Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3350

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-11-2015
Datum publicatie
25-11-2015
Zaaknummer
13/04418
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2036
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2013:3398, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Mensenhandel, art. 273f.1 aanhef en onder 1,2 en 4 Sr. HR: Op gronden die zijn vermeld in het heden uitgesproken arrest in de zaak 13/04569 (ECLI:NL:HR:2015:3309) is het middel terecht voorgesteld. Verdachte n-o in het cassatieberoep, nu niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2015-0537
RvdW 2016/33

Uitspraak

24 november 2015

Strafkamer

nr. S 13/04418

ABO/AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 september 2013, nummer 22/001264-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1 Geding in cassatie

De beroepen zijn ingesteld door de verdachte en de Advocaat-Generaal bij het Hof.

Namens de verdachte zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal bij het Hof heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de vrijspraken van het onder 1 en 3 tenlastegelegde betreft en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het door de verdachte ingestelde beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3. Beoordeling van het door de Advocaat-Generaal bij het Hof voorgestelde middel

3.1.

Het middel komt met diverse klachten op tegen de door het Hof gegeven vrijspraak van het aan de verdachte onder 1 en 3 tenlastegelegde.

3.2.

Op gronden die zijn vermeld in het heden uitgesproken arrest in de zaak 13/04569 (ECLI:NL:HR:2015:3309) is het middel terecht voorgesteld.

4 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep;

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ter zake van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 november 2015.