Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3688

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-12-2015
Datum publicatie
22-12-2015
Zaaknummer
14/06209
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2446, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2014:8136, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Rechtshulp en fiscaal delict-exceptie. Gewoontewitwassen i.c. geen fiscaal delict naar Zwitsers recht. Het Hof heeft vastgesteld dat het door Zwitserland gemaakte specialiteitsvoorbehoud inhoudt dat het directe of indirecte gebruik van de door de Zwitserse autoriteiten toegezonden stukken en de zich daarin bevindende gegevens niet is toegestaan voor delicten die naar Zwitsers recht als fiscaal delict worden gekwalificeerd en voorts dat als zo een fiscaal delict moet worden aangemerkt de strafbare handeling die is gericht op het verkleinen van bedragen die aan de belastingdienst moeten worden afgedragen. Blijkens ’s Hofs overwegingen wordt (naar Zwitsers recht) een op zichzelf commuun delict als fiscaal delict gezien indien het uitsluitend gericht is op een fiscaal doel, waarbij volgens vaste rechtspraak van het Zwitserse Bundesgericht de subjectieve bedoeling van de pleger als maatstaf geldt. Voor zover het middel klaagt dat het Hof aldus een onjuiste uitleg heeft gegeven aan Zwitsers recht, geldt dat de juistheid van dat oordeel in cassatie niet kan worden getoetst omdat de HR ingevolge art. 79 RO niet kan treden in de uitleg van het recht van vreemde staten. Het Hof heeft voorts overwogen dat het delict i.c. (gewoontewitwassen) erop is gericht voorwerpen of geldbedragen van criminele herkomst te verbergen of verhullen en dat dit ook het doel van verdachte was, althans dat in ieder geval niet is gebleken dat verdachte met het witwassen uitsluitend een fiscaal doel had. Het in ’s Hofs overwegingen besloten liggende oordeel dat gewoontewitwassen i.c. niet een fiscaal delict naar Zwitsers recht oplevert is tegen de achtergrond van het door het Hof toegepaste toetsingskader niet onbegrijpelijk. Voor verdere toetsing is in cassatie geen plaats.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 420ter
Wet op de rechterlijke organisatie
Wet op de rechterlijke organisatie 79
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2016-0034
NJ 2016/63
RvdW 2016/164
FutD 2015-3093
NBSTRAF 2016/73
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 december 2015

Strafkamer

nr. S 14/06209

SG/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 14 oktober 2014, nummer 21/003490-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het vierde middel

2.1.

Het middel richt zich met rechts- en motiveringsklachten tegen 's Hofs oordeel dat (gewoonte)witwassen niet een fiscaal delict naar Zwitsers recht is.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op tijdstippen in de periode van 9 september 2002 tot en met 19 maart 2006 in Nederland en Zwitserland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft verdachte

- van onderstaande voorwerpen de werkelijke aard en herkomst verborgen en verhuld,

- onderstaand(e) voorwerp(en) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet of van genoemd(e) voorwerp(en) gebruik gemaakt, te weten:

- een of meer geldbedragen, te weten een bedrag van ongeveer euro 14.861,80 in contanten en

- meerdere (contante) stortingen op een bankrekening bij de Credit Suisse Bank te Zurich (ten bedrage van in totaal ongeveer euro 217.929,-),

terwijl verdachte wist dat [die] voorwerpen

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf."

2.2.2.

Het bestreden arrest houdt, voor zover in cassatie van belang, in:

"Verweren bewijsuitsluiting

Standpunt raadsman

Subsidiair heeft de raadsman de hiernavolgende verweren gevoerd die tot bewijsuitsluiting moeten leiden.

o Schending specialiteitsvoorbehoud

Door de Zwitserse autoriteiten is bij beslissing van 6 maart 2008 definitief beschikt op de rechtshulpverzoeken. Ten gevolge van die beslissing (en de voorlopige beslissing van 13 oktober 2006) zijn de onderzoeksgegevens verstrekt aan de Nederlandse autoriteiten.

