Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:21

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-01-2015
Datum publicatie
09-01-2015
Zaaknummer
13/05007
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:2773
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2015/174
V-N 2015/8.1.1
FutD 2015-0074
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 januari 2015

Nr. 13/05007

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 5 september 2013, nr. 09/00263, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 08/1288) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2005 opgelegde voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

Belanghebbende heeft daarenboven een verzoek om wraking ingediend.

Bij beslissing van 19 december 2014, nrs. 14/04896 tot en met 14/04899 is het verzoek tot wraking afgewezen.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, zoals door belanghebbende is verzocht. Het is namelijk niet voor redelijke twijfel vatbaar dat de onderhavige belastingheffing over belanghebbendes arbeidsongeschiktheidsuitkering niet leidt tot discriminatie bij de toegang tot arbeid in loondienst als bedoeld in de Richtlijn 2000/78/EG, noch tot een schending van enige andere regel van Unierecht.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2015.