Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:1013

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31-05-2016
Datum publicatie
31-05-2016
Zaaknummer
15/04955
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:429, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2015:5406, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Vrijspraak moord/doodslag op partner en ongeboren kind. CAG: 80a RO. Klachten berusten op onjuiste lezing van het arrest van het hof, stellen eisen die geen steun vinden in het recht of gaan voorbij aan hetgeen het hof heeft overwogen, negeren hetgeen de verdachte is tenlastegelegd of normaal spraakgebruik, of miskennen vaste rechtspraak. HR: 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2016/697
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

31 mei 2016

Strafkamer

nr. S 15/04955

EC/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 juli 2015, nummer 21/001111-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsman van de verdachte, W.J. Ausma, advocaat te Utrecht, heeft het beroep tegengesproken.

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De advocaat van de benadeelde partij, G. Spong, advocaat te Amsterdam, heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2016.