Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:1392

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-07-2016
Datum publicatie
05-07-2016
Zaaknummer
15/01218
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:568, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:633, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Klimop-zaak. Oud-notaris. 1. Valsheid in geschrift. Opzet. Art. 225 Sr. 2. Tll. Opgave feit. Artt. 261.1 Sv. en 1 en 9 Wet Mot. 3. Strafverzwarende omstandigheid. Art. 44 Sr. Ad 1. Gelet op de specifieke f&o van het onderhavige geval, heeft het Hof uit de bewijsvoering kunnen afleiden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het valselijk opmaken van de koopovereenkomst zoals onder 3 bewezenverklaard, alsmede dat verdachtes opzet daarop was gericht. Ad 2. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de aanduiding “ongebruikelijke transactie” mede feitelijke betekenis heeft en dat de tll. wat betreft de opgave van het feit voldoet aan de eisen van art. 261.1 Sv geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 3. Het Hof heeft ten onrechte art. 44 Sr in aanmerking genomen nu dit niet in de tll is opgenomen en door wettige bm is bewezen (vgl. voor art. 43a Sr ECLI:NL:HR:2012:BX6916). Dit behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden wegens gebrek aan voldoende rechtens te respecteren belang, nu de opgelegde gevangenisstraf ruimschoots beneden het op de bewezenverklaarde feiten gestelde strafmaximum blijft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2016/1434
RvdW 2016/846
NJ 2016/319 met annotatie van
SR-Updates.nl 2016-0281
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 juli 2016

Strafkamer

nr. S 15/01218

DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 februari 2015, nummer 23/000340-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.R. Doorenbos, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het vijfde middel

2.1.

Het middel klaagt dat het onder 3 bewezenverklaarde opzet op de valsheid niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:

"hij op of omstreeks 1 februari 2006 in Nederland, een koopovereenkomst (D-0316), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk en in strijd met de waarheid in die koopovereenkomst in artikel 6, onder b de tekst opgenomen: "Hij is voornemens het verkochte te gebruiken als beleggingsobject bestemd voor de verhuur en - voor zoveel het de woningen betreft - verkoop na het einde van de huurovereenkomst", terwijl in werkelijkheid [Y] BV ten tijde van het opmaken van die koopovereenkomst niet het voornemen heeft gehad het gekochte als belegging te gebruiken en het voornemen had het gekochte binnen zeer korte tijd door te verkopen en verdachte, ten tijde van het opmaken van die koopovereenkomst, dit wist, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"104. Een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van ambtshandeling 'algemeen inzake project 126', gedateerd 10 april 2009, inhoudende (AH-0973):

(p. 5):

Project 126 is de aanduiding voor het gedeelte van het strafrechtelijke onderzoek dat betrekking heeft op een zogenaamde pakketverkoop die op 1 februari 2006 zijn definitieve beslag krijgt.

In de betreffende akten van levering zijn de onroerend goed objecten aangeduid met letters:

- A t/m Y Woningen, kantoor en praktijkruimten in Amsterdam;

- Z Bedrijfsonroerend goed, gebouw "Schiphol-Rijk", gelegen aan de Tupolevlaan in Schiphol-Rijk (ook wel het Unisys gebouw genoemd);

- AA Bedrijfsonroerend goed, gebouw "Telespy", gelegen aan de Arlandaweg, Tempelhofstraat en Carrascoplein in Amsterdam;

- BB Bedrijfsonroerend goed, gebouw " [D] ", gelegen aan de Europalaan in Utrecht.

(p. 102):

2.7.2.

Koop, levering en betaling schakel

PPF - [Y]

(D-0316) [Wij] ontvingen het koopcontract van project 126 tussen Stichting Philips Pensioenfonds en [Y] B.V. Het betreft hier de verkoop van de gehele portefeuille onroerend goed bestaande uit de objecten A t/m Y, Z, AA en BB.

(p. 105):

2.7.3.

Koop, levering en betaling schakel [Y] - [D] B.V.

(D-0319) [Wij] ontvingen het koopcontract van project 126 tussen [Y] B.V. en [D] B.V. Het betreft hier de verkoop van de gehele portefeuille onroerend goed bestaande uit de objecten A t/m Y, Z, AA en BB.

(p. 109):

2.7.4.

Koop, levering en betaling schakel [D] B.V. - [E] N.V.

(D-0322) [Wij] ontvingen het koopcontract van project 126 tussen [D] B.V. en [E] N.V. Het betreft hier de verkoop van de portefeuille onroerend goed bestaande uit de objecten A t/m Y, Z, en AA. Object BB, het [D] , wordt niet verkocht en geleverd.

(p. 110):

2.7.5.

Koop, levering en betaling schakel [E] N.V. - Fortis

[Wij] ontvingen de koopovereenkomst (D-0301) tussen [E] en Fortis, voor in totaal € 400.624.000,-. Het betreft hier de verkoop van de portefeuille onroerend goed bestaande uit de objecten A t/m Y en Z. Object AA, het Telespy gebouw, wordt niet verkocht.

[Wij] ontvingen delen van de akte van levering van project 126 tussen [E] N.V. en Fortis. De akte is gepasseerd bij notaris A. [betrokkene 5] , op 1 februari 2006. Het betreft hier de levering van nagenoeg de gehele door [E] verkregen portefeuille onroerend goed bestaande uit de objecten A t/m Y en Z. Object AA, het Telespy gebouw, wordt niet geleverd en blijft in [E] N.V. achter.

