Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3227

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-11-2015
Datum publicatie
06-11-2015
Zaaknummer
14/06375
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2014:6108, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Douanerechten. Posten 8471 en 8517 van de GN. Indeling van een multifunctioneel apparaat. Faxfunctie is even belangrijk als de printfunctie en de scanfunctie. Algemene indelingsregel 3c resulteert in indeling onder post 8517 van de GN.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2015-2700
BNB 2015/235
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Hoge Raad der Nederlanden

Derde Kamer

Nr. 14/06375

6 november 2015

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 13 november 2014, nrs. 99/90106 en 99/90107, betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

2.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1.

Belanghebbende heeft in haar periodieke douane-aangiften een apparaat met de handelsnaam [A], ook aangeduid als [A] (hierna: [A]), voor het vrije verkeer aangegeven met vermelding van postonderverdeling 8471 60 90 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: de GN). Het betreft een multifunctioneel apparaat. [A] kan op een centrale verwerkingseenheid worden aangesloten en is dan in staat als uitvoereenheid (print)gegevens te ontvangen en als invoereenheid (scan)gegevens te leveren in een vorm die bruikbaar is voor een automatisch gegevensverwerkend systeem. [A] beschikt daarnaast over een faxfunctie die onafhankelijk van een automatisch gegevensverwerkend systeem kan worden gebruikt.

2.1.2.

De Inspecteur heeft zich na een controle van de douane-aangiften op het standpunt gesteld dat [A] als telekopieertoestel moet worden ingedeeld in postonderverdeling 8517 21 00 van de GN. Om die reden heeft hij de onderhavige uitnodigingen tot betaling van douanerechten uitgereikt.

2.2.1.

Het Hof heeft zich bij de beoordeling van het geschil laten leiden door het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 11 december 2008, Kip Europe SA e.a., C-362/07 en C-363/07, ECLI:EU:C:2008:710 (hierna: het arrest Kip e.a.), en onderzocht of de faxfunctie ondergeschikt is aan de printfunctie en de scanfunctie. Volgens het Hof dient daartoe te worden beoordeeld of het apparaat gebruikswensen op het gebied van telefaxen tot op gelijke hoogte kan vervullen als gebruikswensen op het gebied van printen en scannen, wat betekent dat geen vergelijking van prestaties (snelheid, resolutie) in absolute zin dient plaats te vinden. Naar het oordeel van het Hof is, mede gelet op de verklaring van partijen dat [A] over een volwaardige faxfunctie beschikt, de faxfunctie niet ondergeschikt aan de printfunctie en de scanfunctie, zodat aantekening 5B op hoofdstuk 84 van de GN niet tot indeling in post 8471 van de GN dwingt.

2.2.2.

Het Hof heeft voorts geoordeeld dat gelet op de wijze waarop [A] op de markt wordt gebracht en de technische beschrijving van het apparaat, [A] de gebruikswensen van de beoogde consument op het gebied van faxen, scannen en printen op gelijkwaardige wijze vervult, zodat het niet mogelijk is een hoofdfunctie in de zin van aantekening 3 op afdeling XVI van de GN aan te wijzen.

2.2.3.

Het Hof heeft tot slot geoordeeld dat indeling aan de hand van algemene indelingsregel 3b van de GN niet mogelijk is. Aangezien de printmodule en de scanmodule geen van beide méér zijn toe te rekenen aan het gebruik als faxapparaat dan wel aan het gebruik als scanner of printer, valt niet op grond van het karakter van deze modules uit te maken of het apparaat in zijn geheel beschouwd zijn wezenlijke karakter juist aan die module(s) ontleent. Naar ’s Hofs oordeel dient ingevolge algemene indelingsregel 3c van de GN de post te worden toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst, hetgeen resulteert in indeling in postonderverdeling 8517 21 van de GN.

2.3.1.

Middel 1 richt zich met een rechts- en motiveringsklacht tegen het hiervoor in 2.2.1 weergegeven oordeel van het Hof en betoogt dat het Hof ten onrechte niet de absolute prestaties heeft vergeleken. Aangezien de snelheid van faxen en de faxresolutie lager zijn dan de snelheid van printen en scannen respectievelijk de printresolutie en de scanresolutie, is de faxfunctie ondergeschikt aan de printfunctie en de scanfunctie, aldus het middel.

2.3.2.

Anders dan het middel betoogt behoeft een verschil in snelheid en resolutie niet te duiden op het ondergeschikt zijn van de ene functie ten opzichte van de andere. Het Hof heeft terecht beoordeeld of het apparaat gebruikswensen op het gebied van telefaxen tot op gelijke hoogte kan vervullen als gebruikswensen op het gebied van printen en scannen (vgl. HR 1 maart 2013, nr. 11/02062, ECLI:NL:HR:2013:BZ2688). ’s Hofs oordeel dat het laatstbedoelde bij [A] het geval is, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het is voorts noch wegens de eerdergenoemde snelheids- en resolutieverschillen noch anderszins onbegrijpelijk. Middel 1 faalt derhalve.

2.4.

Middel 2, dat zich richt tegen het hiervoor in 2.2.2 weergegeven oordeel van het Hof, kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

2.5.1.

De middelen 3 en 4 richten zich tegen het hiervoor in 2.2.3 weergeven oordeel van het Hof. Middel 3 betoogt dat het Hof heeft verzuimd de dwingende volgorde van de indelingsregels toe te passen door bij de toepassing van algemene indelingsregel 3b reeds rekening te houden met de postonderverdelingen. Volgens middel 4 is het Hof niet volledig geweest met de toepassing van algemene indelingsregel 3b door niet te beoordelen of het wezenlijke karakter van [A] kan worden bepaald aan de hand van de omvang, de hoeveelheid, het gewicht en de waarde van de onderdelen waaruit [A] is samengesteld.

2.5.2.

Het Hof heeft geoordeeld dat de in [A] aanwezige samengevoegde printmodule en scanmodule geen van beide méér zijn toe te rekenen aan het gebruik als faxapparaat dan wel aan het gebruik als scanner of printer. Daarmee heeft het Hof niet miskend dat in het kader van de toepassing van algemene indelingsregel 3b van de GN moet worden uitgegaan van de vatbaarheid van [A] voor indeling onder post 8471 als eenheid voor automatische gegevensverwerkende machines. Middel 3 ontbeert derhalve feitelijke grondslag.

Uit ’s Hofs oordeel over de toerekening van de printmodule en de scanmodule volgt dat geen van deze modules het wezenlijke karakter van [A] bepaalt, ook niet indien wordt gekeken naar de omvang, de hoeveelheid, het gewicht en de waarde van de modules. Gelet hierop getuigt ’s Hofs oordeel niet van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR 1 maart 2013, nr. 11/02134, ECLI:NL:HR:2013:BZ2693). Middel 4 faalt derhalve eveneens.

2.6.

Aangezien de door het Hof aan de GN gegeven uitlegging directe steun vindt in de rechtspraak van het Hof van Justitie op dit gebied, bestaat voor de Hoge Raad geen noodzaak om in dit geding een of meer prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck, P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2015.