Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:1387

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-07-2016
Datum publicatie
05-07-2016
Zaaknummer
15/03519
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:576, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:655, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Klimop-zaak. OM-cassatie. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:733 m.b.t. daderschap van rechtspersonen. Het hof heeft onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtegang. Volgt vernietiging van de gegeven vrijspraak en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/895
SR-Updates.nl 2016-0280
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 juli 2016

Strafkamer

nr. S 15/03519

MD/AGE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 februari 2015, nummer 23/000618-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , gevestigd te [vestigingsplaats].

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Tenlastelegging en motivering van de gegeven vrijspraak

2.1.

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

"1.

(PROJECT SOLARIS):

Zij (van 14 april 1999 tot 26 februari 2009 optredend onder de handelsnaam [O] BV) op of omstreeks 19 december 2000 te Amsterdam en/of Heemstede, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een factuur van [O] BV gericht aan [M] BV ten bedrage van Fl. 1.000.000,- (exclusief btw) (D-0992/D-1574/D-1974), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

op/in die factuur vermeld dat door of namens [O] BV werkzaamheden en/of diensten zijn verricht ten behoeve van/voor [M] BV, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door of namens [O] BV zijn verricht ten behoeve van/voor [M] BV

en/of

op/in die factuur een factuurbedrag vermeld dat in werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft op de in die factuur vermelde werkzaamheden en/of diensten,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

2.

(PROJECT SOLARIS):

Zij (van 14 april 1999 tot 26 februari 2009 optredend onder de handelsnaam [O] BV) in of omstreeks de periode van 17 juli 2000 tot en met 27 december 2000 te Amsterdam en/of Heemstede, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk voorhanden heeft gehad vijf, althans een of meer, valse of vervalste factu(u)r(en) van [LL] BV (telkens) gericht aan [O] BV ten bedrage van in totaal circa Fl. 1.100.000,- (exclusief btw) (D-1964 en/of D-1934 en/of D-1935) en/of D-1936 en/of D-1937),

en/of

een valse of vervalste factuur van [UU] BV gericht aan [O] BV ten bedrage van circa Fl.300.000,- (exclusief btw) (D-1973), zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat/die geschrift(en) bestemd was/waren tot gebruik als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat op/in die factu(u)r(en) is vermeld dat door of namens [LL] BV en/of [UU] BV werkzaamheden en/of diensten zijn verricht ten behoeve van/voor [O] BV, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door of namens [LL] BV en/of [UU] BV zijn verricht ten behoeve van/voor [O] BV

en/of

op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) vermeld dat/die in werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten;

3.

(PROJECTEN HOLLANDSE MEESTER & SOLARIS & COOLSINGEL):

Zij (van 14 april 1999 tot 26 februari 2009 optredend onder de handelsnaam [O] BV) in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 1 april 2008 te Capelle aan den IJssel en/of Hoevelaken en/of Den Haag en/of Bergschenhoek en/of ’s-Gravenzande en/of Bilthoven en/of Amsterdam en/of Amstelveen en/of Heemstede en/of Bemmel en/of Buitenkaag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke personen en/of rechtspersonen, bestaande uit haar, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 8] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 4] en/of [H] BV en/of [I] BV en/of [J] BV (van 2 februari 1994 tot 14 augustus 2000 optredend onder de handelsnaam [K] BV) en/of [L] BV (van 14 augustus 2000 tot 5 april 2005 optredend onder de handelsnaam [K] BV) en/of [M] BV en/of [medeverdachte 10] en/of [N] BV en/of [P] BV en/of een of meer andere(n) (rechts)perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, namelijk onder meer:

- oplichting van Bouwfonds (artikel 326 WvSr)

- verduistering in dienstbetrekking bij Bouwfonds (artikel 322 WvSr)

- valsheid in geschrifte (artikel 225 WvSr)

- niet ambtelijke actieve en/of passieve omkoping (artikel 328ter WvSr)

- witwassen (artikel 420bis/420quater WvSr)

- opzetheling (artikel 416 WvSr)."

2.2.

Het Hof heeft de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde en daartoe het volgende overwogen:

"Ambtshalve overweging

De vertegenwoordiger van de verdachte, [medeverdachte 6], is zelf ook verdachte in de Klimopzaak. Hij heeft op verzoek van de medeverdachte [medeverdachte 2] als 'potje' (voor gelden) gefungeerd. Voor het ontvangen en verrichten van betalingen heeft de vertegenwoordiger van de verdachte gebruik gemaakt van zijn BV, de verdachte. De onderhavige ten laste gelegde feiten worden ook de vertegenwoordiger van de verdachte, als pleger dan wel als feitelijk leidinggever, verweten.

In de zaak van de vertegenwoordiger van de verdachte heeft het hof overwogen dat hij als pleger van de strafbare feiten dient te worden aangemerkt, omdat uit de bewijsmiddelen volgt dat de vertegenwoordiger van de verdachte zelf alle strafbare handelingen heeft verricht en hij zijn BV, de verdachte, daarbij enkel heeft gebruikt als middel om de strafbare gedragingen te kunnen plegen.

Dit leidt er toe dat de verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten."

3 Beoordeling van het middel

3.1.

Het middel komt op tegen de door het Hof gegeven vrijspraak van het tenlastegelegde.

3.2.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733 onder meer het volgende overwogen:

"3.4.1. (...) een rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien de desbetreffende gedraging redelijkerwijs aan die rechtspersoon kan worden toegerekend. Die toerekening is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de (verboden) gedraging. Een belangrijk oriëntatiepunt bij de toerekening is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Een dergelijke gedraging kan in beginsel worden toegerekend aan de rechtspersoon.

Van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon kan sprake zijn indien zich een of meer van de navolgende omstandigheden voordoen:

a) het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon,

b) de gedraging past in de normale bedrijfsvoering of taakuitoefening van de rechtspersoon,

c) de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf of in diens taakuitoefening,

d) de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard, waarbij onder bedoeld aanvaarden mede begrepen is het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging." (Vgl. HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7938, NJ 2006/32.)

3.3.

Door te overwegen als hiervoor onder 2.2 weergegeven heeft het Hof onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtegang.

Indien het heeft geoordeeld dat de verdachte niet als pleger of als medepleger aansprakelijk kan worden gesteld wegens de verboden gedragingen aangezien de vertegenwoordiger van de verdachte "als pleger van de strafbare feiten dient te worden aangemerkt", heeft het Hof miskend dat die enkele omstandigheid gelet op hetgeen hiervoor onder 3.2 is overwogen, niet aan een bewezenverklaring van het tenlastegelegde in de weg staat.

Indien het heeft geoordeeld dat de verboden gedragingen niet aan de verdachte kunnen worden toegerekend vanwege de omstandigheid dat de vertegenwoordiger van de verdachte "zelf alle strafbare handelingen heeft verricht" en hij de verdachte "daarbij enkel heeft gebruikt als middel om de strafbare gedragingen te kunnen plegen", heeft het zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd. Die omstandigheden staan immers niet zonder meer aan toerekening van de desbetreffende gedragingen aan de verdachte in de weg.

3.4.

Het middel slaagt.

4 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan, V. van den Brink, A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2016.