Daarbij is door de Zwitserse autoriteiten het specialiteitsvoorbehoud gemaakt, kort gezegd inhoudende dat de door hen verstrekte gegevens niet gebruikt mogen worden voor feiten die naar Zwitsers recht als fiscale delicten aangemerkt worden. De huidige vervolging wegens witwassen ziet, volgens de staatssecretaris van justitie, op feitelijke handelingen die erop gericht zijn (ook) de fiscale afdracht te beperken (TK 2008-2009, Aanhangsel van de Handelingen 959).

Nu het Zwitserse specialiteitsvoorbehoud niet de eis stelt dat de feiten enkel en alleen gericht moeten zijn op de beperking van de fiscale afdracht en overigens ook nog de lichtere toets hanteert waarbij de feiten gericht lijken te zijn op de beperking van de fiscale afdracht, is het gebruik van de verkregen gegevens in dit onderzoek in strijd met dit voorbehoud. Derhalve dient bewijsuitsluiting van de gegevens te volgen. Nu de Zwitserse gegevens de basis hebben gevormd voor het overige onderzoek, resteren geen wettige bewijsmiddelen meer waardoor vrijspraak dient te volgen.

(...)

Standpunt advocaat-generaal

(...)

o Schending specialiteitsvoorbehoud

Witwassen is geen fiscaal delict. Een fiscaal delict heeft direct te maken met de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen. Daar is hier geen sprake van. Zwitserland heeft in eerste instantie een rechtshulpverzoek aan Nederland gedaan voor een Zwitserse strafbepaling vergelijkbaar met het delict witwassen. Ook daaruit kun je opmaken dat witwassen ook in de ogen van de Zwitsers iets totaal anders is dan een fiscaal delict.

(...)

Oordeel hof

o Schending specialiteitsvoorbehoud

Het expliciete specialiteitsvoorbehoud dat Zwitserland heeft gemaakt bij het verlenen van rechtshulp houdt kort gezegd in dat het directe of indirecte gebruik van de toegezonden stukken en de zich daarin bevindende gegevens niet is toegestaan voor delicten die naar Zwitsers recht als politieke, militaire of fiscale feiten worden gekwalificeerd. De vraag is of in onderhavige zaak sprake is van een fiscaal delict, zoals door de raadsman is aangevoerd. Van belang is vast te stellen wanneer sprake is van een fiscaal delict naar Zwitsers recht. Als een fiscaal delict naar Zwitsers recht moet worden aangemerkt de strafbare handeling die is gericht op het verkleinen van bedragen die aan de belastingdienst moeten worden afgedragen (vgl. artikel 3 lid 3 van het Zwitserse Bundesgesetz über internationale Rechtshilfe in Strafsachen (IRSG): voor fiscale delicten wordt geen rechtshulp verleend). Urkundenfälschung bijvoorbeeld, strafbaar gesteld bij artikel 251 StGB, op zichzelf een commuun delict, wordt als fiscaal delict gezien indien het uitsluitend gericht is op een fiscaal doel. Daarbij geldt volgens vaste rechtspraak van het Zwitserse Bundesgericht (sedert 30 maart 1982, BGE 108 IV 27) de subjectieve bedoeling van de pleger als maatstaf: slechts als het diens bedoeling is het valse of vervalste stuk uitsluitend te gebruiken met een fiscaal doel moet de Urkundenfälschung worden aangemerkt als een fiscaal delict en kan de pleger niet voor het commune delict worden vervolgd. Dat betekent dat het dan evenmin mogelijk is Zwitsers bewijsmateriaal voor een in Nederland tenlastegelegd feit te gebruiken. Wanneer de pleger daarentegen met het valse of vervalste stuk naast het fiscale ook een ander gebruik voor ogen heeft, of op zijn minst met de mogelijkheid daartoe rekening houdt, is de delictsomschrijving van zowel het fiscale als van het commune delict vervuld. Vervolging voor het commune delict alsmede gebruik van Zwitsers bewijsmateriaal daarvoor is dan toegestaan.

