Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:2920

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-10-2015
Datum publicatie
07-10-2015
Zaaknummer
13/04771
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2027, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2013:4216, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Terugverwijzing naar: ECLI:NL:GHSHE:2017:2994
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Fiscale administratie-en bewaarplicht, art. 52 AWR. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2005:AR8030. In het licht van dit arrest getuigt ’s Hofs oordeel dat de verdachte door het opnemen en/of verwerken en/of voorhanden hebben in de administratie van in strijd met de waarheid opgemaakte (kopie-)inkoopfacturen en vrachtbrieven niet een administratie overeenkomstig de bij of krachtens de Belastingwet gestelde eisen heeft gevoerd, van een onjuiste rechtsopvatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2015/1108
SR-Updates.nl 2015-0430
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 oktober 2015

Strafkamer

nr. S 13/04771

AJ/SG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 september 2013, nummer 20/001980-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het derde middel

3.1.

Het middel is gericht tegen de bewezenverklaring onder B en C en klaagt dat het oordeel van het Hof dat de verdachte niet een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de Belastingwet gestelde eisen heeft gevoerd, onjuist is, althans dat dat oordeel ontoereikend is gemotiveerd.

3.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder B en C bewezenverklaard dat:

"B.

hij op 1 april 2005 te Eindhoven, telkens als degene die ingevolge de Belastingwet (artikel 52 Algemene wet inzake rijksbelastingen) verplicht was tot het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de Belastingwet gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd, terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, immers heeft verdachte alstoen aldaar telkens opzettelijk (kopie-)inkoopfacturen en (kopie-)vrachtbrieven opgenomen en/of verwerkt en/of voorhanden gehad in voormelde bedrijfsadministratie waarop telkens in strijd met de waarheid een ander dan verdachte als geadresseerde en/of inkoper en/of ontvanger van goederen vermeld staat, te weten:

- (kopie-)facturen, blijkens de factuuropdruk afkomstig van [A] [a-straat 1] Lommel en geadresseerd aan [betrokkene 1] [b-straat 1] Bakel Nederland NL [001] B 01) (D-005a, D-006 t/m D-012) en

- (kopie-)vrachtbrieven telkens voorzien van een stempel van afzender/commissionair [A] BVBA [a-straat 1] Lommel (D-006a, D-007a, D-008a, D-009a, D-010a, D-011a, D-011b, D-012a en D-012b).

en

C.

hij op 14 april 2006 te Eindhoven, telkens als degene die ingevolge de Belastingwet (artikel 52 Algemene wet inzake rijksbelastingen) verplicht was tot het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de Belastingwet gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd, terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, immers heeft verdachte alstoen aldaar telkens opzettelijk (kopie-)inkoopfacturen opgenomen en/of verwerkt en/of voorhanden gehad in voormelde bedrijfsadministratie waarop telkens in strijd met de waarheid een ander dan verdachte als geadresseerde en/of inkoper en/of ontvanger van goederen vermeld staat, te weten:

- (kopie-)facturen, blijkens de factuuropdruk afkomstig van [A] [a-straat 1] Lommel en geadresseerd aan [B] [c-straat 1] Eindhoven Nederland NL [002] B01 (D-035, D-042, D70 t/m D-78)."

3.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"Ten aanzien van het onder A, B en C bewezen verklaarde

1.

Een eindproces-verbaal algemeen dossier, d.d. 13 februari 2007, doorgenummerde dossierpagina's 1 tot en met 66, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

(pagina 8)

Op 1 april 2005 werd een onderzoek in de woning ingesteld op het adres [d-straat 1] te Eindhoven. [verdachte] staat ingeschreven op dit adres en drijft sedert 19 januari 2004 een eenmanszaak op dit adres handelend onder de naam [C] .

(pagina 22)

Volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel voor Fabrieken voor Oost-Brabant heeft verdachte Van de Ven als eenmanszaak, handelend onder de naam [C] , in de periode 19-01-2004 tot en met 10-06-2005 ingeschreven gestaan.

