Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:1056

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-06-2016
Datum publicatie
03-06-2016
Zaaknummer
15/01250
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:170, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2015:2, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Advocatentuchtrecht. Bevoegdheid Deken disciplinair onderzoek in te stellen naar onbehoorlijke uitlatingen van advocaat. Voldoet art. 46 Advocatenwet als wettelijke grondslag voor inbreuk op vrijheid van meningsuiting? Art. 7 Gw; art. 10 EVRM. Toetsingsverbod, art. 120 Gw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/659
JWB 2016/204
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 juni 2016

Eerste Kamer

15/01250

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,

t e g e n

DE ORDE VAN ADVOCATEN IN HET ARRONDISSEMENT DEN HAAG,
zetelende te Den Haag,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. D.M. de Knijff.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Orde.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak C/09/441965 / KG ZA 13-474 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 14 juni 2013;

b. de arresten in de zaak 200.130.647/01 van het gerechtshof Den Haag van 5 november 2013 en 6 januari 2015.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 6 januari 2015 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Orde heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping ven het beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van31 maart 2016 op die conclusie gereageerd. De Hoge Raad heeft deze brief terzijde gelegd, nu deze niet is beperkt tot een beknopte reactie op de conclusie en de omvang van de reactie niet wordt gerechtvaardigd door nieuwe elementen in de conclusie.

3 Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Orde begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 3 juni 2016.