Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3247

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-11-2015
Datum publicatie
12-11-2015
Zaaknummer
14/04603
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:1937, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Belediging die een ander bij afbeelding is aangedaan door het versturen van een privé-filmpje via de whatsapp. Art. 266.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ9796. Verdachte heeft een neutrale, van haar facebookpagina afkomstige, foto van aangeefster toegevoegd aan een filmpje waarop seksuele gedragingen van een andere vrouw te zien zijn. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de afbeelding in de door het Hof vastgestelde context een beledigend karakter heeft a.b.i. art. 266 Sr is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk, nu het Hof m.b.t. de context waarin de afbeelding is geplaatst i.h.b. niets heeft vastgesteld omtrent het verband dat in het filmpje wordt gelegd of gesuggereerd tussen de getoonde foto van aangeefster en het tonen van de door een andere vrouw verrichte seksuele gedragingen. Aan de enkele omstandigheid dat de foto van aangeefster in dit filmpje is opgenomen kan nog niet worden ontleend dat het tonen van die afbeelding de strekking heeft aangeefster in een ongunstig daglicht te plaatsen en haar aan te randen in haar eer en goede naam.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 266
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2015-0498
RvdW 2015/1254
NBSTRAF 2016/4
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 november 2015

Strafkamer

nr. S 14/04603

MD/SG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Enkelvoudige Kamer, van 15 juli 2014, nummer 21/004784-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1 Geding in cassatie

Het beroep - dat blijkens de daarvan opgemaakte akten niet is gericht tegen de vrijspraak van het primair tenlastegelegde - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het subsidiair tenlastegelegde feit en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer over het oordeel van het Hof dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan belediging in de zin van art. 266 Sr.

2.2.1.

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

"hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 20 januari 2013, in de gemeente Losser , althans in Nederland, opzettelijk een persoon genaamd [aangeefster 1] en/of [aangeefster 2] , in het openbaar bij afbeelding heeft/hebben beledigd,

- door een privé-filmpje waarop die [aangeefster 1] naakt te zien is en/of waarop seksuele gedragingen van voornoemde [aangeefster 1] zichtbaar zijn en/of/althans

- door een privé-filmpje, waarop seksuele gedragingen van [aangeefster 1] zichtbaar zijn gereproduceerd en/of gemonteerd en/of veranderd, (waarbij o.a. een afbeelding/foto van [aangeefster 2] is toegevoegd en/of in is verwerkt), via de "whatsapp", althans via de "social media" naar derden te versturen en/of te verspreiden."

2.2.2.

Daarvan is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 1 januari 2013 tot en met 20 januari 2013, in de gemeente Losser opzettelijk een persoon genaamd [aangeefster 2] bij afbeelding heeft beledigd, door een privé-filmpje, waarop seksuele gedragingen van [aangeefster 1] zichtbaar zijn gereproduceerd en gemonteerd, waarbij o.a. een afbeelding/foto van [aangeefster 2] is toegevoegd en is verwerkt, via de "whatsapp" te versturen."

2.2.3.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. de verklaring van verdachte ter terechtzitting van het hof, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb in de periode 1 januari 2013 tot en met 20 januari 2013 in de gemeente Losser op mijn iPhone een filmpje samengesteld. Het gaat om een filmpje met seksuele gedragingen van een vrouw, [aangeefster 1] . Ik heb aan dat filmpje teksten en onder andere een foto van [aangeefster 2] toegevoegd. Ik heb dat gemonteerde filmpje via WhatsApp aan een vriend, [betrokkene 1] , verstuurd. [betrokkene 1] heeft dit filmpje vervolgens via een groepsgesprek van WhatsApp verstuurd aan anderen.

