Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:1684

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-06-2015
Datum publicatie
19-06-2015
Zaaknummer
14/06504
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:454, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2014:4524, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv. Beroep op art. 6 EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2015/1262
JWB 2015/222
RvdW 2015/776
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 juni 2015

Eerste Kamer

14/06504

RM/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [verzoeker 1],
wonende te [plaats],

2. [verzoekster 2],
wonende te [plaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

geen advocaat,

t e g e n

de stichting STICHTING DE ALLIANTIE,
gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en Stichting de Alliantie.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak KK 14-751 van de kantonrechter te Amsterdam van 10 juni 2014;

b. het arrest in de zaak 200.153.542/01 van het gerechtshof Amsterdam van 7 oktober 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. bij een door henzelf ondertekend schriftuur van
1 december 2014 beroep in cassatie ingesteld. [verzoeker] c.s. hebben geen gebruik gemaakt van de aan hun geboden gelegenheid om in hun plaats alsnog een cassatieadvocaat zich te laten stellen. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Stichting de Alliantie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkheid van [verzoeker] c.s. in hun cassatieberoep.

[verzoeker] c.s. hebben bij brief van 6 mei 2015 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

[verzoeker] c.s. hebben bij “cassatiedagvaarding huurrecht” beroep ingesteld tegen het arrest van het hof. Nu dit geschrift geen exploot is in de zin van art. 45 Rv en niet voldoet aan de eisen van de art. 45 en 11 Rv, zal het aangemerkt worden als een verzoekschrift.

Dit verzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet is ingediend noch is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit gebrek in cassatie kan worden hersteld door datzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Hoewel [verzoeker] c.s. daarop door de griffie van de Hoge Raad zijn gewezen, is het gebrek in het oorspronkelijke verzoekschrift niet hersteld. Dit brengt mee dat [verzoeker] c.s. in hun beroep niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.

Het beroep dat [verzoeker] c.s. ter rechtvaardiging van dit gebrek hebben gedaan op art. 6 EVRM, faalt op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.4-2.8 vermelde gronden.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoeker] c.s. niet-ontvankelijk in hun beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 juni 2015.