Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3690

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-12-2015
Datum publicatie
23-12-2015
Zaaknummer
14/03256
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2448, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Antilliaanse OM-cassatie. Het Gemeenschappelijk Hof heeft verdachte vrijgesproken van het primair tlgl. moord cq. doodslag. Het verwijt behelst dat verdachte met een (hand)vuurwapen heeft geschoten in de richting van het gezicht en/of hals van het so., waardoor het so. door een of meer kogels werd geraakt en ernstig verwond achterbleef. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het Hof - in verband met hetgeen het Hof onder 1 subs. heeft bewezenverklaard - heeft vastgesteld dat het so. door een kogel is geraakt in zijn linkeroog, is het oordeel van het Hof dat niet kan worden vastgesteld dat er sprake was van een aanmerkelijke kans op het overlijden van het so. niet zonder meer begrijpelijk. Het Hof heeft de vrijspraak van het onder 1 primair tlgl. derhalve ontoereikend gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2016-0026
RvdW 2016/175
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 december 2015

Strafkamer

nr. S 14/03256 A

SG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 28 mei 2014, nummer H-52/2014, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1 Geding in cassatie

De beroepen zijn ingesteld door de verdachte en de Advocaat-Generaal bij het Hof.

Middelen van cassatie zijn namens de verdachte niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal bij het Hof heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsman van de verdachte, mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep van de Advocaat-Generaal bij het Hof tegengesproken.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis ten aanzien van de beslissing over feit 1 en de strafoplegging en tot terug- of verwijzing van de zaak teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het door de verdachte ingestelde beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3. Beoordeling van het door de Advocaat-Generaal bij het Hof voorgestelde middel

3.1.

Het middel klaagt over 's Hofs motivering van de vrijspraak van het onder 1 primair tenlastegelegde.

3.2.1.

Aan de verdachte is - voor zover in cassatie van belang - tenlastegelegd:

"1. Primair

dat hij op of omstreeks 10 juni 2013, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven te beroven, door meermalen althans eenmaal, opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en overleg met een (hand)vuurwapen heeft geschoten, in (de richting van) het gezicht/gelaat en/of de hals en/of de nek, althans in/aan/naar het hoofd/(boven)lichaam van die [slachtoffer] (, waardoor die [slachtoffer] door een of meer kogels geraakt werd en (aldus) ernstig verwond raakte en/of achterbleef), zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Subsidiair:

dat hij, op of omstreeks 10 juni 2013, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag groot $ 400 á $ 500, althans enig geldbedrag/goed, geheel of gedeeltelijk toebehorende aan [slachtoffer], in ieder geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededaders), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om de diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of één of meer van zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

en/of

met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag groot $ 400,- a $ 500,- althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] in elk geval aan anderen of een ander dan aan hem verdachte en/of zijn mededader,

welk geweld en/of die bedreiging met geweld heeft bestaan in het:

- voorhouden en/of het afvuren van (een of meer kogels

uit) een (hand)vuurwapen, waarbij [slachtoffer] door een of meer kogel(s) geraakt werd en/of (aldus) ernstige verwondingen heeft opgelopen;

Meer subsidiair:

dat hij, op of omstreeks 10 juni 2013, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk met gebruikmaking van een wapen, als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapen verordening 1931, aan [slachtoffer] (zwaar) lichamelijk letsel, te weten een of meer schotverwondingen in het gezicht/gelaat en/of de hals en/of de nek, althans het hoofd, heeft toegebracht."

3.2.2.

Daarvan is bewezenverklaard:

"1. subsidiair

dat hij op 10 juni 2013 in Sint Maarten, met het oogmerk om zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag groot $ 400,- a $ 500,-, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], welk geweld en bedreiging met geweld heeft bestaan in het:

- voorhouden en het afvuren van een kogel uit een (hand)vuurwapen, waarbij [slachtoffer] door een kogel geraakt werd en een ernstige verwonding heeft opgelopen."

3.2.3.

Het Hof heeft de verdachte vrijgesproken van het onder 1 primair tenlastegelegde. Het Hof heeft daartoe het volgende overwogen:

"Het Hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, impliciet primair en subsidiair, is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. Ter toelichting daarvan overweegt het Hof dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet op de dood van het slachtoffer heeft gehad, nu niet kan worden vastgesteld dat er sprake was van een aanmerkelijke kans op zijn overlijden, hetgeen vereist is voor voorwaardelijk opzet."

3.2.4.

De bewezenverklaring steunt onder meer op het volgende bewijsmiddel:

"5. Een geschrift, te weten een medische verklaring, d.d. 10 juni 2013, van de arts dr. R.W.J. Muller aangaande [slachtoffer], voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

Uitwendig waargenomen letsel: (onder meer) schotwond
(L) oog/orbita."

3.3.

In de onderhavige zaak gaat het om een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie in een zaak waarin een vrijspraak van het primair tenlastegelegde en een veroordeling ter zake van het subsidiair tenlastegelegde is gevolgd. Nu de bezwaren van het Openbaar Ministerie zich richten tegen de vrijspraak, is een beperking van het cassatieberoep niet mogelijk (en ook niet gemaakt). De Hoge Raad kan in deze zaak derhalve toetsen of de motivering van de vrijspraak van het primair tenlastegelegde zich verdraagt met het bewezenverklaarde van het subsidiair tenlastegelegde en de daartoe gebezigde bewijsmiddelen (vgl. ook HR 12 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN4347 ten aanzien van een cassatieberoep van een verdachte). Anders dan in HR 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ6690, NJ 2011/466 aan de orde was, is hier immers geen sprake van toetsing aan de motivering van een bewezenverklaring die niet aan het oordeel van de Hoge Raad is onderworpen.

3.4.

De tenlastelegging behelst onder 1 primair het verwijt dat de verdachte met een (hand)vuurwapen heeft geschoten in de richting van het gezicht en/of de hals van [slachtoffer], waardoor [slachtoffer] door een of meer kogels werd geraakt en ernstig verwond raakte en/of achterbleef. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het Hof - in verband met hetgeen het Hof onder 1 subsidiair heeft bewezenverklaard - heeft vastgesteld dat [slachtoffer] door een kogel is geraakt in zijn linkeroog, is het oordeel van het Hof dat niet kan worden vastgesteld dat sprake was van een aanmerkelijke kans op het overlijden van [slachtoffer], niet zonder meer begrijpelijk. Het Hof heeft de vrijspraak van het onder 1 primair tenlastegelegde derhalve ontoereikend gemotiveerd.

3.5.

Het middel is gegrond.

4 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep;

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2015.