Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:1844

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-07-2015
Datum publicatie
10-07-2015
Zaaknummer
15/00613
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:572
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2014:2158
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht, cassatie. Beoordeling verstek. Kennelijke misslag in aanduiding gerekwireerde.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 45
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2015/288
NJB 2015/1418
NJ 2015/322 met annotatie van
RvdW 2015/864
JIN 2015/182 met annotatie van N. de Boer
TvPP 2015, afl. 5, p. 145
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 juli 2015

Eerste Kamer

nr. 15/00613

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. L. van den Eshof,

t e g e n

SEACON LOGISTICS B.V.,
gevestigd te Venlo,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Seacon Logistics.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak C/02/244132 / HA ZA 12-27 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 april 2012 en 6 maart 2013;

b. het arrest in de zaak HD 200.128.255/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 15 juli 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Seacon Logistics Group B.V. heeft tot verwerping geconcludeerd.

[eiseres] heeft primair verzocht om verstek-verlening jegens Seacon Logistics en subsidiair om wijziging van de aanduiding van verweerster in cassatie.

Seacon Logistics Group B.V. zich aan dat verzoek gerefereerd.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt ertoe dat de Hoge Raad [eiseres] beveelt tot oproeping van Seacon Logistics B.V. om te kunnen worden gehoord op het verzoek tot naams- (en entiteits-) wijziging van de in cassatie gedagvaarde partij.

3 Beoordeling van het verzoek tot naamswijziging en verstekverlening

3.1

Voor de beoordeling van het verzoek kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) In het onderhavige geding hebben (onder anderen) Seacon Logistics Group B.V. (hierna: Seacon Group) en Seacon Logistics een vordering ingesteld tegen [eiseres].

(ii) Seacon Group is enig aandeelhouder en enig bestuurder van Seacon Logistics. [betrokkene] (hierna: [betrokkene]) is enig bestuurder van Seacon Group.

(iii) Bij arrest van 15 juli 2014 heeft het hof de vordering van Seacon Logistics deels toegewezen.
De vordering van Seacon Group heeft het hof afgewezen.

(iv) In de op 15 oktober 2014 uitgebrachte cassatiedagvaarding is Seacon Group als gerequireerde vermeld. Het exploot is op de voet van art. 63 Rv mede betekend aan het kantoor van mr. H.H.T. Beukers. Laatstgenoemde heeft zowel Seacon Group als Seacon Logistics bij het hof vertegenwoordigd. Namens Seacon Group is het exploot in ontvangst genomen door [betrokkene].

(v) Op 26 januari 2015, dat wil zeggen voor de roldatum (13 februari 2015), heeft [eiseres] een herstelexploot doen uitbrengen aan Seacon Logistics. Ook dit exploot is op de voet van art. 63 Rv mede betekend aan het kantoor van mr. H.H.T. Beukers. Namens Seacon Logistics is het exploot in ontvangst genomen door [betrokkene]. In het exploot is vermeld:

“dat de vermelding van Seacon Logistics Group B.V. in voornoemde cassatiedagvaarding op een kennelijke vergissing rust die voor verbetering vatbaar is, nu voor Seacon Logistics Group B.V. en haar 100% dochtermaatschappij Seacon Logistics B.V., waarvan Seacon Logistics Group B.V. tevens enig bestuurder is - mede in het licht van de inhoud van dit exploot, dat zich uitdrukkelijk richt tegen de toewijzing van de vordering van Seacon Logistics B.V. jegens mijn rekwirante in het in cassatie bestreden arrest en niet tegen de daarin vervatte afwijzing van de vordering van Seacon Logistics Group B.V. - aanstonds duidelijk moet zijn geweest dat de gerekwireerde abusievelijk met Seacon Logistics Group B.V. was aangeduid, terwijl dit evident Seacon Logistics B.V. moest zijn, zodat (ook) een redelijke uitleg van voomoemd exploot moet leiden tot de slotsom dat Seacon Logistics B.V. in cassatie is gedagvaard, terwijl Seacon Logistics B.V. niet in haar belangen of verdediging kan zijn geschaad door deze kennelijke misslag, die hierbij wordt gerectificeerd; (...).”