Na de uitschrijving bij de Kamer van Koophandel is verdachte verder gegaan met zijn bedrijfsactiviteiten. Hij maakte daarbij gebruik van de namen en omzetbelastingnummers van andere ondernemers.

(pagina 33)

Administratie [verdachte]

Hoewel hij als ondernemer voor de omzetbelasting werd aangemerkt, ook nadat hij zich heeft laten uitschrijven, heeft verdachte geen administratie bijgehouden volgens de eisen van die de belastingwet daaraan bij of krachtens verbindt.

Bij [verdachte] werden geen bescheiden aangetroffen, zoals omschreven bij het ambtsbericht inzake de administratieplicht. Er werden geen verkoopfacturen aangetroffen.

2.

Een proces-verbaal, d.d. 12 juni 2006, doorgenummerde dossierpagina’s 478 tot en met 480, codenummer AH-36, voor zover inhoudende het relaas van bevindingen en eigen waarnemingen van de desbetreffende verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Bevindingen onderzoek en doorzoeking woning

Onderzoek woning [d-straat 1] Eindhoven

Op 1 april 2005 werd een onderzoek ingesteld in de woning van [verdachte] aan de [d-straat 1] te Eindhoven. Hierbij werden meerdere inkoopfacturen aangetroffen en in beslag genomen. Het betreffen voornamelijk inkoopfacturen en vrachtbrieven (CMR's) van het Belgische [A] te Lommel met als geadresseerden [C] / [verdachte] en [betrokkene 1] te Bakel.

In de woning werd geen verkoopadministratie en geen boekhouding aangetroffen.

Onderzoek woning [e-straat 1] Eindhoven

Op 14 april 2006 tijdens het onderzoek in de woning op het adres [e-straat 1] te Eindhoven heb ik, eerste verbalisant, tezamen met de politie en enkele collega's van de FIOD-ECD de woning onderzocht. In de woning heb ik, eerste verbalisant, aan [betrokkene 2] gevraagd of zij in haar woning administratie bewaarde die van haar broer [verdachte] was. Hierop verklaarde zij dat er in de kast in de woonkamer administratie stond van haar broer. Op mijn verzoek maakte [betrokkene 2] de kast in de woonkamer open en haalde er twee witte ordners, diverse open enveloppen en twee plastic zakken met bescheiden en notities vandaan. Ik, eerste verbalisant, zag in de witte ordners diverse inkoopfacturen van het bedrijf [A] te Lommel in België die waren geadresseerd aan [betrokkene 1] , [C] en [B] . Ik heb deze voorwerpen en bescheiden in beslag genomen. Vervolgens werd de bestelauto met het kenteken [AA-00-BB] die geparkeerd stond nabij de woning doorzocht. De moeder en de zus van [verdachte] deelden mij mede dat [verdachte] deze bestelauto gebruikt. In de bestelauto werden vier facturen aangetroffen met het briefhoofd van [A] te Lommel gericht aan het bedrijf [B] , [c-straat 1] te Eindhoven.

Doorzoeking woning [d-straat 1] Eindhoven

Op 14 april 2006 tijdens de doorzoeking in de woning op het adres [d-straat 1] te Eindhoven hebben wij tezamen met de politie en enkele collega's van de FIOD-ECD de woning doorzocht.

Wij zagen in de slaapkamer van [verdachte] het volgende:

- tussen de kleding, de cd's en dvd's, op de grond en op de slaapbank en op de tafels lagen diverse bescheiden;

- in een kartonnen doos die op de grond stond lagen diverse bescheiden;

- de meeste bescheiden waren slordig opgevouwen.

Er werden geen bescheiden aangetroffen die netjes gesorteerd of geordend waren.

Alle aangetroffen bescheiden betreffen voornamelijk inkoopfacturen en vrachtbrieven (CMR's) van het Belgische bedrijf [A] te Lommel met als geadresseerden [C] , [d-straat 1] Eindhoven en [B] [c-straat 1] te Eindhoven.