In deze notariële akte lezen wij onder meer dat:

- de koopprijs € 402.843.456,- excl. omzetbelasting bedraagt,

- deze koopsom als volgt wordt uitgesplitst:

- € 372.593.456,- voor de objecten A t/m Y (woningen/kantoorkragen),

- € 30.250.000,- voor object Z, (Unisys);

105. Een schriftelijk bescheid, zijnde een namens partijen en door verdachte als notaris ondertekende koopovereenkomst van 1 februari 2006, inhoudende

(D-0316):

[Een zegel inhoudende:]

Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie

DE ONDERGETEKENDE:

Philips Real Estate Investment Management BV, die te dezen wordt vertegenwoordigd door haar enige bestuurder:

[betrokkene 23] ,

[medeverdachte 8] ,

en welke vennootschap te dezen wordt vertegenwoordigd om haar te doen handelen in haar hoedanigheid van schriftelijk gevolmachtigde (met de macht van substitutie) van STICHTING PHILIPS PENSIOENFONDS, hierna genoemd: verkoper,

VERKLAART TE HEBBEN VERKOCHT AAN DE MEDE-ONDERGETEKENDE: [Y] B.V., die te dezen wordt vertegenwoordigd door haar zelfstandig bevoegd bestuurder, [betrokkene 4] , hierna genoemd: koper,

DIE VERKLAART VAN EERSTGENOEMDE TE HEBBEN GEKOCHT: de registergoederen die zijn vermeld op de aan deze akte gehechte bijlage, genummerd 1, voor de prijs van DRIEHONDERDVIERENTACHTIGMILJOEN VIJFHONDERDTIENDUIZEND EURO (€ 384.510.000,00), exclusief omzetbelasting.

Definities

In dit koopcontract wordt verstaan onder:

5. "het verkochte":

de woningen en bedrijfsruimten, welke zijn gelegen te Amsterdam, aan:

de Bolestein;

de Nachtwachtlaan;

de Backerhagen;

Van Leyenberghlaan;

het Mensinge;

de Weerdestein/A.J. Ernststraat;

de Slangenburg/Gijsbrecht van IJsselsteinstraat/ Willem van Weldamlaan;

het Kiefskamp;

de Wamberg;

het Wildenborchlaa;

de bedrijfsruimten te Utrecht aan de Europalaan ( [D] );

de bedrijfsruimten te Amsterdam aan de Arlandaweg (Telespy);

de bedrijfsruimten te Haarlemermeer aan de Tupolevlaan (Schiphol-Rijk),

al welke percelen breder zijn omschreven in de bij deze akte behorende Bijlage 1.

Verklaringen van koper

Artikel 6

Koper verklaart:

b. Hij is voornemens het verkochte te gebruiken als beleggingsobject bestemd voor de verhuur en - voorzoveel het de woningen betreft - verkoop na het einde van een huurovereenkomst.

Getekend te Heemstede, op 01 februari 2006.

Verkoper, namens verkoper, [...]

Koper, namens koper, mw. mr. S.P.A. Mooren

Notaris

106. Een schriftelijk bescheid, zijnde een nota van afrekening van [...] aan [Y] BV, van 1 februari 2006, inhoudende (D-0315):

Zaaknummer: 2005JK20051630JC

Behandelaar: [verdachte]

Levering Te betalen

Koopprijs registergoed € 384.510.000,00

107. Een schriftelijk bescheid, zijnde een notariële akte van levering van 1 februari 2006, inhoudende

(D-0037):

Dossiernummer 2005.1630

Heden, een februari tweeduizend zes, zijn voor mij,

[verdachte] , notaris gevestigd te Heemstede, verschenen:

1. mevrouw mr. Sandra Petra Agnes Mooren, te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van Philips Real Estate Investment Management BV., die te dezen wordt vertegenwoordigd door haar enige bestuurders, te weten:

[betrokkene 23] ;

[medeverdachte 8] ,

en welke vennootschap te dezen wordt vertegenwoordigd om haar te doen handelen in haar hoedanigheid van schriftelijk gevolmachtigde (met de macht van substitutie) van STICHTING PHILIPS PENSIOENFONDS;

2. [...], als schriftelijk gevolmachtigde van, [betrokkene 4] , die deze volmacht mede verstrekte om hem te doen handelen in zijn hoedanigheid van enig bestuurder van [Y] B.V..

DE COMPARANTEN VERKLAREN HETGEEN VOLGT:

KOOP

1. Stichting Philips Pensioenfonds (hierna te noemen: verkoper) heeft verkocht aan [Y] B.V. (hierna te noemen: koper), die heeft gekocht: de hierna omschreven registergoederen, voor de prijs van DRIEHONDERDVIERENTACHTIGMILJOEN VIJFHONDERD TIENDUIZEND EURO (€ 384.510.000,00), welke koopsom als volgt wordt ondergesplitst, te weten - een koopsom van driehonderdzevenendertigmiljoen vierhonderdduizend euro (€ 337.400.000,00) voor de sub a tot en met y en bb omschreven registergoederen;

- (...)

2. Van de koopovereenkomst blijkt uit een onderhandse akte, die aan deze akte wordt gehecht, evenwel met uitzondering van de bij deze onderhandse akte behorende bijlagen, en wordt hierna aangeduid met "het koopcontract" (het hof begrijpt: de overeenkomst

D-0316).

OVERDRACHT

Ter uitvoering van vorengenoemde koop wordt deze akte door en namens partijen bestemd tot akte van levering van de verkochte registergoederen.

WAARVAN AKTE, verleden te Heemstede, op de datum als in het hoofd van deze akte gemeld, om zestien uur veertig minuten.

w.g. [verdachte]

108. Een schriftelijk bescheid, zijnde een namens partijen en door verdachte als notaris ondertekende koopovereenkomst van 1 februari 2006, inhoudende

(D-0319):

[Een zegel inhoudende:]

Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie

ONDERGETEKENDE:

[...] , te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van [betrokkene 4] , die deze volmacht mede verstrekte om hem te doen handelen in zijn hoedanigheid van enig bestuurder van:

[Y] B.V, hierna genoemd: verkoper,

VERKLAART TE HEBBEN VERKOCHT AAN DE MEDE-ONDERGETEKENDE: mevrouw mr. Sandra Petra Agnes Mooren, te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van [medeverdachte 1] , die deze volmacht mede verstrekte om hem te doen handelen in zijn hoedanigheid van enig bestuurder van " [E] N.V., die te dezen wordt vertegenwoordigd om haar te doen handelen in haar hoedanigheid van enig bestuurder: [D] B.V.,

hierna genoemd: koper,

DIE VERKLAART VAN EERSTGENOEMDE TE HEBBEN GEKOCHT:

de registergoederen die zijn vermeld op de aan deze akte gehechte bijlage, genummerd 1, voor de prijs van DRIEHONDERDZESENTACHTIGMILJOEN VIJFHONDERDTIENDUIZEND EURO (€ 386.510.000,00), exclusief omzetbelasting.