2. een (als bijlage bij het proces-verbaal van de regiopolitie Twente, nr. PL05QB 2013005685, gevoegd) in de wettelijk vorm opgemaakt proces-verbaal aangifte van de regiopolitie Twente, nr. PL05QB 2013005685-1, gesloten en getekend op 17 januari 2013 door [verbalisant] , brigadier van politie, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven als verklaring van [aangeefster 2] :

Op 13 januari 2013 kreeg mijn vader een telefoontje van een bekende. Deze man wees mijn vader op een filmpje dat via Whats-app was verspreid. Er zouden pornografische beelden in het filmpje staan en tevens zou er een aantal foto's in het filmpje zijn verwerkt. Op één van deze foto's zou ik staan afgebeeld. Op verzoek is dit filmpje aan mijn vader gestuurd. Ik heb dit filmpje vervolgens via de telefoon bekeken en zag dat er een soort studiofilmpje te zien was. Ik zag dat het filmpje begon met de tekst: "Studio Carnavalsvereniging [A] ". Nadat de naam van deze carnavalsvereniging werd getoond zag ik dat in het filmpje de tekst "2 temeiers" verscheen, gevolgd door de tekst: "op zoek naar het zwarte gat". Vervolgens is op dat filmpje te zien dat twee mensen geslachtsgemeenschap met elkaar hebben. Tussen de naaktscènes zag ik meerdere foto's van personen. Daarna zag ik dat er een aantal foto's van mensen, gekleed in carnavalskleding te zien is. Ook wordt er een foto van mij in het filmpje getoond. Ik voel mij in mijn eer en goede naam aangetast en voel mij diep beledigd. Ik wil op geen enkele wijze in verband worden gebracht met dit pornografische materiaal. Op 15 januari 2013 was ik op mijn werk in [plaats] . Ik werd door mijn werkgever gevraagd om bij hem te komen voor een gesprek. In dit gesprek vertelde mijn werkgever mij, dat hij had gezien dat er via de Whats-app een filmpje was verspreid waarop ik ook te zien was. Ik voelde mij op dat moment ontzettend beroerd en kwaad en heb mijn werkgever gezegd, dat de politie reeds op de hoogte was van het bestaan van het filmpje. Ook heb ik mijn werkgever verteld dat ik aangifte heb gedaan tegen de makers/verspreiders van dit filmpje. Ik voel mij diep beledigd en gekrenkt door de makers van dit filmpje. De foto die de maker of makers van het filmpje hebben gebruikt, is een foto die men van mijn Facebookpagina heeft geplukt. Zonder mijn toestemming is deze foto in dit pornofilmpje verwerkt. Ik ben zelf lid van een carnavalsvereniging in [plaats] . Leden van bevriende verenigingen uit omliggende plaatsen zijn begin januari 2013 bij onze vereniging op bezoek geweest in [plaats] . Ik herken op dit filmpje een aantal leden van de carnavalsvereniging in [plaats] . Ik heb gezien dat het gemaakte filmpje wordt afgesloten met de tekst: " [aangeefster 1] Goes Wild met [aangeefster 1] en [...] ".

3. een (als bijlage bij het proces-verbaal van de regiopolitie Twente, nr. PL05QB 2013005685, gevoegd) in de wettelijk vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van de regiopolitie Twente, nr. PL05QB 2013005685-4, gesloten en getekend op 23 januari 2013 door [verbalisant] , brigadier van politie, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven als verklaring van [betrokkene 1] :

Ik was begin januari 2013 bij de carnavalsloods gevestigd op de [...] in [plaats] . Ik was daar met [verdachte] . [verdachte] was druk bezig met zijn telefoon. Hij had een appje om filmpjes samen te stellen. Toen [verdachte] er klaar mee was, heeft hij het gemaakte filmpje aan mij gestuurd. Ik heb het filmpje doorgestuurd in een groepsapp. Ik weet dat er twintig personen in zaten. In het begin zie je in het filmpje de naam van de carnavalsvereniging [A] . Hierna zie je stukjes uit een seksfilmpje van [aangeefster 1] . Er komt een foto voorbij van een meisje uit [plaats] ."

2.2.4.

Naar aanleiding van een door de verdachte gevoerd bewijsverweer heeft het Hof het volgende overwogen:

"Het hof verwerpt het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het subsidiair tenlastegelegde.

