Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3165

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-10-2015
Datum publicatie
28-10-2015
Zaaknummer
14/05069
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2191, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht medeplegen. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:3474. Het Hof heeft voor zijn oordeel dat sprake is van het “medeplegen” van doodslag op X en Y in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte, nadat tussen X en de groep waarmee verdachte was, een vechtpartij was ontstaan, op verzoek van “Bo” diens vuurwapen uit zijn (verdachtes) auto heeft gehaald en aan Bo heeft gegeven, waarna Bo X en Y met dat vuurwapen heeft gedood. Deze omstandigheden zijn evenwel niet zonder meer voldoende om te kunnen aannemen dat verdachte de doodslag op een of beide heeft medegepleegd. Ook overigens kan het medeplegen niet uit de bewijsvoering worden afgeleid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2015/1193
SR-Updates.nl 2015-0469
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 oktober 2015

Strafkamer

nr. S 14/05069 A

AJ/NA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 17 september 2014, nummer H-45/2014, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring ten aanzien van het medeplegen ontoereikend is gemotiveerd.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard:

"Feit 1 primair:

dat hij, op 9 december 2012 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft zijn mededader opzettelijk met een vuurwapen meerdere kogels afgevuurd op [slachtoffer 1] , tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

Feit 2 primair:

dat hij, op 9 december 2012 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft zijn mededader opzettelijk, met veel kracht met een vuurwapen, meermalen tegen het hoofd van [slachtoffer 2] geslagen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 2] is overleden."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende (door de Hoge Raad van een nummering voorziene) bewijsmiddelen:

"1. Een proces-verbaal van bevindingen (dossier Bevindingen en Ambtshandeling, bijlage 2), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 1] , buitengewoon agent van politie bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

"Op 9 december 2012 omstreeks 5.20 uur kwamen agenten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en ik ter plaatse bij nachtclub Daikiri te Sint Maarten. Brigadier [verbalisant 4] vertelde mij dat twee mannen neergeschoten waren en waarschijnlijk dood waren. Ik hoorde dat zij zei dat een man dood in een auto lag. Zij wees naar een zwarte personenauto van het merk Hyundai Sonata. Tevens hoorde ik dat zij zei dat het tweede slachtoffer op de straat lag. Zij wees hierbij naar een man die op de grond lag. Ik ben naar het slachtoffer in de auto gerend. Ik zag dat de man een gat in zijn hoofd had en bloed op zijn hoofd en kleren had. Ik zag dat de man niet meer ademde. Nadien ben ik naar het tweede slachtoffer gegaan. Ik zag dat ook hij een gat in zijn hoofd had. Ik zag dat de man wat schudde met zijn lichaam, maar hoorde dat hij niet op aanspreken reageerde. Omstreeks 05.24 uur kwam de ambulance ter plaatse. Op 05.26 uur verliet de ambulance de plaats delict met het slachtoffer dat daarvoor op de straat lag. Omstreeks 05.41 uur was de ambulance terug op de plaats delict. De verpleegkundigen zeiden dat de man in de auto overleden was en dat zij hem in de auto hadden laten liggen."

2. Een proces-verbaal van bevindingen (dossier Technische Opsporings en Herkenningsdienst), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 januari 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , respectievelijk brigadier en buitengewoon opsporingsambtenaar bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisanten, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

