Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:1001

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-05-2016
Datum publicatie
27-05-2016
Zaaknummer
16/00731
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:419, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2016:779, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging. Niet nakomen sollicitatieplicht (art. 350 lid 3 Fw).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2016/200
RvdW 2016/657
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 mei 2016

Eerste Kamer

16/00731

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer C/08/14/363 R van de rechtbank Overijssel van 20 mei 2014 en het vonnis in de zaak met insolventienummer R/363/14 van de rechtbank Overijssel van 3 november 2015;

b. het arrest in de zaak 200.179.941 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 februari 2016.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep met toepassing van art. 80a lid 1 RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 5-8).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 27 mei 2016.