Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:880

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-04-2015
Datum publicatie
08-04-2015
Zaaknummer
14/00989
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:373, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:395, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: art. 81.1 RO. De overschrijding van de inzendtermijn wordt gecompenseerd doordat de HR de zaak binnen 14 maanden na het instellen van het cassatieberoep afdoet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2015/547
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 april 2015

Strafkamer

nr. 14/00989

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 februari 2014, nummer 22/002486-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. K. Canatan en mr. G. Meijers, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Mr. K. Canatan heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste tot en met het negende middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het tiende middel

3.1.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2.

Nu de Hoge Raad de zaak binnen veertien maanden na het instellen van het cassatieberoep afdoet, waardoor de overschrijding van de inzendtermijn in voldoende mate wordt gecompenseerd, kan - wat betreft de totale duur van de behandeling in cassatie - niet worden gesproken van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM.

3.3.

Het middel faalt derhalve.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2015.