In deze zaak gaat het om witwassen, een commuun delict, erop gericht voorwerpen of geldbedragen van criminele herkomst te verbergen of verhullen. Het hof is van oordeel dat dit ook verdachtes doel was. In ieder geval is niet gebleken dat verdachte met het witwassen uitsluitend een fiscaal doel had. Het feit dat verdachte ten aanzien van de bedragen op de Zwitserse rekening bij de Belastingdienst een beroep heeft gedaan op de inkeerregeling maakt dit niet anders maar wil alleen maar zeggen dat verdachte hiermee heeft getracht gelden afkomstig uit illegale activiteiten een legale bestemming te geven. Van belang daarbij is ook dat verdachte eerst in november 2006 een beroep heeft gedaan op de inkeerregeling terwijl er al vanaf september 2002 gelden op de Zwitserse bankrekening zijn gestort."

2.3.

Het onder 2.2.2 vermelde specialiteitsvoorbehoud (zoals opgenomen in de Nederlandse vertaling van de beschikking van het Staatsanwaltschaft des kantons Zürich van 6 maart 2008) luidt als volgt:

"De door rechtshulp verkregen informatie en schriftelijke stukken mogen in het verzoekende land in onderzoeken op grond van feiten waarvoor rechtshulp niet toelaatbaar is noch ten behoeve van onderzoek noch als bewijsmiddel worden gebruikt. Het verbod op het gebruik geldt derhalve voor feiten die naar Zwitsers recht als politieke, militaire of fiscale delicten worden gekwalificeerd. Als fiscaal delict geldt een feit dat hetzij erop gericht lijkt te zijn de fiscale afdracht te beperken hetzij voorschriften inzake valuta-, handels- of economische maatregelen overtreedt. Toelaatbaar is echter het gebruik van de verstrekte stukken en informatie voor het vervolgen van belastingontduiking in de zin van het Zwitserse recht."

2.4.

Het Hof heeft vastgesteld dat dit door Zwitserland gemaakte specialiteitsvoorbehoud inhoudt dat het directe of indirecte gebruik van de door de Zwitserse autoriteiten toegezonden stukken en de zich daarin bevindende gegevens niet is toegestaan voor onder meer delicten die naar Zwitsers recht als fiscaal delict worden gekwalificeerd. Het Hof heeft voorts vastgesteld dat als zo een fiscaal delict moet worden aangemerkt de strafbare handeling die is gericht op het verkleinen van bedragen die aan de belastingdienst moeten worden afgedragen. Blijkens 's Hofs overwegingen wordt (naar Zwitsers recht) een op zichzelf commuun delict als fiscaal delict gezien indien het uitsluitend gericht is op een fiscaal doel, waarbij volgens vaste rechtspraak van het Zwitserse Bundesgericht de subjectieve bedoeling van de pleger als maatstaf geldt. Voor zover het middel klaagt dat het Hof aldus een onjuiste uitleg heeft gegeven aan Zwitsers recht, geldt dat de juistheid van dat oordeel in cassatie niet kan worden getoetst omdat de Hoge Raad ingevolge art. 79 RO niet kan treden in de uitleg van het recht van vreemde staten.

2.5.

Het Hof heeft voorts overwogen dat het onderhavige delict (gewoonte)witwassen - een commuun delict - erop is gericht voorwerpen of geldbedragen van criminele herkomst te verbergen of verhullen en dat dit ook het doel van de verdachte was, althans dat in ieder geval niet is gebleken dat de verdachte met het witwassen uitsluitend een fiscaal doel had. Het in 's Hofs overwegingen besloten liggende oordeel dat (gewoonte)witwassen in de omstandigheden van het onderhavige geval niet een fiscaal delict naar Zwitsers recht oplevert, is tegen de achtergrond van het in 2.4 weergegeven toetsingskader niet onbegrijpelijk. Voor verdere toetsing is, zoals hiervoor is uiteengezet, in cassatie geen plaats.

2.6.

Het middel faalt.

3 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2015.