Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3554

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-12-2015
Datum publicatie
11-12-2015
Zaaknummer
14/04460
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:1879, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:1583, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige mededinging. Bescherming handelsnaam en domeinnaam tegen overeenstemmende (domein)naam op grond van onrechtmatige daad. Zuiver beschrijvende aanduiding.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 51f
Wetboek van Strafvordering 361
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2015/432
RvdW 2016/89
NJB 2016/8
NJ 2016/79 met annotatie van D.W.F. Verkade
Computerrecht 2016/87 met annotatie van M. Schut
AA20170047 met annotatie van D.J.G. Visser
NBSTRAF 2016/16
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 december 2015

Eerste Kamer

14/04460

LZ/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

ARTIESTENVERLONINGEN B.V.,
gevestigd te Wijk bij Duurstede,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. S.M. Kingma,

t e g e n

PRAE ARTIESTENVERLONING B.V.,
gevestigd te Zwijndrecht,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaten: mr. T. Cohen Jehoram en mr. V. Rörsch.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 97585/HA ZA 12-2092 van de rechtbank Dordrecht van 4 juli 2012 en 14 november 2012;

b. het arrest in de zaak 200.120.744/01 van het gerechtshof Den Haag van 6 mei 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Artiestenverloningen beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Prae Artiestenverloning heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep met veroordeling van Artiestenverloningen in de kosten op de voet van art. 1019h Rv.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het beroep.

3 Beoordeling van het middel

3.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning zijn beide ondernemingen die zich bezighouden met het verzorgen van de loonadministratie van en voor artiesten.

(ii) In 2002 heeft Artiestenverloningen de domeinnaam “www.artiestenverloningen.nl” geregistreerd. Die domeinnaam geeft toegang tot de website waarop zij haar diensten aanbiedt.

(iii) Prae Artiestenverloning is opgericht in 2011.
De website waarop Prae Artiestenverloninghaar diensten aanbiedt, is toegankelijk via de domeinnaam “www.artiestenverloning.nl”.

(iv) Bij kortgedingvonnis van 15 september 2011 is Prae Artiestenverloning op vordering van Artiestenverloningen veroordeeld om ieder gebruik van de domeinnaam “artiestenverloning.nl” te staken en gestaakt te houden. Dit vonnis is in hoger beroep, voor zover in cassatie van belang, bekrachtigd.

3.2

Ook in deze bodemprocedure vordert Artiestenverloningen een veroordeling van Prae Artiestenverloning om ieder gebruik van de domeinnaam “artiestenverloning.nl” te staken en gestaakt te houden. Aan haar vordering heeft Artiestenverloningen ten grondslag gelegd, voor zover in cassatie van belang, dat Prae Artiestenverloning onrechtmatig jegens haar handelt door het gebruik van de aanduiding “artiestenverloning.nl” als domeinnaam, welke domeinnaam verwarring wekt met haar handels- en domeinnaam.

3.3

De rechtbank heeft deze vordering toegewezen, maar het hof heeft haar alsnog afgewezen. Daartoe heeft het hof als volgt overwogen.

De aanduiding ‘artiestenverloning(en)’ is louter beschrijvend voor de diensten die Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning leveren (rov. 8). Het gebruik van een louter beschrijvende domeinnaam waardoor gevaar bestaat voor verwarring met de domeinnaam of de handelsnaam van een ander, is in beginsel niet onrechtmatig, ook niet wanneer dit nadeel aan de ander toebrengt. Dat kan anders zijn indien er sprake is van voldoende ernstige bijkomende omstandigheden. Uit de stellingen van partijen blijkt niet dat in deze zaak sprake is van dergelijke omstandigheden. Dat Prae Artiestenverloning bewust voor deze louter beschrijvende domeinnaam heeft gekozen, levert niet een dergelijke omstandigheid op. Afgezien hiervan geldt nog het volgende. De stelling van Artiestenverloningen dat Prae Artiestenverloning bewust heeft aangehaakt bij de handels- en domeinnaam van Artiestenverloningen is, gelet op de gemotiveerde betwisting door Prae Artiestenverloning, onvoldoende onderbouwd. Dat Artiestenverloningen, naar zij stelt, ‘een zekere bekendheid’ geniet, is onvoldoende om het louter beschrijvende karakter op te heffen (‘inburgering’). (rov. 9)

3.4.1

Het middel bestrijdt het oordeel van het hof met verscheidene klachten. Terzake wordt als volgt overwogen.

3.4.2

De handelsnaam is geregeld in de Handelsnaamwet. Voor zover deze wet de gebruiker van een handelsnaam geen bescherming geeft, met name doordat deze hem slechts beschermt tegen het gebruik van dezelfde of van een overeenstemmende naam als handelsnaam (art. 5 Hnw), biedt art. 6:162 BW aanvullende bescherming tegen het latere gebruik van dezelfde of een overeenstemmende naam dat verwarring wekt, bijvoorbeeld in een domeinnaam (vgl. onder meer HR 20 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ9431, NJ 2009/583 (Euro-Tyre)).

3.4.3

Het recht op een domeinnaam is niet wettelijk geregeld. De rechthebbende wordt tegen later gebruik door een ander van dezelfde of een overeenstemmende domeinnaam beschermd als dat gebruik jegens hem onrechtmatig is of als voor die bescherming een contractuele grond bestaat. Ook ten aanzien van het gebruik van een naam die overeenstemt met een domeinnaam kan van onrechtmatigheid sprake zijn als dat gebruik verwarring wekt.

3.4.4

Naar de in cassatie niet bestreden vaststelling van het hof, is de aanduiding ‘artiestenverloning’ louter beschrijvend voor de diensten die Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning leveren. Nu het in beginsel voor een ieder mogelijk moet zijn zich van een aanduiding te bedienen die beschrijvend is voor zijn diensten of producten, ook in een domeinnaam (vgl. met betrekking tot art. 5 Hnw HR 8 mei 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5592, NJ 1988/36 (Bouwcentrum), rov. 3.6), is in een geval als het onderhavige het gebruik van een dergelijke aanduiding, ook indien verwarringwekkend, alleen onrechtmatig indien bijkomende omstandigheden dat meebrengen.

3.4.5

Tegen de achtergrond van het hiervoor in 3.4.2-3.4.4 overwogene, geeft het oordeel van het hof geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.

3.4.6

De klachten van het middel stuiten op het vorenstaande af.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Artiestenverloningen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Prae Artiestenverloning begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 december 2015.