Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:1234

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-06-2016
Datum publicatie
17-06-2016
Zaaknummer
15/03119
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:171, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:1309, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Vervangende toestemming tot erkenning kind (art. 1:204 lid 3 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/719
JWB 2016/230
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 juni 2016

Eerste Kamer

15/03119

LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. J. van Weerden,

t e g e n

1. [de vader] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. B.J. van Dorp,

2. mr. Birgitte LYNEN, in haar hoedanigheid van bijzonder curator van de minderjarige [de zoon] ,
kantoorhoudende te Kerkrade,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als enerzijds de moeder en anderzijds de vader respectievelijk de bijzonder curator.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikkingen in de zaak C/03/184068 / FA RK 13-1987 van de rechtbank Limburg van 18 november 2013 en 15 mei 2014;

b. de beschikking in de zaak F 200.154.114/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 april 2015.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vader en de bijzonder curator hebben ieder verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 17 juni 2016.