Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3638

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-12-2015
Datum publicatie
22-12-2015
Zaaknummer
14/02537
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2102, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Antilliaanse zaak. Het in deze zaak van toepassing zijnde art. 385.3 Wetboek van Strafvordering van Curaçao (SvC) is gelijkluidend aan art. 342.2 Sv. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452, welke ook gelden voor art. 385.3 SvC. V.zv. het middel betoogt dat de betrokkenheid van verdachte bij de overvallen telkens uitsluitend steunt op de verklaringen van aangeefsters, mist het feitelijke grondslag. ’s Hofs oordeel dat, in hetgeen het Hof in de bewijsmotivering van die overvallen ook heeft betrokken, voldoende steun is te vinden voor de verklaringen van aangeefsters, is niet onbegrijpelijk. Ambtshalve: strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. Conclusie AG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2015-0601
RvdW 2016/158
NJ 2017/39 met annotatie van Redactie, T.M. Schalken
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 december 2015

Strafkamer

nr. S 14/02537 A

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 10 december 2013, nummer H 187/2013, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover het betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Hof, teneinde de zaak in zoverre opnieuw te berechten en af te doen en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het tweede middel

2.1.

Het middel klaagt dat het Hof de bewezenverklaring van de feiten 2 en 3 telkens uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van één getuige althans dat de bewezenverklaring niet naar behoren is gemotiveerd.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard:

"feit 1:

dat hij op 15 februari 2013, in Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, uit de kassa van Burger King, (gevestigd te Gosieweg 128), enig geldbedrag in Nederlands Antilliaanse Guldens, toebehorende aan Burger King, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] gepleegd door hem, verdachte, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijker te maken, bestaande die bedreiging met geweld, tegen [slachtoffer 1] uit:

het springen over de balie op het moment dat [slachtoffer 1] de kassa opendeed en naast [slachtoffer 1] te komen staan en,

het tonen van een pedicurevijl aan [slachtoffer 1] en het op een dreigende toon en wijze met voornoemd voorwerp in zijn hand tegen [slachtoffer 1] zeggen: "juffie".

feit 2:

dat hij op 11 maart 2013, in Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, uit de kassa van Tellsell, gevestigd in het winkelcentrum Goisco te Schottegatweg Noord 24

- enig geldbedrag in Nederlands Antilliaanse Guldens, toebehorende aan Tellsell, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] gepleegd door hem, verdachte, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijker te maken, bestaande die bedreiging met geweld uit

- het tonen van een mes aan [slachtoffer 2] en het op een dreigende toon en wijze met voornoemd voorwerp in zijn hand met een dreigende stem [slachtoffer 2] aan te manen om stil te blijven, en

- voornoemde [slachtoffer 2] te dwingen om naar het kassaregister te gaan en deze open te maken.

feit 3:

dat hij op 25 maart 2013, in Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, uit Living Fashion gevestigd in het Goisco Winkelcentrum te Schottegatweg Noord 24,

- enig geldbedrag in Nederlands Antilliaanse Guldens, toebehorende aan [slachtoffer 3] en aan Living Fashion, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] gepleegd door hem, verdachte, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijker te maken, bestaande die bedreiging met geweld uit

- het tonen en richten van een mes aan [slachtoffer 3] en

- het aanmanen van [slachtoffer 3] met een dreigende stem om naar de kassa te gaan en

- het vervolgens aanmanen van [slachtoffer 3] met een dreigende stem om terug te gaan naar het bureau waar zij voorheen zat, en

- het dwingen van [slachtoffer 3] tot het openmaken van de la van het bureau en een sigarendoos inhoudende geld uit een la te halen zodat hij het geld kon wegnemen en

- [slachtoffer 3] te dwingen om haar tas tevoorschijn te halen, om haar portemonnee eruit te halen zodat hij het geld in de portemonnee kon wegnemen.

feit 4:

dat hij op 25 maart 2013, in Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, uit Rituals Coffee House, gevestigd in het Goisco Winkelcentrum te Schottegatweg Noord 24,

enig geldbedrag in Nederlands Antilliaanse Guldens, toebehorende aan Rituals Coffee House, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] , gepleegd door hem, verdachte, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijker te maken, bestaande die bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] uit het tegen [slachtoffer 4] zeggen dat hij voor kassageld gekomen was en een mes aan [slachtoffer 4] tonen en richten en het wederom richten van een mes op [slachtoffer 4] en haar aan manen om een biljet van NAF.100,-- dat op de grond was gevallen voor hem op te rapen.

feit 5:

dat hij op 12 april 2013, in Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, uit de Hollandse Bakkerij,

- een geldbedrag bestaande uit een aantal biljetten van 50, 25 en 100 Nederlands Antilliaanse Guldens, toebehorende aan de Hollandse Bakkerij, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 5] , gepleegd door hem, verdachte, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijker te maken, bestaande dat geld en die bedreiging met geweld op [slachtoffer 5] uit:

- het tonen van een mes aan [slachtoffer 5] en

- op [slachtoffer 5] af komen en haar dwingen om de kassa open te maken."

