Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3579

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-12-2015
Datum publicatie
16-12-2015
Zaaknummer
14/05864
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2401, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Hond betrokken bij bijtincident Chihuahua aan te merken als gevaarlijk dier? Art. 425 Sr. Hof heeft met juistheid geoordeeld dat hond niet eerst dan als "gevaarlijk" in de zin van art. 425 Sr kan worden aangemerkt als die hond bij eerdere bijtincidenten betrokken is geweest. Ook een hond waarvan o.g.v. andere f&o kan worden aangenomen dat hij gevaren oplevert welke voormelde wetsbepaling i.h.a. heeft willen voorkomen, moet als gevaarlijk in de zin van art. 425 Sr worden aangemerkt (vgl. ECLI:NL:HR:1992:ZC8999, NJ 1992/571). Gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van verdachte, geeft het oordeel van het Hof dat de hond reeds vóór de overtreding gevaarlijk voor personen kon zijn en derhalve een gevaarlijk dier in de zin van art. 425, aanhef en onder 2°, Sr is, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het toereikend gemotiveerd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 425
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2015-0592
NJB 2016/87
NJ 2016/43 met annotatie van
RvdW 2016/125
NBSTRAF 2016/21
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 december 2015

Strafkamer

nr. S 14/05864

EC/LBS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag, Enkelvoudige Kamer, van 13 november 2014, nummer 22/005274-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het tweede middel

2.1.

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd in het licht van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt inhoudende dat de hond van de verdachte niet reeds ten tijde van het ten laste gelegde als gevaarlijk kon worden beschouwd.

2.2.1.

Overeenkomstig de tenlastelegging is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

"hij op 18 juni 2013 te Scheveningen, gemeente 's-Gravenhage geen voldoende zorg heeft gedragen voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier, te weten een Amerikaanse Staffordshire geslacht teef naam Annie, immers heeft deze hond toen en daar een hond ras Chihuahua geslacht reu naam Loekie meerdere malen gebeten ten gevolge waarvan deze hond Loekie aan zijn verwondingen is overleden."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"Het proces-verbaal van Politie Haaglanden van verhoor aangeefster, nr. PL1524 2013119298-6, d.d. 28 juni 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven- als de op 28 juni tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van aangeefster [betrokkene]:

Op 18 juni 2013 was ik met mijn hondje Loekie op een strandje op de Hellingweg in Den Haag. Ik zag dat er een man kwam aanlopen. Deze man had een Stafford bij zich. Ik wandelde richting waterlijn, gevolgd door Loekie. Plotseling hoorde ik hard geschreeuw. Ik keek om me heen om te zien wat er aan de hand was en zag in een flits de Stafford aan komen rennen. Ik zag dat deze in volle sprint in een rechte lijn op Loeki afging. Ondanks dat Loekie vlak achter me liep kon ik niet beletten dat de Stafford Loekie vol vast beet. Uiteindelijk liet de Stafford Loekie los.

Ik ben direct naar de nabijgelegen Statenlaan gegaan alwaar mijn dierenarts is gevestigd. De dierenarts heeft met een stethoscoop geluisterd naar het hartje van Loekie. Loekie was overleden.

2. Het proces-verbaal van Politie Haaglanden van verhoor getuige, nr. PL1524 2013119298-7, d.d. 25 juni 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven- als de op 25 juni tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van getuige [getuige]:

Op 18 juni 2013 ben ik samen met mijn hond, een Stafford, naar het strandje gegaan op de Hellingweg. Hier was [betrokkene] en haar hondje Loekie. Ik zag een man aan komen lopen, Ik zag dat deze man een Stafford bij zich had. Deze stond echt strak in de riem. Ik weet nog dat ik een opmerking maakte naar mijn aanwezige vrienden in de trant van "zo dan lekker hondje". Ik bedoelde dat deze Stafford een opgefokte indruk maakte. Mijn vriendin [betrokkene] liep het stukje naar de waterkant gevolgd op een meter of twee door Loekie. Plotseling hoorde ik gegil en zag ik de Stafford in volle sprint komen aan rennen. Voor ik het wist had de Stafford zich vastgebeten in Loekie. Ik zag dat de Stafford Loekie uiteindelijk los liet. Ik ben naar mijn vriendin gelopen en zag dat Loekie slap in haar handen hing. Ik ben naar de eigenaar van de Stafford gelopen. De eigenaar stelde zich voor als [verdachte].

3. Het proces-verbaal van Politie Haaglanden van bevindingen, nr. PL1524 2013119298-4, d.d. 25 juni 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces-verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven- als relaas van deze ambtenaren:

De man genaamd [verdachte], geboren op [geboortedatum]-1983 verklaarde dat hij een Amerikaanse Stafford heeft, genaamd Annie. Hij verklaarde ons dat Annie een moeilijke jeugd heeft gehad. Annie is veelvuldig mishandeld door haar vorige eigenaar.

