Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3268

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-11-2015
Datum publicatie
11-11-2015
Zaaknummer
14/02984
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2025, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2014:2109, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Overschrijding redelijke termijn. Het middel, dat klaagt over het oordeel van het Hof dat in een ontnemingszaak als i.c., waarin de redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM is overschreden, de enkele constatering van die overschrijding het passende rechtsgevolg is van die overschrijding, is op de gronden vermeld in de conclusie van de A-G onder 12 en 13 terecht voorgesteld. De HR doet om doelmatigheidsredenen de zaak zelf af en vermindert de opgelegde betalingsverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2015-0508
RvdW 2015/1249
JOW 2015/34

Uitspraak

10 november 2015

Strafkamer

nr. S 14/02984 P

CB/CeH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 april 2014, nummer 23/003505-12, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. P.M. Rombouts, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat in een ontnemingszaak als de onderhavige, waarin de redelijke termijn is overschreden, de enkele constatering van die overschrijding het passende rechtsgevolg is van die overschrijding.

3.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 12 en 13 is het middel terecht voorgesteld.

3.3.

De Hoge Raad zal de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen. In cassatie wordt ervan uitgegaan dat de termijn van berechting als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in eerste aanleg is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting van
€ 4.000,-. De Hoge Raad zal die betalingsverplichting verminderen met € 400,-.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 3.600,- bedraagt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 november 2015.