"Op zondag 9 december 2012 omstreeks 06.00 uur gingen wij naar de A. Th. Illidge road ter hoogte van de nachtclub Son Latino. Op een afstand tussen negenendertig en veertig meter, gemeten vanaf de linker balustrade van Son Latino troffen wij de volgende sporen aan: een bloedplas en een huls van het kaliber.38 special type Federal (SVO-nr. 479-T7). Volgens informatie van collega's heeft het slachtoffer dat naar het Sint Maarten Medical Centre is afgevoerd op de plek gelegen waar de bloedplas lag. Op een afstand van vijfenveertig meter gemeten vanaf de linker balustrade van Son Latino stond links van het wegdek de personenauto, Hyundai Sonata, kenteken [AA-00-BB] , kleur zwart, waarin het lichaam van een man lag. Later in het onderzoek bleek het slachtoffer dat in de personenauto lag genaamd te zijn [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum] 1987. Diezelfde dag ontvingen wij het bericht dat het tweede slachtoffer in het Sint Maarten Medical Centre was overleden. Dit slachtoffer bleek later in het onderzoek genaamd te zijn: [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum] 1991. Tijdens de sectie op het lichaam van [slachtoffer 1] zijn twee kogels uit het hoofd van [slachtoffer 1] veiliggesteld. Veiliggestelde stukken van overtuiging: SVO-nr. 479-T7, SIN-nr AADU4290NL, waarmerking: een koperkleurige huls met bodemstempel ".38 Federal Special"; SVO-nr. 479-T43, SIN-nr AADV7503NL, waarmerking: kogel uit het hoofd van het slachtoffer [slachtoffer 1] ; SVO- nr. 479-T44, SIN-nr AADV7511NL, waarmerking: kogel uit het hoofd van het slachtoffer [slachtoffer 1] ."

3. Het verslag houdende een in- en uitwendige schouwing verricht op het lichaam van [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum] 1987, teneinde na te gaan de oorzaak van diens dood (dossier Technische Opsporings en Herkenningsdienst), opgemaakt door patholoog J.A. van Raalte, voor zover inhoudende, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

" [slachtoffer 1] is overleden aan de gevolgen van een schotwond aan de linker zijde van het hoofd waarbij de kogel een opvallend groot botdefect veroorzaakte aan het schedelbot en teruggevonden werd in het midden tussen beide hersenhelften, deze verwonding heeft tot de dood geleid. Een tweede inschot in de buitenzijde van de linker wenkbrauw onder de huid van het linker bovenooglid en werd teruggevonden in de benige delen van het neustussenschot tussen beide ogen."

4. Het verslag houdende een in- en uitwendige schouwing verricht op het lichaam van [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum] 1991, teneinde na te gaan de oorzaak van diens dood (dossier Technische Opsporings en Herkenningsdienst), opgemaakt door patholoog J.A. van Raalte, voor zover inhoudende, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

" [slachtoffer 2] is overleden aan de gevolgen van een trauma aan het hoofd. Rechts van het midden en op de hoogte tussen beide bovenkanten van de oren is de schedel geraakt. Er is daar een grote driehoekige wond ontstaan met iets meer naar het midden van het achterhoofd een tweede scheur en heeft uitgebreid over 6 cm daar ter plaatse botbreuken in de schedel veroorzaakt en de binnenzijde van het gehoor gebroken, maar er waren geen hersenbeschadigingen die verklaard zouden kunnen worden door een eventuele kogel verwonding. De verwonding heeft echter tot zwelling van de hersenen geleid en door druk van de kleine hersenen in het achterhoofds gat zijn dood veroorzaakt. De rechterzijde van de kleine hersenen toonden een daarbij passende beschadiging. Een zeer goede mogelijkheid is dat de grote stervormige wond niet ontstaan is door een afketsende kogel maar door een toegebrachte slag."

5. Een proces-verbaal van technisch onderzoek (dossier Technische Opsporings en Herkenningsdienst), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , respectievelijk brigadier en buitengewoon opsporingsambtenaar bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende de bevindingen van voornoemde verbalisanten, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

"Wij, verbalisanten, hebben een onderzoek verricht naar de kogelbanen en de mogelijk achtergebleven kogels in de Hyundai Sonata voorzien van kenteken [AA-00-BB] . Wij hebben drie kogels aangetroffen en drie kogelbanen gereconstrueerd. Spoornummer 479-T16, SIN-nr AADR2365NL, waarmerking: kogel uit rechter bijrijdersportier; Spoornummer 479-T17, SIN-nr AADV7530NL, waarmerking: kogel uit rechter bijrijdersportier."

