Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:1059

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-06-2016
Datum publicatie
03-06-2016
Zaaknummer
15/01322
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:451, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2014:8879, Bekrachtiging/bevestiging
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2012:3393, Bekrachtiging/bevestiging
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2012:961, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Levering vervuilde grond. Handelen in eigen naam of vertegenwoordiging. Kribbebijter-criterium. Eigen schuld (art. 6:101 BW). Schadebeperking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/660
AR 2016/1566
JWB 2016/206
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 juni 2016

Eerste Kamer

15/01322

EE/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 183732/HA ZA 09-679 van de rechtbank Arnhem van 8 juli 2009, 9 september 2009 en 23 december 2009;

b. de arresten in de zaak 200.064.769 van het gerechtshof Arnhem van 15 maart 2011, 25 oktober 2011, 3 april 2012, 20 november 2012 en de arresten in de zaak 200.064.769 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 oktober 2013, 1 april 2014 en 18 november 2014.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 3 april 2012, 20 november 2012, 1 april 2014 en 18 november 2014 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 25 maart 2016 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 3 juni 2016.