Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3010

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-10-2015
Datum publicatie
09-10-2015
Zaaknummer
14/05303
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:940, Contrair
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. IPR Huwelijksvermogensrecht. Boedelscheiding na echtscheiding. Is Nederlands of Turks recht van toepassing?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2015/1101
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 oktober 2015

Eerste Kamer

14/05303

LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de vrouw],
wonende op een geheim adres,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. M.A.M. Wagemakers,

t e g e n

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikkingen in de zaak 179548/FA RK 11-878 en 185333/FA RK 11-3160 van de rechtbank Haarlem van 15 november 2011 en 1 mei 2012;

b. de beschikkingen in de zaak 200.110.814/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 januari 2013 en 22 juli 2014.

De beschikking van het hof van 22 juli 2014 is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof van 22 juli 2014 heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren althans te verwerpen.

De vrouw heeft verzocht haar ontvankelijk te verklaren in haar cassatieberoep.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 24 juni 2015 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 9 oktober 2015.