2.2.2.

Het Hof heeft het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (GEA) bevestigd met verbetering van de bewijsmiddelen en onder aanvulling van de overwegingen ten aanzien van het bewijs.

2.3.1.

De bewezenverklaringen steunt op de volgende bewijsmiddelen:

Een proces-verbaal van aangifte, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 16 februari 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 1] , brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van [slachtoffer 1] , aangeefster, zakelijk weergegeven:

Ik ben kassier bij Burger King, gevestigd te Gosieweg nummer 128, te Curaçao. Op vrijdag 15 februari 2013 bevond ik mij achter de kassa en was bezig een klant te helpen. Ik zag een man uit de richting van de toiletten komen. Hierna had de klant mij betaald. Ik nam het geld over en deed de kassa open om de rekening te voldoen. Op dat moment was de man over de balie gesprongen en kwam naast mij staan. Hij zei tegen mij met een dreigende stem in de papiamentse taal "juffie". Ik zag dat hij zoiets als een grote vijl van pedicure in zijn rechterhand op een dreigende manier vasthield. Ik ben erg geschrokken. Ik voelde dat mijn leven en veiligheid erg in gevaar was. Ik zag dat de man geld uit de kassa begon te pakken.

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 februari 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 1] , brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige 1] , zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 15 februari 2013 bevond ik mij op mijn werk in de Burger King, Gosieweg, Curaçao. Ik zat op een stoel te wachten tot ik met mijn werk moest beginnen. Een man vroeg mij waar het toilet was. Kort hierna zag ik de man van het toilet komen en in de richting van de balie lopen. Daarna zag ik de man naar buiten rennen. Ik was in de richting van de man aan het kijken. Vervolgens had men tegen mij gezegd dat de man zojuist een beroving op kassier [slachtoffer 1] had gepleegd.

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 16 februari 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 1] , brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige 2] , Zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 15 februari 2013 bevond ik mij op mijn werk in de Burger King, Gosieweg, Curaçao. Ik stond achter de balie met mijn rug naar de balie. [slachtoffer 1] stond bij de kassa een klant te helpen. Hierna hoorde ik de kassa opengaan en voelde [slachtoffer 1] tegen mij slaan. Ik draaide om te kijken wat er gaande was. Ik zag de omschreven man achter de balie bij de kassa staan en ik zag dat hij geld uit de kassa pakte en in zijn broekzak stopte. Hierna sprong hij over de balie en rende naar buiten. Ik ben erg geschrokken.

Een proces-verbaal van fotoconfrontatie, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 18 april 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , beiden brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven:

Ik herken de man onder fotonummer 6 als de dader. Gedurende het voorval stond ik achter de kassa en ik had hem heel goed gezien voor en gedurende de overval. Ik herken hem onder andere aan zijn gezicht, zijn oogopslag en zijn baard.

Opmerking verbalisant: fotonummer 6 betreft de verdachte, [verdachte] .

Een proces-verbaal van fotoconfrontatie, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 18 april 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , beiden brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van getuige [getuige 2] , zakelijk weergegeven:

De man onder fotonummer 2 is de dader. Hij is dezelfde dader waarover ik in mijn verklaring heb gesproken. Ik herken hem aan zijn gezicht en de vorm van zijn neus.

Opmerking verbalisant: fotonummer 2 betreft de verdachte, [verdachte] .

Een proces-verbaal van fotoconfrontatie, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 19 april 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , beiden brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van getuige [getuige 1] , zakelijk weergegeven:

Ik herken de man onder fotonummer 5 als de dader. Ik herken hem aan zijn gezicht en zijn oogopslag. Op de dag van het voorval was zijn baard iets korter. Een week na het voorval toen ik naar huis liep, kwam ik die zelfde man weer tegen in de buurt van de Burger King waar ik werk. Ik was hevig geschrokken.

Opmerking verbalisant: fotonummer 5 betreft de verdachte, [verdachte] .

