Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3324

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-11-2015
Datum publicatie
19-11-2015
Zaaknummer
14/04692
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2268, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ambtshalve last tot toevoeging raadsman. Art. 41.1 aanhef en onder b Sv. Het in het belang van verdachte gegeven voorschrift vervat in art. 41.1 aanhef en onder b Sv is van zo grote betekenis dat, al wordt dit niet uitdrukkelijk in de wet bepaald, de niet-nakoming daarvan aan een geldige behandeling ttz. in de weg staat. I.c. moet het er in cassatie voor worden gehouden dat verdachte in h.b. geen raadsman heeft gehad. De klacht dat de vz. van het Hof i.s.m. art. 41 Sv heeft nagelaten een last tot toevoeging van een raadsman aan verdachte te geven is terecht voorgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2015-0525
NJB 2015/2120
RvdW 2015/1288

Uitspraak

17 november 2015

Strafkamer

nr. S 14/04692

IF/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 juli 2014, nummer 22/000103-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel bevat ten eerste de klacht dat de voorzitter van het Hof in strijd met art. 41 Sv heeft nagelaten een last tot toevoeging van een raadsman aan de verdachte te geven.

2.2.

Ingevolge art. 41, eerste lid aanhef en onder b, Sv dient op ambtshalve last van de voorzitter van het gerechtshof aan de verdachte die geen raadsman heeft, een raadsman toegevoegd te worden wanneer hoger beroep is ingesteld tegen het eindvonnis in eerste aanleg en het een zaak betreft waarin zijn voorlopige hechtenis is bevolen.

2.3.

Bij de stukken van het geding bevindt zich een op 9 oktober 2013 verleend bevel tot bewaring van de verdachte. Uit de stukken van het geding blijkt niet dat in hoger beroep een advocaat zich als raadsman heeft gesteld, noch dat voor de verdachte een raadsman ter terechtzitting is verschenen, noch dat ambtshalve toevoeging als bedoeld onder 2.2 heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor gehouden moet worden dat de verdachte in hoger beroep geen raadsman heeft gehad.

2.4.

Het in het belang van de verdachte gegeven voorschrift vervat in art. 41, eerste lid aanhef en onder b, Sv is van zo grote betekenis dat, al wordt dit niet uitdrukkelijk in de wet bepaald, de niet-nakoming daarvan aan een geldige behandeling ter terechtzitting in de weg staat.

2.5.

De klacht is daarom terecht voorgesteld. Dit leidt tot vernietiging van de bestreden uitspraak.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, zodat de tweede in het middel vervatte klacht geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november 2015.