Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:633

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-03-2015
Datum publicatie
18-03-2015
Zaaknummer
13/04124
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2013:991
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:200
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Slagende betekeningsklacht. De aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking vermeldt niet waarom die dgv niet is kunnen worden uitgereikt, terwijl uit die akte evenmin blijkt dat een bericht van aankomst is achtergelaten aan de woning van verdachte. Uit het samenstel van de bepalingen van art. 588.1 en 3 Sv vloeit voort dat, alvorens wordt overgegaan tot uitreiking van het gerechtelijk schrijven aan de griffier van de Rb, het schrijven daadwerkelijk moet zijn aangeboden aan de woning van de geadresseerde, met achterlating van een bericht van aankomst indien aldaar niemand is aangetroffen. ’s Hofs kennelijke oordeel dat daaraan i.c. is voldaan is gelet op de inhoud van de akte van uitreiking niet begrijpelijk. HR doet de zaak zelf af en verklaart de appeldgv om doelmatigheidsredenen nietig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2015/443
NJB 2015/652
SR-Updates.nl 2015-0134
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 maart 2015

Strafkamer

nr. S 13/04124

DAZ/EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 7 maart 2013, nummer 22/003481-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.R. Kellermann, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het tweede middel

2.1.

Het middel klaagt dat het Hof de appeldagvaarding ten onrechte niet nietig heeft verklaard. Het betoogt daartoe dat niet blijkt dat een bericht van aankomst is achtergelaten.

2.2.

De bestreden uitspraak is bij verstek gewezen. Bij de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken bevindt zich een aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking, die niet vermeldt waarom die dagvaarding op 4 januari 2013 niet is kunnen worden uitgereikt, terwijl uit die akte evenmin blijkt dat een bericht van aankomst is achtergelaten aan de woning van de verdachte.

2.3.

Art. 588 Sv luidt als volgt:

"1. De uitreiking geschiedt:

(...)

b. aan alle anderen: in persoon of indien betekening in persoon niet is voorgeschreven en de mededeling in Nederland wordt aangeboden:

1°. aan het adres waar de geadresseerde als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, dan wel,

(...)

3. Indien in het geval bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 1° (...),

(...)

b. niemand wordt aangetroffen, geschiedt de uitreiking aan de geadresseerde of aan een door deze gemachtigde op de plaats die vermeld wordt in een schriftelijk bericht dat op het in de mededeling vermelde adres wordt achtergelaten. Uitreiking aan een door de geadresseerde schriftelijk gemachtigde geldt als betekening in persoon;

c. geen uitreiking heeft kunnen geschieden, wordt de mededeling teruggezonden aan de autoriteit van welke zij is uitgegaan. Indien blijkt dat de geadresseerde op de dag van aanbieding en tenminste vijf dagen nadien als ingezetene in de basisregistratie personen was ingeschreven op het in de mededeling vermelde adres, wordt de mededeling vervolgens uitgereikt aan de griffier van de rechtbank van het arrondissement waar de zaak zal dienen of laatstelijk heeft gediend. Het openbaar ministerie zendt alsdan een afschrift van de mededeling onverwijld toe aan dat adres, van welk feit aantekening wordt gedaan op de akte van uitreiking, bedoeld in artikel 589."

2.4.

Uit het samenstel van de bepalingen van het eerste en het derde lid van art. 588 Sv vloeit voort dat, alvorens wordt overgegaan tot de uitreiking van het gerechtelijk schrijven aan de griffier van de rechtbank, het schrijven daadwerkelijk moet zijn aangeboden aan de woning van de geadresseerde, met achterlating van een bericht van aankomst indien aldaar niemand is aangetroffen. Gelet op de hiervoor onder 2.2 weergegeven inhoud van de akte van uitreiking, is het kennelijke oordeel van het Hof dat daaraan in deze zaak is voldaan, niet begrijpelijk.

2.5.

Het middel is terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal om doelmatigheidsredenen de appeldagvaarding nietig verklaren.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het eerste middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2015.