Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2016:1000

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-05-2016
Datum publicatie
27-05-2016
Zaaknummer
16/00631
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:418, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2016:574, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Verklaring omtrent mogelijkheid buitengerechtelijke schuldregeling (art. 285 lid 1, onder f, Fw). Goede trouw van de schuldenaar (art. 288 lid 1, onder b, Fw). Inhoudelijke beoordeling in plaats van niet-ontvankelijkverklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2016/195
RvdW 2016/656
JWB 2016/212

Uitspraak

27 mei 2016

Eerste Kamer

16/00631

LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [verzoeker 1],

2. [verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekers].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaken C/16/399591/FT RK 15/1904 en C/16/402105/FT RK 15/2190 van de rechtbank Midden-Nederland van 28 oktober 2015;

b. het arrest in de zaken 200.179.719 en 200.179.685 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 januari 2016.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op grond van art. 80a lid 1 RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4-6).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 27 mei 2016.