6. Een verslag houdende een munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident in Sint Maarten op 9 december 2012 (dossier Technische Opsporings en Herkenningsdienst), opgemaakt en op 27 februari 2013 getekend door [verbalisant 7] , voor zover inhoudende de bevindingen van voornoemde rapporteur, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

"De huls AAA044290NL (het Hof begrijpt: AADU4290NL) is van het kaliber .38 Special. De vier kogels AADV7503NL, -11NL, -30NL en AADR2365NL passen het best bij het kaliber .38 Special.

Het is zeer veel waarschijnlijker dat de kogels AADV7503NL, -11NL, -30NL en AADR2365NL zijn afgevuurd uit een en dezelfde loop dan dat de kogels zijn afgevuurd uit meerdere lopen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken.

De huls AADU4290NL is vermoedelijk verschoten met een revolver. De afvuursporen in de vier kogels AADV7503NL, -IINL, -30NL en AADR2365NL passen bij revolvers van het merk Colt."

7. Een proces-verbaal van vierde verhoor verdachte [verdachte] (Persoonsdossier verdachte [verdachte] , bijlage 12), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 28 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , respectievelijk brigadier en buitengewoon agent van politie bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

Noot verbalisanten: Wij tonen [verdachte] de foto's welke ook bij zijn 3e verklaring werden getoond. (Het Hof stelt vast dat het een collectie van 11 foto's betreft.)

"Photo 2: That's a picture of [betrokkene 1] and me. [betrokkene 1] is wearing a red shirt. [betrokkene 1] with the red shirt was the loose cannon that night (het Hof begrijpt: op 9 december 2012 in nachtclub Son Latino te Sint Maarten). He was very wild. I believe he was in trouble with someone and he told me to go and look for the "thing", meaning the gun. This was before the fight started. I went to the car and I took out a black old revolver from the handrest of the car. I know that it was a revolver because it had a barrel. It is possible that from the distance from the car to the entrance of Francis Bar that people could've seen me with the gun in my hand. [betrokkene 1] walked up to me and took the gun from my hands. I just let it loose and he took it. He disappeared. I heard gunshot by a glass shattering. That gunshot was followed with two to three more shots. To what I saw, it was that [betrokkene 1] was in the middle of the road shooting at a dark colored car. At this same point, I saw that this car reversed and hit up in a drive way of a building on the other side of the road. I saw then that this car came to a full stop. I saw people running and screaming everywhere. [betrokkene 1] hit another guy with the butt of the gun he was holding. I saw that he hit this guy several times to the head. I saw [betrokkene 1] hit the guy on the head and when the guy fell to the floor, [betrokkene 1] continued hitting the guy to the head."

8. Een proces-verbaal van een hoorzitting ondervraging van [betrokkene 2] (dossier Rechtshulpverzoek, bijlage 23), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 28 januari 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 13] en [verbalisant 14] , respectievelijk hoofdadjudant bij de gerechtelijke politie op St. Martin en rechercheur bij de Recherche Brigade van St. Martin, voor zover inhoudende als verklaring van de medeverdachte [betrokkene 2] , kort samengevat en zakelijk weergegeven:

"Vraag: Wat betreft het weekend van 8 op 9 december 2012, u bent naar het discotheek "El Son Latino" geweest. Op welke manier? Antwoord: Wij zijn daar naartoe gegaan in twee auto's: een witte Toyota Corolla en een witte Hyundai elantra.

Vraag: wij laten u 11 foto's zien. Kunt u ons vertellen wie de personen op deze foto's zijn? Antwoord: Op foto 2: De rasta " [betrokkene 3] " en met de rode trui [betrokkene 1] en rechts van hem [betrokkene 4] [het Hof stelt vast dat dezelfde foto als foto 2 aan de verdachte is getoond bij diens vierde verhoor en waarop volgens het proces-verbaal van bevindingen ontvangen foto's van de Fransen gevoegd als bijlage bij het derde verhoor van de verdachte, Persoonsdossier bijlage 11), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 10] , brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, van links naar rechts staan afgebeeld: [verdachte] , [betrokkene 1] en [betrokkene 4] ].