Definities

In dit koopcontract wordt verstaan onder:

5. "het verkochte":

de woningen en bedrijfsruimten, welke zijn gelegen te Amsterdam, aan:

de Bolestein;

de Nachtwachtlaan;

de Backerhagen;

Van Leyenberghlaan;

het Mensinge;

de Weerdestein/ A.J. Ernststraat;

de Slangenburg/Gijsbrecht van IJsselsteinstraat/ Willem van Weldamlaan;

het Kiefskamp;

de Wamberg;

het Wildenborchlaan;

de bedrijfsruimten te Utrecht aan de Europalaan ( [D] );

de bedrijfsruimten te Amsterdam aan de Arlandaweg (Telespy);

de bedrijfsruimten te Haarlemmermeer aan de Tupolevlaan (Schiphol-Rijk),

al welke percelen breder zijn omschreven in de bij deze akte behorende Bijlage I.

Getekend te Heemstede, op 01 februari 2006.

Verkoper, [...] , namens verkoper

Koper, mw. mr. S.P.A. Mooren, namens koper

Notaris

109. Een schriftelijk bescheid, zijnde een notariële akte van levering van 1 februari 2006, inhoudende

(D-0038):

Dossiernummer 2005.1630

Heden, een februari tweeduizend zes, zijn voor mij,

[verdachte] , notaris gevestigd te Heemstede, verschenen:

1. [...] , te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van [betrokkene 4] , die deze volmacht mede verstrekte om hem te doen handelen in zijn hoedanigheid van enig bestuurder van [Y] B.V.

2. mevrouw mr. Sandra Petra Agnes Mooren, te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van [medeverdachte 1] , die deze volmacht mede verstrekte om hem te doen handelen in zijn hoedanigheid van enig bestuurder van [E] N.V., die te dezen wordt vertegenwoordigd om haar te doen handelen in haar hoedanigheid van enig bestuurder van [D] B.V,

DE COMPARANTEN VERKLAREN HETGEEN VOLGT:

KOOP

1. [Y] B.V. (hierna te noemen: verkoper) heeft verkocht aan [D] B.V. (hierna te noemen: koper), die heeft gekocht:

de hierna omschreven registergoederen, voor de prijs van DRIEHONDERDZESTACHTIGMILJOEN VIJFHONDERD TIENDUIZEND EURO (€ 386.510.000,00), exclusief omzetbelasting, welke koopsom als volgt wordt ondergesplitst, te weten:

- een koopsom van driehonderdnegentigmiljoen vierhonderdduizend euro (€ 339.400.000,00) voor de sub a tot en met y en bb omschreven registergoederen;

- (...);

2. Van de koopovereenkomst blijkt uit een onderhandse akte, die aan deze akte wordt gehecht, evenwel met uitzondering van de bij deze onderhandse akte behorende bijlagen, en wordt hierna aangeduid met "het koopcontract" (het hof begrijpt: de overeenkomst

D-0319).

OVERDRACHT

Ter uitvoering van vorengenoemde koop wordt deze akte door en namens partijen bestemd tot akte van levering van de verkochte registergoederen.

WAARVAN AKTE, verleden te Heemstede, op de datum als in het hoofd van deze akte gemeld, om zestien uur vier en veertig minuten.

w.g. [verdachte]

110. De ter terechtzitting in hoger beroep van 24 juni 2014 afgelegde verklaring van de verdachte, inhoudende:

(p. 20, 21):

Ik wist op het moment dat ik het koopcontract tussen PREIM/PPF en [Y] B.V.

(D-0316) opmaakte dat [Y] B.V. het pakket onroerend goed vrij snel zou doorverkopen aan een andere partij en daar twee miljoen euro omzet voor zou boeken.

Het verschil tussen beleggen en handel in onroerende zaken is er in mijn ogen in gelegen dat beleggen in onroerende zaken meestal voor een wat langere termijn is, bijvoorbeeld voor tien jaren, terwijl handel in onroerende zaken meestal voor een kortere termijn is.

111. Een op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor, gedateerd 8 juni 2009, inhoudende de verklaring van de verdachte, inhoudende (V73-05):

(p. 5, 6):

Vraag:

Hoe bent u betrokken geraakt bij het project 126?

Antwoord:

Het eerste contact moet voor zover ik mij kan herinneren in november of december 2005 zijn geweest. [Er] is contact met mij gelegd waarin een nieuwe opdracht is aangegeven en waarin een afspraak is gemaakt om hier met [medeverdachte 1] over te spreken.

[medeverdachte 1] zat in het eerste gesprek niet namens zichzelf maar namens 'n vennootschap van hem. Wat in het eerste gesprek door [medeverdachte 1] is gesteld is in ieder geval dat hij betrokken was bij een aanstaande aankoop van onroerend goed van Philips. Ik weet dat hij mij een aantal ordners heeft overhandigd om de zaak eigen te maken. In de ordners zat een beschrijving van het onroerend goed en een brief van Fortis. Volgens mij zaten in de ordners de eigendomsbewijzen van Philips, de splitsingsaktes in appartementsrechten, erfpachtakten en de brief van Fortis gericht aan volgens mij [medeverdachte 1] . [betrokkene 3] is de fiscalist van [medeverdachte 1] .

(p. 8):

Vraag:

Welke werkzaamheden heeft u allemaal verricht in het kader van de transactie van het project 126?

