Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3212

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-11-2015
Datum publicatie
04-11-2015
Zaaknummer
14/04327
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2110, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2014:6261, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht diefstal. Indien een goed wordt weggenomen dat t.t.v. het wegnemen niet toebehoort aan een ander is geen sprake van diefstal (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BZ5952). De motivering van ’s Hofs oordeel dat de door verdachte weggenomen fiets toebehoorde “aan een ander of anderen dan aan verdachte” schiet te kort, nu niet zonder meer valt in te zien waarom door het Hof aangevoerde gronden de conclusie rechtvaardigen dat niet van een ‘res nullius’ sprake was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2015-0484
NJB 2015/2021
RvdW 2015/1225

Uitspraak

3 november 2015

Strafkamer

nr. S 14/04327

IC/SG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 7 augustus 2014, nummer 21/001063-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. N. van der Laan, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de bewezenverklaring van feit 5 en de strafoplegging betreft, tot terug- of verwijzing van de zaak in zoverre en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het tweede middel

2.1.

Het middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring voor zover behelzende dat de verdachte een fiets heeft weggenomen "toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte" ontoereikend is gemotiveerd.

2.2.1.

Het Hof heeft ten laste van de verdachte onder 5 bewezenverklaard dat:

"hij op 22 november 2011 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (van het merk Locomotief Amsterdam), toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"8. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina's 1 en 2, zakelijk weergegeven:

Als verklaring van (een van) verbalisant(en) [verbalisant 1] en [verbalisant 2]:

Op 22 november 2011 liepen wij, verbalisanten, het politiebureau te Amsterdam uit. Wij waren in burger gekleed. Wij zagen een voor ons onbekende man voor het verzorgingshuis staan. Wij zagen dat de man erg veel interesse had voor de aldaar geparkeerde fietsen. Wij zagen dat de man aan een fiets voelde en deze naar voren bewoog. Wij zagen dat de man op de fiets stapte en weg wilde fietsen. Hierop hebben wij de man aangesproken. Wij vroegen aan de man of die fiets van hem was. Hierop verklaarde hij: 'Nee, hij is niet van mij.' (...)

9. Een geschrift, te weten een Kennisgeving van inbeslagneming, pagina's 21 en 22, zakelijk weergegeven inhoudende:

Verdachte: [verdachte]

Geboren op [geboortedatum]-1969 te [geboorteplaats]

Onder verdachte inbeslaggenomen:

Fiets, merk Locomotief Amsterdam.

Geen eigenaar is bekend van het inbeslaggenomen goed."

2.2.3.

Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouwe aldaar het woord gevoerd overeenkomstig de aan het proces-verbaal gehechte pleitnota. Deze pleitnota houdt in:

"25. Daarnaast is er sprake van een res nullius, waardoor niet kan worden bewezen dat de fiets aan een ander toebehoorde. Ook om die reden moet cliënt worden vrijgesproken van de diefstal. Er bevindt zich geen aangifte in het dossier en kennelijk heeft zich ook nooit iemand gemeld die stelde dat de fiets van hem was. Er bevinden zich helaas geen foto's van de fiets in het dossier, maar wat we wel weten is dat het om een oude fiets gaat die niet op slot stond en waarvan de banden lek waren. Zelfs de hulpofficier van justitie heeft het over een "gevonden voorwerp" en dus over een voorwerp waarvan iemand afstand heeft gedaan. Kortom; uit het dossier blijkt niet dat deze fiets aan iemand toebehoorde. Het feit dat de fiets kennelijk geparkeerd stond in een fietsenrek voor een verzorgingstehuis doet daar niet aan af. De fietsenrekken in grote steden staan vol fietsen die aldaar zijn achtergelaten. Er dient dan ook tevens om die reden vrijspraak van diefstal te volgen."

2.2.4.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"Ten aanzien van de fiets is niet aannemelijk geworden dat deze kan worden aangemerkt als een res nullius. De omstandigheden waaronder en de locatie waar de fiets door verdachte is aangetroffen wettigen naar het oordeel van het hof niet de gedachte dat de eigenaar van deze fiets daar afstand van had gedaan."

2.3.

Indien een goed wordt weggenomen dat ten tijde van het wegnemen niet toebehoort aan een ander is geen sprake van diefstal (vgl. HR 2 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5952). De verdachte heeft zich erop beroepen dat in dit geval van zo een 'res nullius' sprake was. Het Hof heeft dat verweer met een beroep op "de omstandigheden waaronder en de locatie waar de fiets door verdachte is aangetroffen", verworpen, zonder te verduidelijken op welke omstandigheden het doelt. De motivering van dat oordeel schiet aldus te kort, nu niet zonder meer valt in te zien waarom de door het Hof aangevoerde gronden de conclusie rechtvaardigen dat niet van een 'res nullius' sprake was, mede in aanmerking genomen dat het Hof onbesproken heeft gelaten dat de fiets volgens de verdachte oud was, niet op slot stond en lekke banden had. Dat brengt mee dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd.

2.4.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 5 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2015.