Wij waren ons aan het amuseren in Son Latino. Het was ongeveer rond 4 uur in de ochtend, tegen sluitingstijd. Men heeft de gewoonte om naar buiten te gaan en naar muziek te luisteren in de auto.

Er stond een groep buiten en [betrokkene 5] probeerde al lopend zijn weg door de groep te forceren. [betrokkene 6] en [betrokkene 7] begonnen te zeggen dat ze gingen vechten. Ik zag dat [betrokkene 6] [betrokkene 5] volgde. De rasta [betrokkene 3] kwam naar mij toe met een wapen in de hand. Hij hield het wapen in zijn rechterhand, ik heb gezien dat het een .38 was. Het is [betrokkene 1] 's wapen. Ik had het al eerder gezien. Het is een revolver met een zwartkleurig handvat. Hij vroeg: waar is het gevecht? Ik wees hem de richting met mijn hand, hij is daarna in die richting vertrokken. Dertig of veertig seconden later hoorde ik schoten. Daarna zag ik [betrokkene 1] met het wapen. Hij hield het in beide handen. Het was hetzelfde wapen."

9. Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 11] en [verbalisant 4] , respectievelijk senior medewerker en brigadier van politie bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als bevindingen van voornoemde verbalisanten, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

"Op zondag 9 december 2012, omstreeks 05.00 uur bevonden wij, verbalisanten ons buiten dienst op de A. Th. Illigde Road bij de disco "Son Latino". Op een gegeven moment terwijl ik, [verbalisant 11] op de A. Th. Illidge Road, naar mijn privé auto liep die op de binnenplaats van de Francis Bar was geparkeerd, zag ik plotseling tientallen voor mij onbekende personen die midden op de openbare weg kennelijk met een andere persoon of personen aan het vechten waren.

Plotseling terwijl ik in mijn privéauto zat zag ik dat personen heen en weer op de binnenplaats aan het rennen waren en tevens personen aan het tegenhouden waren. Twee personen die mij waren opgevallen terwijl andere personen hen aan het tegenhouden waren, voldeden aan de volgende omschrijving en signalementen: NNman 1, had een rood hemd aan. Hij was kort van gestalte, ongeveer 1.68 m. Deze NNman 1 had een blauwe spijkerbroek aan en een fijne verzorgde bokkenbaard. Hij had zijn haren nogal laag geknipt.

De andere NNman 2 was van donkere huidskleur. Hij was ongeveer 1.80 m. Deze NNman2 had een zwart hemd aan met een letter "M" erop en een blauwe spijkerbroek. Deze NNman 2 had rastaharen naar achteren in een bandje in een vastgebonden.

Bedoelde NNmannen waren door mij samen met andere voor mij onbekende mannen in de club "Son Latino" voorheen bij de vechtpartij gezien. Kort daarna terwijl ik, [verbalisant 11] , nog in mijn privéauto zat, hoorde ik schoten. De schoten klonken achter elkaar. Vervolgens zag ik mensen rennen van de A. Th. Illidge Road op de binnenplaats van de Francis Bar. Ik heb meteen mijn dienstpistool getrokken en geladen. Ik stapte uit mijn privéauto. Op dat moment zag ik, [verbalisant 11] , de NNman 1. Ik zag hoe NNman 1 op de binnenplaats van de Francis Bar liep met een zwarte revolver in zijn rechterhand.

Ik zag dat meer dan 3 personen samen met deze NNman 1 in de witte auto stapten. De NNman 2 trad op als bestuurder van deze witte Toyota. Ik zag dat deze auto met volle vaart vanuit de binnenplaats van de Francis Bar wegreed, richting Madame Estate."

