Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:1289

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-06-2016
Datum publicatie
24-06-2016
Zaaknummer
15/05705
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:4610
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2016/344 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 juni 2016

Nr. 15/05705

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 november 2015, nr. 13/01033, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2011 opgelegde aanslagen in de rioolheffing en de afvalstoffenheffing van de gemeente Maastricht.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft ter zake van betaling van het verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 15 februari 2016 in de gelegenheid gesteld de daarbij gevoegde verklaring omtrent afwezigheid van vermogen binnen twee weken na dagtekening van die brief, volledig ingevuld en ondertekend aan de Hoge Raad terug te zenden. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna het stuk op 8 maart 2016 per gewone post is verzonden aan het door belanghebbende opgegeven adres. De in de brief van 15 februari 2016 gestelde termijn eindigde op 29 februari 2016. Belanghebbende heeft van de bij laatstbedoelde brief geboden gelegenheid niet tijdig gebruik gemaakt. De op 5 april 2016 bij de Hoge Raad ingekomen stukken worden als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten.

Bij brief van 29 maart 2016 heeft de griffier van de Hoge Raad het beroep op betalingsonmacht afgewezen. Tevens is in die brief meegedeeld dat bij niet tijdige betaling van het griffierecht het beroep in cassatie niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens bij aangetekende brief van 31 maart 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 2 mei 2016 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk op 20 mei 2016 bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Belanghebbende heeft niet gereageerd.

Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2016.