Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:2843

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-09-2015
Datum publicatie
25-09-2015
Zaaknummer
15/01869
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:1132, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:4014, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80 a lid 1 RO. Goederenrecht. Eigendom onroerende zaak. Verkrijgende verjaring (art. 3:105 BW en 3:306 BW)?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2015/323
RvdW 2015/1023
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

25 september 2015

Eerste Kamer

15/01869

EV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J. van Weerden,

t e g e n

De GEMEENTE ROTTERDAM,
gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak C/10/408776/HA ZA 12-777 van de rechtbank Rotterdam van 7 november 2012 en 3 juli 2013;

b. het arrest in de zaak 200.131.838/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 december 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van het cassatieberoep op de voet van art. 80a lid 1 RO.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 24 juli 2015 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3 - 7).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 800,--.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 september 2015.