Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:759

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-03-2015
Datum publicatie
27-03-2015
Zaaknummer
14/00184
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:24, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2013:3987, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Grenzen van de rechtsstrijd. Hof heeft miskend dat geen grief is gericht tegen afwijzing vordering in eerste aanleg ten aanzien van één van de eisers. HR doet zelf de zaak af.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 11
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Burgerlijk Wetboek Boek 6 193b
Burgerlijk Wetboek Boek 6 193d
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 31
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2015/690
RvdW 2015/460
JWB 2015/120
JIN 2015/87 met annotatie van M. Essaghir en M.C. van Rijswijk
OR-Updates.nl 2015-0252
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 maart 2015

Eerste Kamer

nr. 14/00184

EE/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiser 1],

2. [eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,

t e g e n

1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],

2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],

3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],

4. [verweerder 4a] en [verweerster 4b],
wonende te [woonplaats] respectievelijk [woonplaats],

5. [verweerder 5a] en [verweerster 5b],
beiden wonende te [woonplaats],

6. [verweerder 6],
wonende te [woonplaats],

7. [verweerder 7a] en [verweerder 7b],
beiden wonende te [woonplaats],

8. [verweerster 8a], [verweerster 8b], [verweerder 8c] en [verweerder 8d] en [verweerster 8e],
allen erfgenamen van [betrokkene],
allen wonende te [woonplaats],

9. [verweerder 9a] en [verweerster 9b],
beiden wonende te [woonplaats],

10. [verweerder 10],
wonende te [woonplaats],

11. [verweerder 11],
wonende te [woonplaats],

12. [verweerder 12a] en [verweerster 12b],
beiden wonende te [woonplaats],

13. [verweerster 13a] en [verweerder 13b],
beiden wonende te [woonplaats],

14. [verweerder 14],
wonende te [woonplaats],

15. [verweerder 15],
wonende te [woonplaats],

16. [verweerder 16a] en [verweerster 16b],
wonende te [woonplaats] respectievelijk [woonplaats],

17. [verweerster 17],
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERDERS in cassatie, en sub 1 tot en met 16 eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. M.B.A. Alkema.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [verweerders]

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 214859/HA ZA 10-232 van de rechtbank Breda van 26 mei 2010 en 14 maart 2012;

b. het arrest in de zaak 200.110.314/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 3 september 2013.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. [verweerders] - met uitzondering van [verweerster 17] – hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt ertoe dat de Hoge Raad het bestreden arrest vernietigt voor wat betreft de jegens verweerder in het principale cassatieberoep sub 17 uitgesproken veroordelingen en de zaak zelf afdoet als weergegeven onder 3.19 van de conclusie.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

3.1

Verkort weergegeven en voor zover voor de onderstaande afdoening van belang, kan in cassatie van het volgende worden uitgegaan.

(i) [A] B.V. (hierna: [A]) houdt zich bezig met de aan- en verkoop van registergoederen.
[eisers] zijn (indirect) bestuurder van [A].

(ii) [A] heeft in 2008 percelen natuurterrein verkregen. Zij heeft vervolgens kavels daarvan te koop aangeboden onder vermelding van de verwachting dat de kavels te zijner tijd bebouwd mogen worden.

(iii) [eisers] waren betrokken bij zowel de bezichtigingen als de verkoopgesprekken.

(iv) [verweerders] hebben door [A] aangeboden kavels gekocht en geleverd gekregen.

(v) Nadien is gebleken dat de gronden in verband met hun natuurbestemming behoudens vrijstelling niet mogen worden bebouwd.

3.2

De rechtbank heeft – voor zover thans van belang – de tussen [verweerders] en [A] gesloten koopovereenkomsten vernietigd en heeft [A] veroordeeld tot terugbetaling van de koopsommen. Tevens heeft de rechtbank voor recht verklaard dat (onder anderen) [eisers] onrechtmatig hebben gehandeld jegens [verweerders] – behoudens [verweerster 17] – en jegens hen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor schade voortvloeiende uit niet-correcte voldoening aan de veroordeling door [A].

3.3

In het door (onder anderen) [A] en [eisers] ingestelde hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en – voor zover in cassatie van belang – voor recht verklaard dat (alleen) [A] en [eisers] onrechtmatig hebben gehandeld jegens [verweerders] en jegens hen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor schade voortvloeiende uit niet-correcte voldoening aan de veroordeling door [A].

3.4

Anders dan de rechtbank, heeft het hof [verweerster 17] als geïntimeerde niet uitgezonderd van de gegeven veroordeling, hetgeen betekent dat het hof voor recht heeft verklaard dat [eisers] jegens ook [verweerster 17] onrechtmatig hebben gehandeld en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor door die B.V. geleden schade zoals vermeld in het dictum van het arrest van het hof. Onderdeel e van het middel klaagt terecht dat het hof aldus buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden, nu [verweerster 17] geen (incidenteel) hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank heeft ingesteld.

3.5

De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.6

Het incidentele beroep is ingesteld onder een voorwaarde die niet is vervuld (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.1). Dit beroep behoeft derhalve geen behandeling.

3.7

Het arrest van het hof zal worden vernietigd in verband met hetgeen hiervoor in 3.4 is overwogen.
De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

vernietigt het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 3 september 2013, doch uitsluitend voor zover daarin voor recht is verklaard dat [eiser 1] en [eiser 2] onrechtmatig hebben gehandeld jegens geïntimeerde sub 17 ([verweerster 17]) en jegens die geïntimeerde hoofdelijk aansprakelijk zijn, en, in zoverre opnieuw recht doende:

vervangt in het vierde tekstblok van het dictum van het arrest van het hof (aanvangend met “verklaart voor recht”) telkens “geïntimeerden sub 1 tot en met 17” door “geïntimeerden sub 1 tot en met 16”;

compenseert de kosten van het geding in cassatie in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 27 maart 2015.