Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:1128

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-06-2016
Datum publicatie
10-06-2016
Zaaknummer
15/00418
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2014:5515
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie gegrond, zie ook 15/00425.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 juni 2016

Nr. 15/00418

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch van 19 december 2014, nrs. 13/01140 en 13/01141, op het hoger beroep van [X1] en [X2] te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. AWB 12/3424 en 12/3426) betreffende een door belanghebbenden op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.

1 Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.

Belanghebbenden hebben een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1.

Belanghebbenden hebben op 11 mei 2011 de eigendom verkregen van een onroerende zaak. Te dier zake hebben zij op 17 juni 2011 op aangifte een bedrag aan overdrachtsbelasting voldaan.

2.1.2.

Belanghebbenden hebben bezwaar gemaakt tegen het op deze aangifte voldane bedrag.

2.1.3.

Vervolgens heeft tussen de gemachtigde van belanghebbenden en de Inspecteur een uitgebreide schriftelijke en mondelinge gedachtewisseling plaatsgevonden.

2.2.

Bij uitspraak van 29 juni 2012 heeft de Inspecteur het bezwaar ongegrond verklaard. Hierbij heeft hij op grond van het bepaalde in artikel 4:18 Awb, beslist dat belanghebbenden niet in aanmerking komen voor toekenning van een dwangsom in de zin van artikel 4:17 e.v. Awb.

2.3.

Het middel slaagt op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 15/00425 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof, en

bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2016.