Een proces-verbaal van aangifte, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 maart 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 4] , brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van [slachtoffer 2] , aangeefster, zakelijk weergegeven:

Ik werk als verkoopster bij TellSell, winkelcentrum Goisco, Schottegatweg Noord, Curaçao. Op 11 maart 2013 bevond ik mij alleen in de zaak. Op dat moment trad een voor mij onbekende man de zaak binnen. Hij vroeg mij voor een fiets spinner. Ik gaf hem te kennen dat wij die niet in voorraad hebben. Op dat moment haalde de man een mes van onder zijn t-shirt tevoorschijn en maande mij met een dreigende stem aan om stil te blijven. Ik werd gedwongen om naar het kassaregister te gaan en deed de lade open. De man nam de dagopbrengst vanuit de lade weg.

Een proces-verbaal van verhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 23 april 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 2] , brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als aanvullende verklaring van [slachtoffer 2] , aangeefster, zakelijk weergegeven:

Vandaag zag ik op de voorpagina van de krant "Vigilante" een foto van een man, die door de politie werd aangehouden in verband met verschillende voorvallen van berovingen. Het betreft de foto rechts bovenaan de pagina, alwaar je een man kunt zien met een oranje hemd aan. Toen ik bedoelde man op die foto zag, herkende ik hem meteen als dezelfde dader die mij op 11 maart 2013 had beroofd. Ik herkende hem aan zijn gezicht, postuur en alles. Hij zag er precies zo uit als gedurende de beroving. Voormelde krant betreft de "Vigilante", gedateerd dinsdag 23 april 2013, nr. 5274.

Opmerking verbalisant: de man op voormelde foto betreft de verdachte [verdachte] .

Een proces-verbaal van aangifte, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 29 maart 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 1] , brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van [slachtoffer 3] , aangeefster, zakelijk weergegeven:

Ik ben verkoopster bij Living Fashion, Schottegatweg Noord 24, Unit P, Goisco Building, Curaçao. Op 25 maart 2013 omstreeks 15.55 uur bevond ik mij alleen in de winkel. De beschreven man kwam bij de deur staan en gedroeg zich als een klant. Hij liep naar binnen en begon mij vragen over de tegels te stellen. Op het moment dat ik bij hem kwam, zag ik dat hij een mes van tussen zijn broekband en lichaam met zijn rechterhand haalde. Hij hield deze op een bedreigende manier in mijn richting. Ik ben erg geschrokken. Ik voelde mijn leven en veiligheid erg in gevaar. Hierna maande hij mij met een dreigende stem om naar de kassa te gaan. Ik zei hem dat wij geen kassa hebben. Hij schreeuwde mij meermalen om naar de kassa te gaan. Onder bedreiging ben ik naar het bureau gelopen waar ik eerder aan zat. De man dwong mij met het mes de la van het bureau voor hem open te maken en een sigarendoos uit de la te halen. Vervolgens nam hij drie rollen kwartjes of dubbeltjes weg. Hierna dwong hij mij met het mes om mijn tas te pakken en mijn portemonnee eruit te halen. Hierna maande hij mij mijn portemonnee open te maken en nam mijn geld weg. Ik bleef met trillend lichaam en huilend op de stoel zitten. De man liep uit de winkel weg.

Een proces-verbaal van fotoconfrontatie, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 19 april 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , beiden brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van getuige [slachtoffer 3] , zakelijk weergegeven:

Ik herken de man onder fotonummer 4 als de dader. Ik herken hem aan zijn gezicht en het gedeelte van zijn ogen. Ik heb hem heel goed gezien. Verder had hij zelf met mij gesproken en vragen gesteld voordat hij mij had beroofd. Hij is dezelfde man die ik als dader had vermeld in mijn verklaring.

Opmerking verbalisant: fotonummer 4 betreft de verdachte, [verdachte] .

Een proces-verbaal van aangifte, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 maart 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 5] , brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van [slachtoffer 4] , aangeefster, zakelijk weergegeven:

Vandaag, 25 maart 2013 omstreeks 16.00 uur, was ik in Rituals Coffeehouse, Goisco Building, Schottegatweg Noord, Curaçao bezig met werkzaamheden. Op een gegeven moment zag ik een voor mij onbekende man naar binnenlopen. Hij vroeg of wij hele taart verkopen. Ik zeg hem dat hij bij Goisco moet gaan. Hierna zei hij tegen mij "ik ben voor het kassageld gekomen" en haalde tegelijkertijd een mes tevoorschijn. Ik maakte de geldkas open. Ik zag dat hij over de toonbank ging hangen en het geld uit de kassa pakte. Er was een briefje van 100 gulden op de grond gevallen. Hij richtte het mes op mij en zei het voor hem op te rapen. Door angst pakte ik het geld en gaf het aan hem. Hierna liep hij weg.