4. Het proces-verbaal van Politie Haaglanden van verhoor verdachte, nr. PL1524 2013119298-8, d.d. 29 juni 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven- als de op 29 juni 2013 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van de verdachte [verdachte]:

Op 18 juni 2013 ben ik met mijn Stafford Annie naar de Hellingweg gegaan. Ik heb Annie sinds oktober 2012. Ik heb Annie opgehaald uit het Dierenziekenhuis in Rotterdam. Daar zochten ze een goed tehuis voor Annie. Annie bleek door de dierenpolitie uit een huis te zijn gehaald en woog nog maar negen kilo. We hebben contact gezocht met een mevrouw van een hondenuitlaat-service. Daar is Annie een paar maal geweest om haar mentaal weerbaarder te maken en te trainen in sociaal gedrag met andere honden. Helaas is deze mevrouw ziek geworden en is de training voor Annie gestopt. Op straat heeft Annie een paar maal een conflictsituatie gehad met andere honden. Daarbij is ze zelf gebeten. Ik krijg de indruk dat ze buiten wat onzeker kan zijn. Mogelijk heeft het te maken met haar lange voorgeschiedenis. De dierenpolitie kent Annie uit een zware verwaarlozingszaak.

Ik ben samen met Annie de hellingbaan afgelopen. Ik heb Annie losgelaten. Na ongeveer 20 minuten hoorde ik een hoop geschreeuw. Ik keek waar het geschreeuw vandaan kwam. Ik zag Annie staan bij een mevrouw. Ik zag dat de vrouw een klein hondje in haar hand hield. Ik zag dat het hondje slap in haar handen hing. Ik begreep uit de situatie dat Annie het hondje had gebeten.

5. Een geschrift, zijnde een verslag inhoudende patiëntinformatie van de Dierenkliniek Statenlaan, .d. 18 juni 2013, opgemaakt en ondertekend door drs. Walter van Look. Het houdt onder meer in -zakelijk weergegeven- :

- als relaas van zijn bevindingen -

Hond Loekie, chihuahua, reu:

In de spoed binnengebracht. Eigenaresse komt onder het bloed binnen in de spreekkamer met een levenloos hondje op haar armen. De hond is overleden. Lichtstijve ogen, geen hartslag. Bij nader onderzoek heeft het hondje bijtgaten aan beide zijden van zijn lijf ter hoogte van de borstkas en heeft hierdoor veel bloed verloren. Loeki is door excessief trauma overleden."

2.2.3.

Het Hof heeft het in het middel bedoelde standpunt onder het hoofd "bewijsverweer" als volgt verworpen:

"Vooropgesteld dient te worden dat een hond niet eerst dan als "gevaarlijk" in de zin van artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt als die hond bij eerdere bijtincidenten betrokken is geweest. Ook een hond waarvan op grond van andere feiten of omstandigheden kan worden aangenomen dat hij gevaren oplevert welke voormelde wetsbepaling in het algemeen heeft willen voorkomen, moet als gevaarlijk in de zin die wetsbepaling worden aangemerkt.

Het hof leidt uit de voormelde verklaringen van de verdachte af dat hond Annie een mishandelde en verwaarloosde hond was en dat zij na het vroegtijdig afbreken van de trainingen kennelijk nog steeds mentaal onzeker/niet weerbaar was en op straat in conflictsituaties geraakte. Ook vertoonde de hond kort voorafgaand aan het bijtincident gedrag dat door getuige Batenburg, zelf bezitter van een Stafford, als opvallend 'opgefokt' werd aangeduid.

Het hof is dan ook van oordeel dat op grond van deze feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat er een aanmerkelijk risico bestond dat hond Annie zonder voorzorgsmaatregelen gevaarlijk voor personen en/of andere dieren kon zijn en derhalve als 'gevaarlijk' in de zin van artikel 425 van het wetboek moet worden aangemerkt.

Het hof verwerpt het verweer."

2.3.

Art. 425, aanhef en onder 2º, Sr, op welke bepaling de tenlastelegging en bewezenverklaring zijn toegesneden, luidt:

"Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:

1º (...)

2º hij die geen voldoende zorg draagt voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier."

2.4.

Met juistheid heeft het Hof geoordeeld dat een hond niet eerst dan als "gevaarlijk" in de zin van art. 425 Sr kan worden aangemerkt als die hond bij eerdere bijtincidenten betrokken is geweest. Ook een hond waarvan op grond van andere feiten of omstandigheden kan worden aangenomen dat hij gevaren oplevert welke voormelde wetsbepaling in het algemeen heeft willen voorkomen, moet als gevaarlijk in de zin van die wetsbepaling worden aangemerkt. (Vgl. HR 10 maart 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC8999, NJ 1992/571.)

2.5.

Gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van de verdachte, geeft het oordeel van het Hof dat de hond reeds vóór de overtreding gevaarlijk voor personen kon zijn en derhalve een gevaarlijk dier in de zin van art. 425, aanhef en onder 2º, Sr is, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het toereikend gemotiveerd.

2.6.

Het middel faalt.

3 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2015.