Antwoord:

Opmaken koopakten tussen Philips en [Y] en tussen [Y] en [D] .

De koopovereenkomst tussen Philips en [Y] , tussen [Y] en [D] zijn gelijkluidend met uitzondering van optredende partijen en de koopsom.

Verder betreft het de werkzaamheden als: het maken van de leveringsakten tussen dezelfde partijen als waarvoor een koopakte is opgemaakt.

112. Een door de rechter-commissaris opgemaakt proces-verbaal van verhoor van 8 oktober 2012, inhoudende de verklaring van de getuige [medeverdachte 1] :

(p. 5):

Er (hof: bij de 126-deal) was een heel voortraject. [betrokkene 3] heeft een belangrijk deel van de communicatie met [verdachte] voor zijn rekening genomen. Ik heb [verdachte] een aantal keren op hoofdlijnen bijgepraat.

Het is tot [verdachte] gekomen doordat ik samen met [betrokkene 3] , soms ik, soms hij, [verdachte] heb ingelicht over een aantal transacties die aanstaande waren. Uiteindelijk werd de blueprint zichtbaar en grofweg in de maand januari 2006 is er heel gericht gewerkt door [betrokkene 3] met [verdachte] om heel inhoudelijk te bepalen hoe de transacties zouden gaan lopen.

113. Een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor, gedateerd 10 juni 2009, inhoudende de verklaring van de verdachte, inhoudende (V73-06, p. 2):

(p. 2):

Vraag:

Wat is [Y] BV ( [Y] ) voor een bedrijf?

Antwoord:

Een makelaarskantoor op het gebied van de bedrijfsmakelaardij. Ik had er nog nooit zaken mee gedaan. Ik kende het niet eerder dan het project 126.

Vraag:

Waar kent u [betrokkene 4] van en heeft u vaker zaken met hem dan wel [Y] BV gedaan?

(p. 3):

Antwoord:

Via [medeverdachte 1] . Dat is geweest eind november, begin december 2005.

Ik heb zoals gezegd 3 tot 5 keer met [betrokkene 4] contact gehad. De ontmoetingen hebben plaatsgehad in de periode van eind november, begin december 2005 tot en met

1 februari 2006.

(p. 4):

Ik zie [betrokkene 4] in de rol als makelaar in project 126. [betrokkene 4] liep ook helemaal geen risico hierin, omdat [betrokkene 4] het direct doorstootte naar [medeverdachte 1] onder dezelfde condities met uitzondering van de koopprijs, als dat [Y] het gekocht had van Philips.

(p. 6):

Met [betrokkene 4] heeft [medeverdachte 1] afgesproken om het onder dezelfde condities als waarvoor [Y] het aankocht 1 op 1 door te leveren aan [medeverdachte 1] .

114. Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van verhoor, gedateerd 14 november 2007, inhoudende de verklaring van de getuige [betrokkene 3] . inhoudende (G018-01, pag. 4, 5):

Wij, [medeverdachte 1] , [betrokkene 4] , notaris [verdachte] en ikzelf, hadden een gesprek met betrekking tot het door mij genoemde project.

[medeverdachte 1] vertelde mij dat Philips een grote naam wilde als koper en dat daarom [Y] ertussen geschoven is. [E] was niet bekend, [Y] wel. [medeverdachte 1] regisseerde alles tijdens het gesprek, hij stelde de naam [Y] voor en [betrokkene 4] beaamde dat dit voor Philips acceptabel was.

[Y] B.V. is er inderdaad tussengeschoven. [medeverdachte 1] zei mij dat hij als [E] bij Philips zou aankloppen hij minder kans zou hebben op de Philips portefeuille dan met de naam [Y] B.V. Dat is ook de enige reden dat [betrokkene 4] daar aanwezig was denk ik. [medeverdachte 1] zat met de notaris allerlei zaken te bespreken over zijn plannen met het onroerend goed van Philips. Eigenlijk had [betrokkene 4] daar niks mee te maken, dat was een privé-zaak van [medeverdachte 1] . [betrokkene 4] heeft niets te maken met de verkoop van het project door [D] aan [E] . Dat bevestigt nog eens dat [betrokkene 4] door [medeverdachte 1] ertussen geschoven is. Ik heb u al verteld dat [medeverdachte 1] dat mij ook verteld heeft.

115. Een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor, gedateerd 12 augustus 2008, inhoudende als schriftelijke reactie van de getuige [betrokkene 3] op schriftelijk aan hem gerichte vragen van de FIOD/ECD, inhoudende (V49-04):

(p.10):

Bent u op enige wijze betrokken geweest bij de verkoop van het hiervoor bedoelde onroerend goedpakket van Stichting Philips. Pensioenfonds aan [Y] B.V. op 1 februari 2006?

[medeverdachte 1] is wel betrokken geweest bij die verkoop, hij was althans aanwezig bij een meeting die ik had met [verdachte] , [betrokkene 4] en mezelf inzake de overdracht van de portefeuille. Ik ben er in zoverre bij betrokken geweest dat in een gesprek bij de notaris [betrokkene 4] werd voorgesteld als de persoon die namens [Y] BV richting Philips als grote naam de transactie moest doen.

(p. 12):

Ik heb het verslag D-1002 gemaakt.

116. Een schriftelijk bescheid, zijnde een besprekingsverslag d.d. 21 december 2005, inhoudende

(D-1002):

Verslag bespreking d.d. 21 december 2005

Aanwezig: [medeverdachte 1] / [betrokkene 4] / [verdachte] /

[betrokkene 3]

[E] NV en [Y] (hierna " [Y] ") hebben samen de mogelijkheid verworven een pakket onroerende zaken te kopen van Philips Real Estate Management BV (hierna te noemen "Preim"). Dit pakket bestaat uit woningen en kantoren. In onderling overleg tussen [Y] en [E] is besloten [Y] als contractspartij te laten optreden. Tussen [E] en [Y] is afgesproken dat [Y] voor haar werkzaamheden bij wijze van premie een bedrag van € 2.000.000 verdient op de aan- en verkoop van het DG pakket. [E] NV neemt alle risico's op zich. [verdachte] zal uiterlijk 27 december een concept koop overeenkomst bij Preim neerleggen.