Seacon Logistics is bij dit exploot opgeroepen om op 13 februari 2015 te verschijnen.

(vi) Seacon Logistics is niet verschenen, waarop [eiseres] heeft verzocht tegen haar verstek te verlenen.

(vii) Ter rolle van 30 maart 2015 heeft [eiseres] verzocht de naam van verweerster te wijzigen van Seacon Group in Seacon Logistics.

Op die datum hebben zich voor Seacon Group advocaten gesteld en tot verwerping van het cassatieberoep geconcludeerd.

(viii) Aan partijen is gelegenheid gegeven zich bij akte over het verzoek van [eiseres] uit te laten.

(ix) Op 10 april 2015 heeft [eiseres] een akte genomen, waarin zij primair verzoekt verstek te verlenen tegen Seacon Logistics en subsidiair wijziging van de aanduiding van verweerster in cassatie in Seacon Logistics, zo nodig onder oproeping van laatstgenoemde om zich over dit verzoek uit te laten.

Seacon Group heeft zich bij mededeling ter rolle aan het oordeel van de Hoge Raad gerefereerd.

3.2

Ter onderbouwing van haar verzoek voert [eiseres] aan dat in redelijkheid niet kan worden volgehouden dat het – als gevolg van een fout van de deurwaarder – in de cassatiedagvaarding vermelden van Seacon Group in plaats van Seacon Logistics enige onzekerheid heeft (kunnen) doen ontstaan over de vraag tegen wie het cassatieberoep zich richtte. Voor zowel [betrokkene], als enig (middellijk) bestuurder van Seacon Group en Seacon Logistics, als de advocaat van de beide vennootschappen in feitelijke instanties, bij wie de cassatiedagvaarding op de voet van art. 63 Rv eveneens is betekend, moet aanstonds duidelijk zijn geweest dat de vermelding van Seacon Group in het exploot op een vergissing berustte, nu de vordering van Seacon Group was afgewezen en de in de cassatiedagvaarding opgenomen middelen zich om die reden uitsluitend richten tegen de toewijzing van de vordering van Seacon Logistics. De cassatiedagvaarding moet geacht worden Seacon Logistics binnen de cassatietermijn te hebben bereikt. De omissie is bovendien tijdig hersteld. Aangezien Seacon Logistics gelegenheid heeft om verweer te voeren, is zij niet in haar belangen geschaad.

3.3

Het primaire verzoek is toewijsbaar. Uit de cassatiedagvaarding blijkt dat de vermelding van Seacon Group als verweerster op een vergissing berust.
De vordering van Seacon Group is immers afgewezen.
De cassatiemiddelen richten zich dan ook uitsluitend tegen de toewijzing van de vordering van Seacon Logistics. Verder staat vast dat de cassatiedagvaarding is betekend aan de (middellijk) bestuurder van beide vennootschappen, alsook aan hun beider advocaat in feitelijke instanties. De conclusie kan dan ook geen andere zijn dan dat Seacon Logistics al bij het uitbrengen van de dagvaarding wist of behoorde te begrijpen dat tegen de toewijzing van haar vordering cassatieberoep was ingesteld. Niet Seacon Group, maar Seacon Logistics is dus verweerster in cassatie. Aangezien laatstgenoemde ondanks deugdelijke oproeping niet is verschenen, zal tegen haar verstek worden verleend. Nu Seacon Group geen partij is in dit cassatieberoep, zullen haar advocaatstelling en de door haar genomen conclusie van antwoord buiten beschouwing worden gelaten.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verleent verstek tegen Seacon Logistics;

verwijst de zaak naar de rol van 14 augustus 2015 voor voortprocederen.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.E. Drion, G. Snijders, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 juli 2015.