Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:1760

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-06-2015
Datum publicatie
30-06-2015
Zaaknummer
14/05838
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:968, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vervolgingsuitlevering aan Bosnië en Herzegovina wegens betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven in juni 1992 tijdens de gewapende conflicten in voormalig Joegoslavië. Middel m.b.t. schending van het legaliteitsbeginsel en het oordeel van de Rb. dat de o.p. na uitlevering over een effectief rechtsmiddel ex art. 13 EVRM beschikt gelet op rechtspraak van het Constitutioneel Hof van Bosnië en Herzegovina. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2015/853
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

30 juni 2015

Strafkamer

nr. 14/05838

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 5 november 2014, nummer UTL-I-2011006345, op een verzoek van de Republiek Bosnië en Herzegovina tot uitlevering van:

[de opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. O.J. Much, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2015.