117. Een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor, gedateerd 1 juli 2009, inhoudende de verklaring van de getuige [betrokkene 2] . inhoudende (G171-01):

(p. 5):

Vraag:

Waar bestaat het project 126 volgens u uit?

Antwoord:

[medeverdachte 1] koopt van Philips Pensioenfonds onroerend goed.

Alles wat ik erover weet heb ik van twee momenten. Het eerste moment kort voor de transportdatum met de vraag van [verdachte] of ik de noodzaak van een MOT-melding zie. Daarna nog een keer aan de hand van een A4-tje waarop [verdachte] uitlegde hoe de transactie in elkaar stak. Dat was kort na de datum van doorzoeking in november 2007.

118. Een op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor, gedateerd 14 november 2007, inhoudende de verklaring van de getuige [betrokkene 4] , inhoudende (V034-04, p. 2):

Koper [D] BV ken ik niet, ik wist niet beter dan dat ik aan [E] verkocht.

De totaalprijs van € 386.510.000,- klopt, want dit is € 2.000.000,- meer dan de aankoopprijs die [Y] BV betaalde. Die € 2.000.000, - is alles wat ik met deze totale transactie heb verdiend.

119. Een schriftelijk bescheid, zijnde een ondertekende brief van [...] aan

[Y] BV, ter attentie van [betrokkene 4] , van 22 december 2005, inhoudende

(D-4161):

Geachte heer [betrokkene 4] ,

Conform afspraak zend ik u bijgaand:

- de ontwerp-koopovereenkomst;

- de ontwerp-akte houdende statutenwijziging;

Zoals ik u vandaag reeds telefonisch mededeelde staat het reglement van de NVM niet toe om te handelen in registergoederen. Door de statutenwijziging is er geen sprake meer van doeloverschrijding bij het onderhavige transport, doch het handelen blijft wel in strijd met het Reglement van de NVM.

[verdachte]

120. Een schriftelijk bescheid, zijnde een notariële akte, inhoudende (D-4164):

Heden, negen januari tweeduizend zes, is voor mij,

[verdachte] , notaris gevestigd te Heemstede, verschenen:

[betrokkene 24] .

De comparante verklaart hetgeen volgt:

1. De statuten van [Y] BV, zijn laatstelijk vastgesteld bij een op tien april tweeduizend twee verleden akte;

2. De algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap heeft in haar vergadering besloten om de statuten van de vennootschap partieel te wijzigen op de wijze, als hierna omschreven.

[verdachte] , notaris te Heemstede.

121. De ter terechtzitting in eerste aanleg van 20 november 2012 afgelegde verklaring van de verdachte, inhoudende:

U houdt voor dat uit het dossier volgt dat ik zag dat [Y] volgens de statuten niet kon handelen in onroerend goed en dat ik er vervolgens voor heb gezorgd dat de statuten zijn gewijzigd. Dat heb ik met [betrokkene 4] overlegd. Ik vond het niet nodig om de kosten voor de wijziging van de statuten apart in rekening te brengen."

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"Het ten laste gelegde feit onder 3 (valsheid in geschrift bij vastgoedproject 126)

Standpunt verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van dit feit vrijspraak bepleit en daartoe - kort en zakelijk weergegeven - het navolgende aangevoerd.

Bij aankoop van onroerende zaken dient onderscheid te worden gemaakt tussen 'eigen gebruik' en (de andere mogelijkheid) 'beleggen'. Gelet op de omvang van het pakket kan van eigen gebruik (in dit geval, door [Y] ) geen sprake zijn zodat de omschrijving 'beleggen' in de koopovereenkomst derhalve correct is. Dit beleggen kan ook voor (zeer) korte tijd geschieden waarna verkocht wordt om winst te genereren. Het vastgoed heeft als bestemming verhuur (en verkoop). Het doel van de koper is om het vastgoed te verwerven ter belegging: het betreft blijkens de overeenkomst immers een beleggingsobject. Het middel om deze belegging in dit geval te laten renderen is de doorverkoop. De overeenkomst is daarom niet vals. Collega-notaris [betrokkene 5] heeft in een verkoopovereenkomst tussen [E] en Fortis een soortgelijke passage opgenomen, terwijl een deel van de gekochte onroerende zaken dezelfde dag werd doorverkocht, desondanks is deze notaris niet vervolgd (pag. 63-65, pleitnotities).

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de verdachte van dit ten laste gelegde feit vrij te spreken. De verklaring waar het om gaat wordt in de overeenkomst door de koper opgenomen zodat de verkoper later niet voor verrassingen komt te staan als de koper het registergoed heel anders gaat gebruiken, dan waarvoor de verkoper het heeft verkocht. Het betreft een zekerheid voor de verkoper om claims te voorkomen (pag. 8, bijzonder requisitoir).

Beoordeling

Het hof verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt, waarbij voorop wordt gesteld dat waar in het navolgende wordt gesproken over koop en doorverkoop - ten behoeve van de leesbaarheid, voor zover van toepassing - (mede) wordt bedoeld de levering dan wel doorlevering.

De verdachte heeft in zijn functie van notaris de koopovereenkomst opgemaakt waarbij Stichting Philips Pensioenfonds (Philips) aan [Y] BV ( [Y] ) op 1 februari 2006 een pakket onroerende zaken verkoopt. In de overeenkomst is, voor zover hier van belang, opgenomen:

Verklaringen van koper

Artikel 6

Koper verklaart:

a. (...)

b. Hij is voornemens het verkochte te gebruiken als beleggingsobject bestemd voor de verhuur en - voor zoveel het de woningen betreft - verkoop na het einde van een huurovereenkomst.

