Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:3

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-01-2015
Datum publicatie
07-01-2015
Zaaknummer
13/03050
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:2445, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 326.1 Sv. Verzuim opmaken p-v, nietigheid ottz. O.g.v. de inhoud van de aan de HR toegezonden brief van de griffier van het hof moet worden aangenomen dat verzuimd is een p-v op te maken. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek ttz. en van de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2015-0008
RvdW 2015/151
NJB 2015/170
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 januari 2015

Strafkamer

nr. 13/03050

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 2 februari 1996, nummer 23/001422-95, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M. Berndsen, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel behelst de klacht dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, aangezien geen proces-verbaal van die terechtzitting is opgemaakt.

2.2.

Volgens art. 326, eerste lid, Sv houdt de griffier het proces-verbaal der terechtzitting, waarin achtereenvolgens aantekening geschiedt van de in acht genomen vormen en van al hetgeen met betrekking tot de zaak op de terechtzitting voorvalt.

2.3.

De raadsman van de verdachte heeft op de voet van art. IV lid 3 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad verzocht om toezending van het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep. Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een brief van de griffier van het Hof. Op grond van de inhoud van deze brief moet worden aangenomen dat is verzuimd een proces-verbaal op te maken. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en van de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.

2.4.

Het middel is gegrond.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2015.