Verkoopfacturen alsmede een boekhouding werden in de gehele woning niet aangetroffen.

3.

Een geschrift, te weten een kopie van een Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Oost-Brabant (bijlagenummer D-024), d.d. 11 januari 2006, doorgenummerde dossierpagina 569, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 10-06-2005 is geregistreerd dat de onderneming is opgeheven met ingang van 10-06-2005. Laatstelijk stond ingeschreven:

Onderneming

Handelsnaam : [C]

Rechtsvorm : Eenmanszaak

Datum vestiging : 19-01-2004

De onderneming wordt gedreven door:

Naam : [verdachte]

Geboortedatum en -plaats : [geboortedatum] -1986, [geboorteplaats]

Adres : [d-straat 1]

Eindhoven

(...)

Ten aanzien van het bewezen verklaarde onder B

5.

Een proces-verbaal van ambtshandelingen (beschrijving facturen en vrachtbrieven), d.d. 6 december 2005, doorgenummerde dossierpagina's 346 tot en met 349, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 1 april 2005 zijn tijdens een onderzoek op het adres [d-straat 1] te Eindhoven, woonadres van [verdachte] , facturen en vrachtbrieven in beslaggenomen. De tijdens het onderzoek in de woning in beslaggenomen facturen zijn voorzien van het briefhoofd " [A] import-export-trading te Lommel" en zijn gericht aan " [betrokkene 1] , [b-straat 1] Bakel, Nederland, NL [001] . B01". Deze facturen zijn voorzien van de hierna genoemde documentnummers. Dit is eveneens gebeurd met de in beslaggenomen vrachtbrieven.

(...)

6.

De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 27 augustus 2013, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Het klopt dat ik mij bezighield met de inkoop van lege cd's en dvd's. Als ik cd's en dvd's inkocht, deed ik dat soms op een bedrijfsnaam van andere personen.

U, voorzitter, vraagt mij of [betrokkene 1] cd's en dvd's inkocht, of hij bepaalde hoeveel daarvan werden ingekocht, of hij onderhandelde over de inkoopprijs en over de plaats waar de ingekochte goederen naartoe werden gebracht. Nee. Het klopt dat ik dat deed.

U, voorzitter, houdt mij voor dat in de tenlastelegging eveneens een aantal vrachtbrieven worden genoemd waar het afleveradres [b-straat 1] te Bakel op zou staan en dat mij wordt verweten dat dit valse documenten zijn, aangezien deze niet de werkelijke gang van zaken weergeven. Immers, hierop staan niet telkens mijn naam en adres, maar van anderen, terwijl ik de cd's en dvd's inkocht, vervoerde en daarna verkocht.

Bij [betrokkene 1] zijn nooit cd's en dvd's afgeleverd die ik heb ingekocht.

Ten aanzien van het bewezen verklaarde onder C

7.

Een proces-verbaal beschrijving inbeslaggenomen voorwerpen [e-straat 1] en [d-straat 1] te Eindhoven (met bijlagen), d.d. 22 augustus 2006, doorgenummerde dossierpagina 508, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 14-04-2006 zijn tijdens onderzoeken in de woning op de adressen [e-straat 1] en de [d-straat 1] te Eindhoven voorwerpen in beslaggenomen. De voorwerpen zijn inkoopfacturen gericht aan [B] , [c-straat 1] Eindhoven, BTW-Nummer [002] B01. Van de facturen zijn excel- overzichten gemaakt in het overzicht genummerd 2 zijn de facturen opgenomen welke gericht zijn aan [B] , [c-straat 1] Eindhoven. Het overzicht is als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.

(...)

9.

De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 27 augustus 2013, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Het klopt dat ik mij bezighield met de inkoop van lege cd's en dvd's. Als ik cd's en dvd's inkocht, deed ik dat soms op een bedrijfsnaam van andere personen.