[Y] heeft echter geen enkele intentie om het pakket te gebruiken als beleggingsobject, al dan niet met uitponden. [Y] koopt het pakket en verkoopt hetzelfde pakket binnen enkele minuten door aan [D] BV (een vennootschap van de medeverdachte [medeverdachte 1] ) en maakt daarbij een winst van € 2 miljoen. De verdachte treedt bij beide transacties op als notaris, de verkoop is in de maanden daaraan voorafgaand besproken en voorbereid met de medeverdachte [medeverdachte 1] en zijn belastingadviseur [betrokkene 3] . De verdachte weet dan ook, bij het opmaken van de koopovereenkomst tussen Philips en [Y] , dat het in wezen de medeverdachte [medeverdachte 1] is die het pakket van Philips koopt, [Y] is er door de medeverdachte

[medeverdachte 1] slechts tussengeschoven en ontvangt daarvoor een (forse) premie. De verdachte is in contact gekomen met [Y] via de medeverdachte [medeverdachte 1] . De verdachte had nog niet eerder van het bedrijf gehoord en heeft in het kader van de aan- en verkoop de directeur van [Y] slechts een aantal malen ontmoet. Omdat de statuten van [Y] niet voorzien in het handelen in onroerende zaken, verzorgt de verdachte een statutenwijziging zodat er geen sprake meer is van doeloverschrijding, maar nog altijd wel strijd met de richtlijnen van de NVM. De verdachte brengt daarvoor aan [Y] geen kosten in rekening.

De medevennoot [betrokkene 2] verklaart dat de verdachte hem heeft verteld dat de medeverdachte [medeverdachte 1] onroerende zaak heeft gekocht van Philips en daarbij garanties heeft gekregen van Philips, en dat de medeverdachte [medeverdachte 1] er in ieder geval bij het begin en bij het eind bij betrokken is geweest.

De getuige [betrokkene 3] bevestigt dat de medeverdachte [medeverdachte 1] alles regisseerde, en [Y] er tussen heeft geschoven. In een bijeenkomst met de verdachte, [betrokkene 4] (van [Y] ) en de getuige [betrokkene 3] heeft de medeverdachte [medeverdachte 1] uitgelegd dat dit (alleen) gebeurde vanwege de naamsbekendheid van [Y] . [Y] loopt verder geen risico en krijgt een bedrag van € 2 miljoen wat door [betrokkene 4] , de directeur van [Y] wordt bevestigd.

In de kern komt het er op neer dat de verdachte voor de medeverdachte [medeverdachte 1] de aankoop van een pakket onroerende zaken begeleidt. In dat kader wordt hij door de medeverdachte [medeverdachte 1] in contact gebracht met [Y] die het pakket zal kopen van Philips en direct weer doorverkoopt aan een vennootschap van de medeverdachte [medeverdachte 1] . De verdachte weet dat, zo bevestigt hij ter zitting van het hof, en hij weet ook dat [Y] daar

€ 2 miljoen mee verdient. Hij weet voorts dat het bij beleggen in onroerende zaken gaat om een langere termijn (van bijvoorbeeld tien jaar), terwijl handel in onroerende zaken ziet op een kortere termijn.

Door desondanks in de koopovereenkomst de passage op te nemen dat (koper) [Y] voornemens is het pakket te gebruiken als beleggingsobject bestemd voor verhuur en uitponden, heeft de verdachte willens en wetens deze overeenkomst (op dit onderdeel) valselijk opgemaakt. Immers, de verdachte wist dat [Y] het pakket onmiddellijk daarna zou doorverkopen en derhalve dit voornemen onmogelijk kon hebben. De overeenkomst was bedoeld (en heeft gediend) als grondslag voor de transport van het pakket onroerende zaken, zodat de verdachte ook het oogmerk had het als echt en onvervalst te gebruiken en te laten gebruiken.

De stelling van de verdediging dat slechts onderscheid gemaakt kan (moet) worden tussen 'eigen gebruik' en 'beleggen', is voor het hof niet te volgen. Binnen (de onderneming van) [Y] is 'eigen gebruik' inderdaad niet aan de orde, maar dan nog past het niet om geen onderscheid te maken tussen onroerende zaken die worden verworven om er over een langere periode rendement uit te halen (in de vorm van huurbaten en/of verkoopopbrengsten bij uitponding) dan wel als voorraad ter verkoop (op korte termijn doorverkoop teneinde alleen een transactieresultaat te behalen). In het onderhavige geval had [Y] evident en onmiskenbaar verkoop ten doel, zoals alleen al blijkt uit de verklaring van [betrokkene 4] die slechts € 2 miljoen wil 'vangen' en niet eens weet aan wie [Y] het pakket vier minuten later verkoopt. Alsdan was er op geen enkel moment sprake van enig voornemen tot verhuur en/of uitponden, en de verdachte was daar (van begin af aan) van op de hoogte.

Dat bedoelde passage in dit soort overeenkomsten (alleen maar) wordt opgenomen om claims te voorkomen, zoals het openbaar ministerie stelt, mag in zijn algemeenheid juist zijn bij partijen die te goeder trouw dergelijke overeenkomsten aangaan. Maar daar is in onderhavige zaak geen sprake van. Het gaat in onderhavige zaak immers om een opzetje van de medeverdachte [medeverdachte 1] , waarbij [Y] er tussen is geschoven als 'stroman', om het pakket onroerende zaken enkele minuten later door te leveren aan een vennootschap van de medeverdachte [medeverdachte 1] . De omstandigheid dat notaris [betrokkene 5] een soortgelijke passage in een verkoopovereenkomst heeft opgenomen treft dan ook geen doel, nog daargelaten dat in dit door de verdediging beschreven geval slechts een deel van de gekochte onroerende zaken direct werd doorverkocht en de rest wel degelijk als (langdurige) belegging werd gehouden door Fortis.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift, zoals ten laste gelegd."

2.3.

