Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:1173

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-06-2016
Datum publicatie
10-06-2016
Zaaknummer
16/00972
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:467, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2016:1265, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Beëindiging zonder schone lei wegens tekortschieten in informatieplicht (art. 354 leden 1 en 2 in verbinding met art. 358 lid 2 Fw).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2016/218
RvdW 2016/712
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 juni 2016

Eerste Kamer

16/00972

LZ/RB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak C/19/12/339 R van de rechtbank Noord-Nederland van 4 december 2015;

b. het arrest in de zaak 200.181.817/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 februari 2016.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op grond van art. 80a lid 1 RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 5 – 7).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 juni 2016.