Mij wordt gevraagd of ik de eigenaar van [B] heb gevraagd een bedrijf op te richten zodat ik dat bedrijf vervolgens kon gebruiken. Ik (...) heb een aantal keer cd's en dvd's ingekocht op naam van zijn bedrijf.

U, voorzitter, vraagt mij om document D-042, dossierpagina 651, erbij te pakken. Mij wordt voorgehouden dat als geadresseerde staat vermeld " [c-straat 1] Eindhoven (NL)". De goederen zijn daar niet afgeleverd, want ik heb die niet op dat adres gelost.

Mij wordt gevraagd of voor alle zich in het dossier bevindende facturen van [A] op naam van [B] geldt, dat de cd's en/of dvd's nooit bij [B] op het adres [c-straat 1] in Eindhoven zijn afgeleverd. Ik heb die cd's en dvd's ingekocht en weggebracht, maar deze zijn nooit naar het adres [c-straat 1] in Eindhoven gebracht. Het klopt dat dat in strijd met de waarheid is."

3.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewijsvoering voorts, voor zover hier van belang, het volgende overwogen:

"De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Door en namens verdachte zijn de feitelijke handelingen zoals deze zijn ten laste gelegd en door het hof bewezen zijn verklaard niet ten gronde betwist. (...)

Artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: Awr) - zoals dat luidde op 1 april 2005 en 14 april 2006 - houdt (voor zover relevant) het volgende in:

1. Administratieplichtigen zijn gehouden van hun vermogenstoestand en van alles betreffende hun bedrijf, zelfstandig beroep of werkzaamheid naar de eisen van dat bedrijf, dat zelfstandig beroep of die werkzaamheid op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken.

2. Administratieplichtigen zijn:

(...)

b. natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen, alsmede natuurlijke personen die belastbare winst uit onderneming als bedoeld in artikel 3.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 genieten.

Verdachte stond als eenmanszaak, handelend onder de naam [C] , in de periode van 19 januari 2004 tot en met 10 juni 2006 (de Hoge Raad leest: 2005) ingeschreven in de Kamer van Koophandel voor Fabrieken voor Oost-Brabant. Na zijn uitschrijving is verdachte verder gegaan met zijn bedrijfsactiviteiten, waarbij hij gebruik maakte van de namen en omzetbelastingnummers van andere ondernemers. Zowel in de periode van 19 januari 2004 tot en met 10 juni 2006 (de Hoge Raad leest: 2005) als nadien heeft verdachte, als natuurlijke persoon die een bedrijf uitoefende, bedrijfsactiviteiten verricht. Gelet op het bepaalde in artikel 52 van de Awr was verdachte naar het oordeel van het hof daarom administratieplichtig, en gehouden een administratie te voeren op de wijze zoals geduid in art. 52 AWR aan welke verplichting hij niet heeft voldaan. De bewezen verklaarde handelingen van verdachte zijn op zichzelf geëigend om te weinig belasting te betalen, zodat daarmee naar het oordeel van het hof ook aan het strekkingsvereiste is voldaan.

(...)"

3.3.

Het Hof heeft het onder B en C bewezenverklaarde gekwalificeerd als het "misdrijf voorzien bij artikel 68, tweede lid en onder d, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en strafbaar gesteld in artikel 69, eerste lid, van die wet, zoals die bepalingen luidden ten tijde van de bewezenverklaarde tijdstippen".

3.4.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 22 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR8030, geoordeeld dat van de aan de fiscale administratieplicht als bedoeld in art. 52 AWR gekoppelde bewaarplicht onjuiste of valse stukken niet zijn uitgezonderd. In het licht van dit arrest getuigt het oordeel van het Hof dat de verdachte door het opnemen en/of verwerken en/of voorhanden hebben in de administratie van in strijd met de waarheid opgemaakte (kopie-) inkoopfacturen en vrachtbrieven niet een administratie overeenkomstig de bij of krachtens de Belastingwet gestelde eisen heeft gevoerd, van een onjuiste rechtsopvatting.

3.5.

Het middel slaagt.

4 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2015.