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 maart 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 5] , brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige 3] , zakelijk weergegeven:

Vandaag, 25 maart 2013 omstreeks 16.00 uur, stond ik in Rituals Coffeehouse, Goisco Building, Schottegatweg Noord, Curaçao. Op het moment dat ik drank bezorgde, zag ik een voor mij onbekende man het café binnen lopen. Hij vroeg mij of wij hele taart verkopen. Mijn collega antwoordt dat hij bij Goisco moet gaan. Hierna haalde hij een mes tevoorschijn en vroeg waar het kassageld was. Ik schrok en ging bij de klant staan. Hierna zag ik hoe de man over de balie hing en geld uit de kassa pakte.

Een proces-verbaal van fotoconfrontatie, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 april 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , beiden brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van aangeefster [slachtoffer 4] , zakelijk weergegeven:

Ik herken de man onder fotonummer 10. Hij is de dader. Ik herken hem aan zijn gezicht en model van zijn baard. Hij had ook enkele vlekjes in zijn gezicht volgens mij. Hij is dezelfde dader waarover ik in mijn verklaring heb gesproken.

Opmerking verbalisant: fotonummer 10 betreft de verdachte, [verdachte] .

Een proces-verbaal van fotoconfrontatie, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 april 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , beiden brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van getuige [getuige 3] , zakelijk weergegeven:

Ik herken de man onder fotonummer 8 als de dader. Hij is dezelfde dader waarover ik in mijn verklaring heb gesproken. Ik herken hem aan zijn gezicht. Op de dag dat hij de zaak binnenliep had ik hem gesproken en hierdoor had ik zijn gezicht goed gezien.

Opmerking verbalisant: fotonummer 8 betreft de verdachte, [verdachte] .

Een proces-verbaal van aangifte, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 15 april 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 6] , brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van [slachtoffer 5] , aangeefster, zakelijk weergegeven:

Ik werk bij de Hollandse Bakkerij in Curaçao. Heden, 12 april 2013, bevond ik mij op mijn werk, samen met een andere verkoopster, [betrokkene 1] . Ik stond bij de kassa. Plotseling kwam een man binnen die ik direct als klant herkende. Hij had een mes in zijn hand en kwam direct op mij af. Hij bleef mij op een dreigende manier zeggen om de kassa open te maken en ik had deze open gemaakt. Hij nam alle bankbiljetten van honderd (100), vijftig (50) en vijfentwintig (25) gulden en liet de bankbiljetten van tien (10) gulden en de losse munten in het kasregister zitten. Hij rende naar buiten. Ik moet verklaren dat bedoelde man een klant van ons is. Hij had anderhalf jaar geleden bij ons gesolliciteerd. Volgens mij is hij werkzaam als bewaker bij Jan Thiel Resort, omdat hij soms met een roze t-shirt met erop gedrukt "Jan Thiel Beach Security" komt. Als ik hem weer zie, herken ik hem direct.

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 13 april 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 7] , brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige 4] , zakelijk weergegeven:

Ik werk bij de Hollandse Bakkerij, in Curaçao. Heden, 12 april 2013, bevond ik mij aan mijn werk samen met mijn collega [betrokkene 2] . Ik zat op een bank in de hoek te eten. Op een gegeven moment zag ik een mij van aanzien bekende man binnen komen. Hij is mij bekend omdat hij altijd hier komt om iets te kopen. Normaliter heeft hij altijd een roze t-shirt aan, met "Jan Thiel Beach Security" er op afgedrukt. Hij liep deze keer direct achter de toonbank, naar mijn collega. Hij bedreigde haar met een mes. Hij eiste van haar om de kassa open te maken. Hij begon te schreeuwen en bedreigde [betrokkene 2] , waarna zij op de knop drukte om de kassa open te maken. De dader pakte alle bankbiljetten van Naf 100,- en Naf 50,- eruit. Vervolgens rende hij de bakkerij uit.

Een proces-verbaal van fotoconfrontatie, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 18 april 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , beiden brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van aangeefster [slachtoffer 5] , zakelijk weergegeven:

Ik herken de man onder fotonummer 3 als dezelfde dader als waarover ik in mijn verklaring heb gesproken. Ik ken deze man heel goed. Hij is of was een vaste klant van ons. Sinds het gebeurde zie ik hem niet meer. Ik herken hem aan zijn gezicht. Gedurende het voorval droeg hij een pet, maar zijn gezicht was zichtbaar. Tevens had hij met mij gepraat tijdens het voorval en ik herkende zelf zijn stem ook.