Het hof neemt daarbij in aanmerking dat verdachte het door hem gemonteerde filmpje waarin hij een afbeelding van het slachtoffer had opgenomen, hoewel hij wist dat zij niets uitstaande had met de in dat filmpje voorkomende seksuele gedragingen van een andere vrouw, via WhatsApp aan een vriend heeft toegezonden en dat dit filmpje - via die vriend - verspreid is geraakt en uiteindelijk onder de ogen van het slachtoffer is gekomen. Het hof ziet dit als een middellijke belediging. Daarbij neemt het hof in aanmerking als feit van algemene bekendheid dat dit soort filmpjes nadat ze eenmaal via sociale media zijn verstuurd, een eigen leven plegen te gaan leiden en dat deze daardoor op enig moment ter kennis kunnen komen van het slachtoffer. Verdachte heeft zich in dat licht door het versturen van het filmpje via WhatsApp, willens en wetens aan de aanmerkelijke kans blootgesteld dat het filmpje het slachtoffer zou bereiken (en dat zij zich door het filmpje beledigd zou voelen).

Indien verdachte aan zijn vriend heeft gevraagd om het filmpje niet verder te verspreiden, hetgeen het hof niet als vaststaand aanneemt, nu de vriend daarover tegen over de politie niets heeft verklaard en verdachte pas ter terechtzitting in hoger beroep een verklaring van die vriend van die strekking heeft overgelegd, brengt dat geen verandering in de verwijtbaarheid van verdachte omdat hij er - in het licht van het hiervoor genoemde feit van algemene bekendheid - niet op mag rekenen dat dit soort filmpjes niet toch op social media een eigen leven gaan leiden."

2.3.1.

De tenlastelegging is toegesneden op art. 266,

eerste lid, Sr. Daarom moet de in de tenlastelegging voorkomende term "beledigd" geacht worden aldaar te zijn gebezigd in dezelfde betekenis als toekomt aan de in die bepaling voorkomende uitdrukking "belediging".

2.3.2.

Art. 266, eerste lid, Sr luidt:

"Elke opzettelijke belediging die niet het karakter van smaad of smaadschrift draagt, hetzij in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding, hetzij iemand, in zijn tegenwoordigheid mondeling of door feitelijkheden, hetzij door een toegezonden of aangeboden geschrift of afbeelding, aangedaan, wordt, als eenvoudige belediging, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie."

2.4.1.

De tenlastelegging en bewezenverklaring zien op een belediging die een ander bij afbeelding is aangedaan. In een dergelijk geval kan een afbeelding als beledigend worden aangemerkt wanneer zij de strekking heeft die ander bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen en hem aan te randen in zijn eer en goede naam. Het oordeel dat daarvan sprake is, zal bij een afbeelding waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, afhangen van de context waarin de afbeelding is geplaatst (vgl. HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ9796, NJ 2010/670).

2.4.2.

Het Hof heeft geoordeeld dat de verdachte de aangeefster bij afbeelding heeft beledigd doordat hij de neutrale, van haar facebookpagina afkomstige, foto van de aangeefster heeft toegevoegd aan een filmpje waarop ook seksuele gedragingen van een andere vrouw te zien zijn. Ten aanzien van dit filmpje, heeft het Hof vastgesteld dat daarop, naast de niet bewerkte foto van de aangeefster, het volgende te zien was. Het filmpje begon met de tekst: "Studio Carnavalsvereniging [A] ". Nadat de naam van deze carnavalsvereniging werd getoond, verscheen in het filmpje de tekst "2 temeiers", gevolgd door de tekst: "op zoek naar het zwarte gat". Vervolgens is volgens het Hof op dat filmpje te zien dat twee mensen geslachtsgemeenschap met elkaar hebben; tussen de naaktscènes waren meer foto's van personen te zien en was een aantal foto's van mensen gekleed in carnavalskleding zichtbaar.

2.4.3.

Het kennelijk oordeel van het Hof dat de afbeelding in de onderhavige context een beledigend karakter heeft als bedoeld in art. 266 Sr is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Het Hof heeft immers met betrekking tot de context waarin de afbeelding is geplaatst in het bijzonder niets vastgesteld omtrent het verband dat in het filmpje wordt gelegd of gesuggereerd tussen de getoonde foto van de aangeefster en het tonen van de door een andere vrouw verrichte seksuele gedragingen. Aan de enkele omstandigheid dat de foto van de aangeefster in dit filmpje is opgenomen kan nog niet worden ontleend dat het tonen van die afbeelding de strekking heeft de aangeefster in een ongunstig daglicht te plaatsen en haar aan te randen in haar eer en goede naam.

2.4.4.

Het middel is in zoverre terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak - voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen - niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak voor zover aan zijn oordeel onderworpen;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 november 2015.