Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3499

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-12-2015
Datum publicatie
09-12-2015
Zaaknummer
14/03988
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2367
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 94 Sv. Art. 552a Sv. Conservatoir beslag. Beslag op de voet van 94a lid 1 of lid 2 Sv? Bevoegdheid Rb / Hof. Redelijke wetstoepassing brengt mee dat, indien het gerecht waarbij een klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv is ingediend constateert dat het niet bevoegd is tot afdoening daarvan, dit gerecht bepaalt dat de griffier de stukken zal zenden naar het bevoegde gerecht. De HR doet wat de Rb had behoren te doen en zendt de stukken ter verdere behandeling en afdoening van het klaagschrift naar het Gerechtshof Den Haag. Opmerking verdient dat de Rb in het midden heeft gelaten of het conservatoir beslag is gelegd op de voet van art. 94a lid 1 Sv, dan wel op de voet van lid 2, dan wel op beide. Indien het Hof vaststelt dat het beslag (mede) op de voet van art. 94a lid 2 Sv is gelegd, kan het Hof het klaagschrift (ook in zoverre) zelf behandelen en afdoen, tenzij de klager of de AG verlangen dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening van het klaagschrift (in zoverre) zullen worden gezonden naar de Rb, als de bevoegde instantie ten aanzien van een op de voet van art. 94a lid 2 Sv gelegd beslag.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 94a
Wetboek van Strafvordering 552a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2015-0583
RvdW 2016/83
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 december 2015

Strafkamer

nr. S 14/03988 B

ARA/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 22 juli 2014, nummer RK 14/917, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944.

1 De bestreden beschikking

De Rechtbank Rotterdam heeft zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het klaagschrift. Zij heeft daartoe het volgende overwogen:

"De rechtbank acht zich onbevoegd van het onderhavige klaagschrift kennis te nemen, nu er op dit moment geen enkele zaak - ook geen ontnemingszaak - tegen klager bij dit gerecht aanhangig is, terwijl de strafzaak tegen klager als verdachte inmiddels aanhangig is bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen dat een conservatoir beslag ex artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering ook kan dienen tot verhaal ter zake van een eventueel in de hoofdzaak tegen klager als verdachte op te leggen geldboete."

2 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3 Beoordeling van het ingestelde beroep

3.1.

Het eerste middel klaagt over het oordeel van de Rechtbank dat zij onbevoegd is kennis te nemen van het klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv. Het tweede middel klaagt dat de Rechtbank heeft verzuimd te bepalen dat het klaagschrift ter behandeling en afdoening van het beklag zal worden doorgezonden naar het Hof Den Haag.

3.2.

Redelijke wetstoepassing brengt mee dat, indien het gerecht waarbij een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv is ingediend constateert dat het niet bevoegd is tot afdoening daarvan, dit gerecht bepaalt dat de griffier de stukken zal zenden naar het bevoegde gerecht (vgl. HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284, NJ 1994/263). De Hoge Raad zal daarom, gelet op de vaststelling van de Rechtbank dat "de strafzaak tegen klager als verdachte inmiddels aanhangig is bij het gerechtshof te 's-Gravenhage", doen wat de Rechtbank had behoren te doen.

3.3.

Opmerking verdient dat de Rechtbank in het midden heeft gelaten of het conservatoir beslag is gelegd op de voet van het eerste dan wel het tweede lid van art. 94a Sv, dan wel op beide.

Indien het Hof vaststelt dat het beslag (mede) op de voet van het tweede lid van art. 94a Sv is gelegd, kan het Hof het klaagschrift (ook in zoverre) zelf behandelen en afdoen tenzij de klager of de Advocaat-Generaal verlangen dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening van het klaagschrift (in zoverre) zullen worden gezonden naar de Rechtbank, als - kort gezegd - de ingevolge art. 552a, vierde lid, Sv bevoegde instantie ten aanzien van een op de voet van het tweede lid van art. 94a Sv gelegd beslag.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

bepaalt dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening van het klaagschrift zullen worden gezonden naar het Gerechtshof Den Haag.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2015.