Opmerking verbalisant: fotonummer 3 betreft de verdachte, [verdachte] .

Een proces-verbaal van fotoconfrontatie, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 18 april 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , beiden brigadier bij het Korps Politie Curaçao, onder meer inhoudende, als verklaring van getuige [getuige 4] , zakelijk weergegeven:

Ik herken de man onder fotonummer 1 als dezelfde dader die de beroving bij ons had gepleegd. Ik zag hem vanaf het moment dat hij de zaak binnen liep en herkende hem meteen. Dit gezien ik op dat moment op een bank in de hoek dichtbij de entree zat te eten. Ik herken hem aan zijn gezicht. Hij wist regelmatig inkopen hier te doen en droeg af en toe een rosekleurig T-shirt, met "Janthiel Beach Security" erop afgedrukt.

Opmerking verbalisant: fotonummer 1 betreft de verdachte, [verdachte] .

De verklaring van de verdachte, op 24 juli 2013 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voorzover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Het klopt dat ik bij "Jan Thiel Beach Security" heb gewerkt."

2.3.2.

Het vonnis van het GEA houdt voorts het volgende in:

"Ten aanzien van feit 2 overweegt het Gerecht dat de herkenning van de verdachte door aangeefster wordt ondersteund door het feit dat bij deze overval dezelfde modus operandi is gehanteerd als bij de andere feiten. Deze modus operandi wordt gekenmerkt door het feit dat de overvaller een winkel binnengaat, zich door middel van het stellen van vragen of andere gedragingen voordoet als een klant en vervolgens een medewerker - telkens onder bedreiging van een steekwapen - dwingt om de kassa te openen."

2.3.3.

Het vonnis van het Hof houdt voorts het volgende in:

"Aanvulling van de overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van het tenlastegelegde feit 3 is door de verdediging betoogd dat het bewijs van de betrokkenheid van de verdachte slechts berust op de verklaring van één getuige, te weten die van aangeefster. Het Hof acht dit feit bewezen mede op grond van het feit dat bij deze overval dezelfde modus operandi is gebruikt als bij de overige feiten, welke erdoor wordt gekenmerkt dat de dader zich in de winkel eerst voordoet als een gewone klant, dan een steekwapen tevoorschijn haalt waarmee hij een personeelslid bedreigt en vervolgens (kas)geld wegneemt. Verder is deze overval gepleegd op een locatie die, hetgeen een feit van algemene plaatselijke bekendheid is, in dezelfde omgeving is gelegen als de plaatsen waar de andere overvallen zijn gepleegd en in welke de verdachte woonachtig is.

(...)"

2.4.

Het in deze zaak van toepassing zijnde derde lid van art. 385 Wetboek van Strafvordering van Curaçao (SvC) is gelijkluidend aan het tweede lid van art. 342 Sv. Volgens het tweede lid van art. 342 Sv - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Bij de in cassatie aan te leggen toets of aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv is voldaan, kan het van belang zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd (vgl. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2452, NJ 2010/515). Het vorenoverwogene geldt ook voor art. 385, derde lid, SvC.

2.5.

Voor zover het middel betoogt dat de betrokkenheid van de verdachte bij de onder 2 en 3 bewezenverklaarde overvallen telkens uitsluitend steunt op de verklaringen van de aangeefsters van die overvallen, mist het feitelijke grondslag. Het Hof heeft in de bewijsmotivering van die overvallen ook betrokken dat de door de aangeefsters uiteengezette werkwijze van de dader op onderdelen een kenmerkende gelijkenis vertoont met de modus operandi van de onder 1, 4 en 5 bewezenverklaarde overvallen en dat de locatie waar het onder 3 bewezenverklaarde heeft plaatsgevonden, in dezelfde omgeving is gelegen als de plaatsen waar de andere overvallen zijn gepleegd en in welke de verdachte woonachtig is. Het oordeel van het Hof dat hierin voldoende steun is te vinden voor de verklaringen van de aangeefsters, is niet onbegrijpelijk. De bewezenverklaring is aldus toereikend gemotiveerd.

2.6.

Het middel faalt in zoverre.

3 Beoordeling van de middelen voor het overige

De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van zes jaren.

5 Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze vijf jaren en zes maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, H.A.G. Splinter-van Kan, Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2015.