Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:1686

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-06-2015
Datum publicatie
19-06-2015
Zaaknummer
14/00946
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:315, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2013:4558, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Verjaring, art. 3:310 lid 1 BW. Stuiting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2015/223
RvdW 2015/779
PS-Updates.nl 2019-0342
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 juni 2015

Eerste Kamer

14/00946

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J.W. Bogaardt,

t e g e n

de STAAT DER NEDERLANDEN
(Ministerie van Veiligheid en Justitie en meer in het bijzonder de IND),
zetelende te ’s-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. M.M. van Asperen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Staat.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 1174532 RL EXPL 12-14999 van de kantonrechter te Den Haag van 10 januari 2013;

b. het arrest in de zaak 200.125.333/01 van het gerechtshof Den Haag van 5 november 2013.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.

3 Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 juni 2015.