Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:1860

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-07-2015
Datum publicatie
10-07-2015
Zaaknummer
15/00621
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10 juli 2015

Nr. 15/00621

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 8 januari 2015, nrs. 14/00583 en 14/00584, op het verzet van belanghebbende betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2010 en 2011 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende en haar partner ([A]) hebben ter zake van betaling van het verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.

Na ambtshalve van de Raad voor rechtsbijstand verkregen gegevens omtrent het inkomen en vermogen van belanghebbende en haar partner, waarvan niet is gebleken dat die gegevens niet meer actueel zijn, heeft de griffier van de Hoge Raad bij brief van 23 april 2015 het beroep op betalingsonmacht afgewezen. Tevens is in die brief meegedeeld dat vanwege de samenhang van de door belanghebbende en zijn partner aanhangig gemaakte zaken met nrs. 15/00619 en 15/00621, slechts eenmaal een bedrag van € 123 aan griffierecht zal worden geheven en dat bij niet tijdige betaling van het griffierecht beide voormelde zaken niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard.

De griffier van de Hoge Raad heeft de partner van belanghebbende bij aangetekende brief van 28 april 2015 met kenmerk 15/00619, vervolgens gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.

Nu het door de partner van belanghebbende in zijn brief van 9 juni 2015 aangevoerde geen grond vormt voor het oordeel dat belanghebbende en haar partner niet in verzuim zijn geweest, moet het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2015.