeven in zijn conclusie in voetnoot 2, houden in dat deze nummers destijds als faxnummer in gebruik waren bij de centrale informatiebalie onderscheidenlijk de strafgriffie van de Rechtbank Oost-Brabant.

2.4.

Het Hof heeft mede op de grond dat door de verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend, de verdachte op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep. De inhoud van de onder 2.3 vermelde stukken biedt echter voldoende grond voor het ernstige vermoeden dat namens de verdachte een schriftuur houdende grieven is ingediend. Op grond hiervan moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat een dergelijke schriftuur wel is ingediend.

2.5.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2016.