10. Een proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 10 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 11] , senior medewerker bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als bevindingen van voornoemde verbalisant, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

"Op maandag 10 december 2012, omstreeks 09.00 uur kwam ik aan de wacht. Toen ik bij de recherche bureau op de 2e verdieping was gekomen, ontmoette ik mijn collega [verbalisant 15] , die op de wachtzaal zat. Naast [verbalisant 15] zat een man. Ik herkende hem meteen. Het is dezelfde man die ik afgelopen zaterdag 8 december 2012 in Son Latino samen met andere mannen heb gezien; de man die vergezeld was van de man die de zwarte revolver in zijn hand vasthield en vermoedelijk de slachtoffers heeft neergeschoten; de man die nadat er geschoten werd in een witgelakte Toyota Corolla voorzien van het Franse kenteken [CC-00-DD] stapte en optrad als bestuurder toen de auto van de plaats delict met verhoogde snelheid wegreed."

11. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] (Persoonsdossier verdachte [verdachte] , bijlage 9), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 10 december 2012 gesloten en getekend door [verbalisant 12] en [verbalisant 8] , respectievelijk hoofdagent en brigadier bij het Korps Politie Sint Maarten, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte, kort samengevat en zakelijk weergegeven:

"On Saturday the 8th of December 2012 around midnight I left my home. I parked my car at the end inside of the "Francis Bar carwash" area. One of the two Spanish guys I was talking to leaned upon a car that was parked next to my car. A man came towards us and told the guy that was leaning against his car to lean off.

Today I decided to come in [het Hof begrijpt: the policestation] and give a statement. When I was waiting on a chair I recognized the man who last night told the guy who was leaning on his car not to do so. Then I found out he was a Dutch detective. It seems also that he recognized me, because he said something in Dutch to one of his colleagues."

Noot verbalisanten: met deze rechercheur bedoelt de verdachte rechercheur [verbalisant 11] ."

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"Omtrent de rol van de verdachte als medepleger overweegt het Hof als volgt. De verdachte is met onder meer de man die [betrokkene 1] en ook wel [betrokkene 1] genoemd wordt naar Son Latino gegaan. Nadat een vechtpartij is ontstaan tussen het slachtoffer [slachtoffer 1] en de groep waarmee de verdachte was, heeft de verdachte op verzoek van [betrokkene 1] een vuurwapen uit zijn auto gehaald en aan [betrokkene 1] gegeven. Daarop heeft [betrokkene 1] het slachtoffer [slachtoffer 1] doodgeschoten. Vervolgens heeft [betrokkene 1] het slachtoffer [slachtoffer 2] meerdere malen met de kolf van het vuurwapen op het hoofd geslagen, op zodanige wijze dat [slachtoffer 2] later aan de gevolgen daarvan is overleden. Door aldus te handelen heeft de verdachte nauw en bewust samengewerkt met [betrokkene 1] bij beide feiten en heeft de verdachte opzet op de dood van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gehad."

2.3.

In zijn arrest van 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474, heeft de Hoge Raad enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, in het bijzonder gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en meer in het bijzonder met het oog op gevallen waarin het medeplegen niet bestaat in gezamenlijke uitvoering. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), rust op de rechter de taak om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering - dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging - dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij verdient overigens opmerking dat aan het zich niet distantiëren op zichzelf geen grote betekenis toekomt. Het gaat er immers om dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict.

2.4.

Blijkens zijn hiervoor onder 2.2.3 weergegeven overweging heeft het Hof voor zijn oordeel dat sprake is van het "medeplegen" van doodslag op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in het bijzonder in aanmerking genomen dat de verdachte, nadat tussen het slachtoffer [slachtoffer 1] en de groep waarmee de verdachte was, een vechtpartij was ontstaan, op verzoek van ' [betrokkene 1] ' diens vuurwapen uit zijn (verdachtes) auto heeft gehaald en aan [betrokkene 1] heeft gegeven, waarna [betrokkene 1] het slachtoffer [slachtoffer 1] en het slachtoffer [slachtoffer 2] met dat vuurwapen heeft gedood. Deze omstandigheden zijn evenwel niet zonder meer voldoende om te kunnen aannemen dat de verdachte de doodslag op een of beide slachtoffers heeft medegepleegd. Nu het medeplegen ook overigens niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, is de bewezenverklaring in zoverre ontoereikend gemotiveerd.

2.5.

Het middel slaagt.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2015.