Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:2748

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-09-2015
Datum publicatie
18-09-2015
Zaaknummer
15/01816
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:1022, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2015:110, Niet ontvankelijk
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2014:1172, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80 a lid 1 RO. Opgewekt vertrouwen. Eisen waaraan cassatiemiddelen dienen te voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2015/999
JWB 2015/317
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 september 2015

Eerste Kamer

15/01816

LZ/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],

3. [eiseres 3],
wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaten: mr. P.J.L.J. Duijsens en mr. D.Th.J. van der Klei,

t e g e n

1. [verweerder 1],

2. [verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 218937/HA ZA 11-1162 van de rechtbank Arnhem van 2 november 2011 en 30 mei 2012;

b. de arresten in de zaak 200.114.363 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 februari 2014 en 13 januari 2015.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep met toepassing van art. 80a RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2 en 3).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 september 2015.