Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3199

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-10-2015
Datum publicatie
30-10-2015
Zaaknummer
15/02104
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:1718, Gevolgd
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Personen- en familierecht. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden, uitsluiting van gemeenschap. Is geld op gemeenschappelijke bankrekening afkomstig van privévermogen? Motivering. Niet doorgaan van deskundigenonderzoek wegens niet voldoen van voorschot; art. 196 lid 2 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2015/360
RvdW 2015/1181
RFR 2016/15
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

30 oktober 2015

Eerste Kamer

15/02104

EE/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,

t e g e n

[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikkingen in de zaak 212171/FA RK 10-2814 van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 13 april 2011 en 24 december 2012;

b. de beschikkingen in de zaak 200.124.008/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 december 2013, 22 mei 2014, 24 juli 2014 en 5 februari 2015.

De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof van 5 februari 2015 heeft de man beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a lid 1 RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 5-9).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 30 oktober 2015.