Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3017

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-10-2015
Datum publicatie
09-10-2015
Zaaknummer
15/02877
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2052, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:2258, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging, art. 350 lid 3, onder c, Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2015/344
RvdW 2015/1097
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 oktober 2015

Eerste Kamer

15/02877

EV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [verzoeker 1],
wonende te [woonplaats],

2. [verzoekster 2],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak R 89/90/2013 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg van 22 april 2015;

b. het arrest in de zaak HR 200.169.087/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 18 juni 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op grond van art. 80a lid 1 RO.

De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 7 augustus 2015 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3 en 4).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, V. van den Brink en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 9 oktober 2015.