Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:1806

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-07-2015
Datum publicatie
08-07-2015
Zaaknummer
14/02518
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:1025, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2015/911

Uitspraak

7 juli 2015

Strafkamer

nr. S 14/02518 J

LN

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 23 april 2014, nummer 21/008818-13, in de

strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.C. Polat, advocaat te Breukelen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2015.