Het Hof heeft vastgesteld dat het 'in de kern er op neer [komt] dat de verdachte voor de medeverdachte [medeverdachte 1] de aankoop van een pakket onroerende zaken begeleidt' en hij 'in dat kader (...) door de medeverdachte [medeverdachte 1] in contact [wordt] gebracht met [Y] die het pakket zal kopen van Philips en direct weer doorverkoopt aan een vennootschap van de medeverdachte [medeverdachte 1] ', alsmede dat, naar de verdachte wist, [Y] hiervoor 'een (forse) premie' ontving. Op basis daarvan concludeert het Hof - niet onbegrijpelijk - dat het gaat 'om een opzetje van de medeverdachte [medeverdachte 1] , waarbij [Y] er tussen is geschoven als 'stroman', om het pakket onroerende zaken enkele minuten later door te leveren aan een vennootschap van de medeverdachte [medeverdachte 1] '. Gelet op die specifieke feiten en omstandigheden van het onderhavige geval, heeft het Hof uit de bewijsvoering kunnen afleiden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het valselijk opmaken van de koopovereenkomst zoals onder 3 bewezenverklaard, alsmede dat verdachtes opzet daarop was gericht.

2.4.

Het middel faalt.

3 Beoordeling van het zesde middel

3.1.

Het middel klaagt over het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de dagvaarding geldig is. Daartoe is aangevoerd dat de tenlastelegging onder 4 een onvoldoende duidelijke opgave van het feit behelst en derhalve in zoverre had moeten worden nietig verklaard.

3.2.

Aan de verdachte is onder 4 tenlastegelegd dat:

"hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2005 tot en met 1 augustus 2008 in/vanuit Heemstede, in elk geval in/vanuit Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) beroeps- en/of bedrijfsmatig (een) financiële dienst(en) heeft/hebben verleend, te weten het (telkens) adviseren en/of opstellen en/of passeren van (een) (notariële) (ver)koopakte(n) en/of (een) leveringsakte(n) met betrekking tot

- de verkoop op 1 februari 2006 te 16.40 uur van registergoederen ter waarde van Euro 384.510.000,- van de Stichting Philips Pensioenfonds (verkoper) aan [Y] B.V. (koper) (D-0037)

en/of

- (vervolgens) de verkoop op 1 februari 2006 te 16.44 uur van registergoederen ter waarde van Euro 386.510.000, - van [Y] BV (verkoper) aan [D] BV (koper) (D-0038)

en/of

- (daarop vervolgens) de verkoop op 1 februari 2006 te 16.49 uur van registergoederen ter waarde van 399.110.000, - van [D] BV (verkoper) aan [E] BV (koper) (D-0039)

en/of

de koop/verkoop/transactie van één of meer registergoed(eren) op één dag, waarbij [medeverdachte 1] en/of aan hem gelieerde rechtspersonen en/of een of meer (andere) tussenliggende partijen een winst hebben behaald van meer dan Euro 48.044.000,- in ieder geval van vele miljoenen euro's, althans een winst van Euro 31.044.000,- (Euro 12.600.000,- + Euro 18.444.000) en/of de/het gebouw(en)/pand(en) BB (" [D] ") en/of AA ("Telespy") (D-3937),

en/of

de (juridische) advisering aan J.F.M. [medeverdachte 1] en/of [E] NV met betrekking tot de verkoop van het gebouw/pand AA ("Telespy") (D-1372)

en/of

de (door)verkoop/overdracht op 1 maart 2007 van het gebouw/pand BB (" [D] ") door [D] BV aan [U] BV ten bedrage van Euro 32.000.000,- (D-0364)

en/of

de (door)verkoop/overdracht op 22 augustus 2007 van het gebouw/pand BB (" [D] ") door [U] BV aan [...] LLC ten bedrage van Euro 78.785.000,- (D-0352/D-0355) waarbij, hij, verdachte, (telkens) opzettelijk (in strijd met de verplichting, geformuleerd, in artikel 9 van de Wet melding ongebruikelijke transacties), die door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) verrichte ongebruikelijke transacties (als bedoeld in artikel 1 lid l onder d. van genoemde Wet) niet onverwijld en/of binnen 14 dagen na het bekend worden van het ongebruikelijke karakter van de transactie(s) heeft/hebben gemeld aan het meldpunt als bedoeld in die wet."

3.3.

Het middel, dat doelt op de in de tenlastelegging voorkomende klaarblijkelijk aan art. 1 en art. 9 Wet melding ongebruikelijke transacties (oud) ontleende bewoordingen 'ongebruikelijke transactie', is tevergeefs voorgesteld. Het kennelijke oordeel van het Hof dat de aanduiding 'ongebruikelijke transactie' mede feitelijke betekenis heeft en dat de tenlastelegging wat betreft de opgave van het feit voldoet aan de eisen van art. 261, eerste lid, Sv, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

4 Beoordeling van het dertiende middel

4.1.

Het middel klaagt dat het Hof wat betreft de strafoplegging ten onrechte toepassing heeft gegeven aan

art. 44 Sr.

4.2.1.

Overeenkomstig de tenlastelegging is ten laste van de verdachte onder 1 bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 15 februari 2002 tot en met 17 september 2003 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, van:

- een geldbedrag van circa Euro 5.982.712 (exclusief btw) inzake het project "Solaris", en

- een geldbedrag van circa Euro 1.843.400 (exclusief btw) inzake het project "Coolsingel", en

- een geldbedrag van circa Euro 1.179.829 (exclusief btw) inzake het project "Hollandse Meester",

telkens de werkelijke aard en de herkomst heeft verborgen of verhuld,

door die geldbedragen te laten storten op een derdengeldrekening van Notaris [verdachte] (D-0014, D-0021, D-1234-1 t/m D-1234-5),

terwijl verdachte wist dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf."

4.2.2.

Het Hof heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als "medeplegen van witwassen".

4.2.3.

Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren. De door het Hof aan de oplegging van de straf gegeven motivering houdt onder meer in:

"Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Het hof hanteert als uitgangspunt voor de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf de door het LOVS in 2012 vastgestelde oriëntatiepunten die van toepassing zijn op fraudezaken. Uit de bewezenverklaarde feiten volgt dat de verdachte vele miljoenen euro's heeft witgewassen. Hij heeft daarbij zelf een voordeel verkregen van ruim fl. 1 miljoen, zowel in absolute als in relatieve zin (in vergelijking met de jaaromzet van zijn kantoor) een zeer aanzienlijk bedrag. Een gevangenisstraf van aanzienlijke duur is derhalve op zijn plaats, waarbij het hof voorts de volgende factoren betrekt.

De notaris heeft een bijzondere positie in het maatschappelijk verkeer. Van een notaris wordt onafhankelijkheid en onpartijdigheid verwacht. Daartoe heeft de notaris een geheimhoudingsplicht die wordt geschraagd door een wettelijk erkend verschoningsrecht, ter waarborging van zijn positie en het in hem gestelde vertrouwen. Dat noopt de notaris tot een zorgvuldige uitoefening van zijn ambt, waarbij hij diensten weigert die in strijd zijn met het recht of de openbare orde, of de handelingen die een ongeoorloofd doel of gevolg hebben. De notaris dient in zijn ambt de rechtszekerheid, hij is bij uitstek een functionaris bij wie betrouwbaarheid hoog in het vaandel moet staan. Dat geldt - uit de aard der zaak - ook voor het gebruik van de derdengeldrekening waar de notaris over beschikt en die ziet op gelden die hij in verband met zijn werkzaamheden 'als zodanig' onder zich neemt. Voor deze derdengeldrekening geldt de geheimhoudingsplicht evenzeer.

Dit alles heeft de verdachte met voeten getreden. Ook heeft hij het in hem gestelde vertrouwen beschaamd en zijn positie als professionele geheimhouder misbruikt door actief mee te werken aan het witwassen van miljoenen euro's die door misdrijf waren verkregen.

De Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden (de Commissie Van Traa) heeft al in 1996 gewaarschuwd voor de belangrijke faciliterende rol die notarissen kunnen vervullen voor de georganiseerde misdaad, een rol die de verdachte in deze zaak ook daadwerkelijk heeft vervuld: de verdachte heeft zijn deskundigheid verschaft aan de medeverdachten, hij heeft de benodigde afscherming aan zijn medeverdachten geboden, en hij heeft - door zijn betrokkenheid bij de transacties - de schijn van vertrouwen gewekt.

De bevindingen van de Commissie Van Traa waren voor de beroepsorganisatie van de verdachte aanleiding om maatregelen te nemen, die aan de verdachte kennelijk niet waren besteed. Ondanks deze waarschuwingen heeft hij willens en wetens - tegen een aanzienlijke vergoeding van ruim € 450.000 - zijn derdengeldrekening ter beschikking gesteld aan zijn medeverdachten voor het faciliteren van een geldstroom waarvan hij wist dat deze een criminele oorspong had. Door zijn tussenkomst is niet alleen de aard en herkomst van deze geldstroom verborgen en verhuld, maar is daarenboven aan deze gelden (door het vertrouwen dat in het algemeen in de maatschappij bestaat in het ambt van notaris) een schijn van legitimiteit verleend.

Een notaris dient zich onkreukbaar op te stellen en ook als zodanig te handelen. Het in het algemeen in een notaris te stellen vertrouwen is door verdachtes handelen ernstig aangetast. Hij heeft slechts oog gehad voor zijn eigen gewin. Het hof vindt het handelen van de verdachte dan ook in hoge mate laakbaar, hetgeen de verdachte door het hof zwaar wordt aangerekend.

Daarnaast heeft verdachte in het project 126 afgezien - hoewel daartoe verplicht - van het melden van een ongebruikelijke transactie, en heeft hij inzake een door hem opgestelde verkoopovereenkomst valsheid in geschrift gepleegd.

Tevens rekent het hof de verdachte aan dat hij de strafbare feiten heeft gepleegd gedurende een lange periode.

Zoals hiervóór overwogen is het hof van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Nu hij daarbij gebruik heeft gemaakt van een middel, zijnde de derdengeldrekening, hem door zijn ambt geschonken, kan de op het feit gestelde straf, met uitzondering van een geldboete, met een derde worden verhoogd."

4.3.

Art. 44 Sr luidt:

"Indien een ambtenaar door het begaan van een strafbaar feit een bijzondere ambtsplicht schendt of bij het begaan van een strafbaar feit gebruik maakt van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken, kan de op het feit gestelde straf, met uitzondering van geldboete, met een derde worden verhoogd."

4.4.

Blijkens de strafmotivering heeft het Hof ter zake van het als "medeplegen van witwassen" gekwalificeerde feit art. 44 Sr in aanmerking genomen, zulks evenwel ten onrechte. De in dat artikel genoemde omstandigheden kunnen alleen tot verhoging van het strafmaximum leiden indien zij - zonodig alsnog op de voet van art. 312 Sv - aan de verdachte zijn tenlastegelegd en door middel van wettige bewijsmiddelen zijn bewezen (vgl. HR 25 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX6916 met betrekking tot art. 43a Sr). Het middel is dus terecht voorgesteld.

4.5.

Dit behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden wegens gebrek aan voldoende rechtens te respecteren belang. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat de gevangenisstraf van vier jaren mede is opgelegd ter zake van de overige bewezenverklaarde feiten, te weten: "als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen", "valsheid in geschrift", "overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 9 van de Wet melding ongebruikelijke transacties, opzettelijk begaan", en "deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven", en dat zonder toepassing te geven aan art. 44 Sr maar met toepassing van art. 57, eerste lid, Sr de opgelegde gevangenisstraf ruimschoots blijft beneden het op de bewezenverklaarde feiten gestelde strafmaximum van acht jaren.

5 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

6 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan, V. van den Brink, A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2016.